Erwin Olaf, Hope, The Kitchen, 2007.

Interview Expositie Rijksmuseum

Zo ver staat Erwin Olaf niet van Rembrandt af, zegt Taco Dibbits

Erwin Olaf, Hope, The Kitchen, 2007. Beeld Rijksmuseum

Fotograaf Erwin Olaf hangt schouder aan schouder met Rembrandt in het Rijksmuseum. Directeur Taco Dibbits legt uit waarom hun werk verwant is: ‘Het gaat bij beiden om de méns.’

Kijk eens naar deze twee vrouwen, zegt Taco Dibbits, directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam. De overeenkomsten springen in het oog: beide vrouwen zijn niets ontziend in beeld gebracht, met blubberbuik, huidplooien, massieve dijen, een kousafdruk in zware kuiten. De een is geëtst door Rembrandt van Rijn, de ander gefotografeerd door Erwin Olaf. Met een tussenpoos van zo’n 350 jaar. 

Erwin Olaf, Squares, La Penseuse, 1987. Beeld Rijksmuseum

De twee portretten zijn te zien in ‘12 x Erwin Olaf’, een expositie die deze week werd geopend op de zestigste verjaardag van de fotograaf. Zijn werk hangt naast schilderijen van Hollandse meesters, door Olaf en Dibbits zorgvuldig geselecteerd. Twee jaar lang spraken, mailden en appten ze met elkaar: welke Olaf-foto is de perfecte match met ‘Allegorie op de Winter’ van de zeventiende-eeuwse schilder Caesar van Everdingen? En welke past bij ‘Naakte vrouw, gezeten op een verhoging’ van Rembrandt? “We hebben steeds voor dialogen gekozen”, zegt Dibbits. “Die zijn soms heel letterlijk en soms helemaal niet.”

De match tussen de Rembrandt-vrouw en de Olaf-vrouw ligt voor de hand: ze voldoen met hun overvloedige lichamen niet aan het schoonheidsideaal, toen niet en nu niet. Toch zijn ze aantrekkelijk voor de kijker die de niet-veroordelende blik van de kunstenaar volgt. “Bij Rembrandt gaat het niet om mooi of lelijk, maar om de méns, la condition humaine. Datzelfde geldt voor Olaf. Beide portretten zijn onverbiddelijk, maar daardoor ook vergevend”, zegt Dibbits. “Er zit een enorme integriteit in de voorstelling van Olaf, hij laat iedereen in zijn waarde, iedereen mag er zijn.” Zelf schrijft de fotograaf in een toelichting dat hij het vollere lichaam interessanter vindt dan het perfecte, vanwege de verdeling van licht en schaduw.

Dat Olaf en Rembrandt nu schouder aan schouder hangen, is volgens de museumdirecteur heel logisch. Bekend is dat de fotograaf het Rijksmuseum vroeger vaak bezocht om zich te laten inspireren door de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Vorig jaar droeg hij zo’n vijfhonderd kernstukken uit zijn veertigjarige oeuvre over aan het museum; de meeste waren een schenking.

“Zijn werk is diep geworteld in de Nederlandse kunstgeschiedenis”, legt Dibbits uit. “En het Rijksmuseum heeft een grote fotocollectie, met zo’n 140.000 foto’s vanaf het begin van de fotografie in 1839. Erwin Olaf is een van de grootste naoorlogse fotografen van Nederland, hij hoort er gewoon bij.”

Rembrandt van Rijn, Naakte vrouw, gezeten op een verhoging, 1629 - 1633. Beeld Rijksmuseum

Wie de eeuwenoude olieverfschilderijen vergelijkt met Olafs gestileerde studiefoto’s, ziet schoonheid in de finesse. Net als de door hem bewonderde schilders maakte Olaf tientallen keuzes: hoe breng je een emotie in beeld, hoe vertel je een verhaal? Hoeveel whisky moet er in het glas van Margaret, om haar verdriet tot uitdrukking te brengen? Hoe ver moet het gordijn dicht, kijkt ze je aan of niet?

Ook een kunstenaar als Jean-Etienne Liotard (1702-1789) had oog voor betekenisvolle details. Dibbits wijst op zijn ‘Hollands meisje aan het ontbijt’, waarschijnlijk een portret van Liotards vrouw. “Zie je dat de rand van de tafel afgesleten is? Dat is geen toeval maar een keuze van de schilder, die daarmee een werkelijkheid wil suggereren die echter lijkt dan de échte werkelijkheid.”

Het ontbijtmeisje van Liotard vormt op de expositie een duo met ‘The Kitchen’ van Olaf. Daarop zit een tikje tuttige vrouw in een keuken met jarenvijftigsfeer. Zie de vitrages voor de ramen, de telefoon met draaischijf, het vintage behang, de stippen op de koffiepot. Dibbits: “Het zijn twee intens burgerlijke voorstellingen, van vrouwen die allebei een moment hebben dat ongedefinieerd is, een moment van dromerigheid, contemplatie, afwezig zitten, een moment tussen alle andere in.”

Jean-Etienne Liotard, Hollands meisje aan het ontbijt, circa 1756. Beeld Rijksmuseum

Olaf maakte in de jaren tachtig furore met heftige beelden, geïnspireerd door een ander groot voorbeeld, de Amerikaanse fotograaf Robert Mapplethorpe. Mannelijk naakt, erecties, ejaculaties, bondage en sm. Dat vroege werk ontbreekt op deze expositie. “Bij een zelfportret van Rembrandt wilde Erwin in eerste instantie zijn eigen beroemde zelfportret hangen, met sperma op zijn gezicht. Maar dat wérkte niet.”

Ook bij de ‘De stervende Adonis‘ (1609) van Hendrick Goltzius had Olaf aanvankelijk foto’s met prominente penissen in gedachten. Een begrijpelijke associatie, want de afgebeelde godheid is goeddeels naakt, alleen zijn gewonde geslachtsdeel – blikvanger op het schilderij – is bedekt. “Maar ik zei: Erwin, de man op het schilderij is dóód”, aldus Dibbits.

Uiteindelijk vond de Adonis zijn maatje in acteur Jack Wouterse, door Olaf geportretteerd in ‘Skin Deep, Reclining Nude No. 5’. Met zijn omvangrijke blote lijf ligt hij op een matras in een kale ruimte, kwetsbaar en krachtig tegelijk.

De expositie 12 x Erwin Olaf is te zien t/m 22 september in het  Rijksmuseum in Amsterdam. Olaf signeert daar op zaterdag 6 juli zijn boek ‘I Am’ van 14 tot 16 uur.

Lees ook:
Erwin Olaf: van ‘boze puber’ tot hoffotograaf
Erwin Olaf wordt zestig en dat wordt gevierd met drie tentoonstellingen. De beroemde studiograaf is een innemende vakman, zeggen mensen die hem kennen, maar hij kan ook ‘enorm uit zijn panty gaan’ en onzeker zijn of zijn werk wel goed genoeg is.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden