Review

Zingen om de ’dromenprut’ van je af te laten glijden

Hans Nauta

’Hadeskade’ van Alex Roeka met band. Gezien in de Kleine Komedie, Amsterdam. De cd ’Hadeskade’ verscheen bij Coast to Coast. Tournee tot en met 20 april, onder meer in Deventer (17/11), Roosendaal (25), Voorburg (2/12) en Rotterdam (6). Info: www.alexroeka.nl

Als je even veel van de stad, het platteland en de zee houdt, zoals muzikant Alex Roeka, ben je nooit waar je wilt zijn. Het liefst ziet Roeka ’elke nacht de stad ten onder gaan’. Maar hij wil ook de diesel weer horen stampen en op Hong Kong af varen, zoals in zijn zeemanstijd. Tegelijk verlangt hij terug naar het Ravenstein uit zijn jeugd.

Die innerlijke onrust levert veel mooie liedjes op, zo bleek bij de première van zijn vijfde theaterprogramma ’Hadeskade’ in de Kleine Komedie in Amsterdam. Een programma vol speelse muzikaliteit, ook dankzij de begeleiding op contrabas, accordeon en piano, gearrangeerd door pianist Jaco Benckhuijsen. Moeiteloos springt het viertal van carnavalsgezwier naar tango of calypso, of De Dijk-achtige rockdeunen. De accordeon eist daarbij de ruigere gitaarpartij voor zich op. Ook brengt Roeka ballads op gitaar, waar je ademloos naar luistert.

Roeka (1955) is een onopvallende verschijning, die onder meer een tijd lang onderdook in de beruchte Warmoesstraat in Amsterdam. Op basis van die ervaring schreef hij nummers als ’Brand in het hart van de stad’, waarin een stoet aan opvallende personages voorbijkomt. Zoals ’Dien van de Richel’, vet van de snaai en de snuif, ’Big Daddy Vetpens’ en ’Jules uit de Junksteeg’, terwijl putdeksels dansen en het vuil omhoog komt.

„Iedereen zoekt zich een weg uit de jungle, maar er is geen ontkomen meer aan.” Roeka houdt van die jungle en voelt zelf naar eigen zeggen ook ’schemerdrift’.

De zanger schrijft liedjes over liefde, leven en dood, vertelt hij in één van zijn monologen. Leven en doodgaan, dat doet bijvoorbeeld de wielrenner die knecht is maar voor eigen succes gaat en zijn voorsprong ziet slinken. En moeite met de grens tussen leven en dood heeft de man die tegen zijn vrouw praat die opgebaard in de kamer ligt.

Ook ’Het lied van de Vreemde’ valt in deze categorie: een vluchteling was liever gestorven dan zijn leven lang ’hier een vreemde te zijn’.

Met de liefde gaat het ’matig’: „De mens is niet voor de liefde geboren”, aldus Roeka. Toch mist hij de vrouw die hem verliet, bijvoorbeeld ’als de hoeren op me afkomen als horzels op een bloedend schaap’. De zanger wisselt rauwe teksten moeiteloos af met tedere. „Ik droom niet meer”, zingt hij in het nummer met dezelfde titel. Een nummer dat je volgens Roeka thuis twintig keer moet zingen als je in de put zit of verlaten bent. „Let maar op. Je voelt die kleffe dromenprut zo van je afglijden. En voor je het weet ben je weer naakt en jezelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden