Review

Zin geven aan de chaos in Nietzsches hoofd

'Ik ken mijn lot. Ooit zal mijn naam met de herinnering aan iets ontzaglijks verbonden zijn -aan een crisis zoals er nog nooit een op aarde is geweest... Er zullen oorlogen komen, zoals er op aarde nog geen zijn gezien...'' Aldus Nietzsche, die zichzelf in het voorbijgaan typeert als ,,een eenvoudige, misschien ietwat kwaadaardige geleerde die het met iedereen kan vinden''.

Deze forse statements, daterend uit januari 1889, dus vlak voordat Nietzsches verhitte brein voorgoed uitdoofde, zijn te lezen in de 'Nachgelassene Fragmente', de schriftelijke nalatenschap van Friedrich Nietzsche. Van deze Nagelaten fragmenten zijn onlangs bij uitgeverij Sun de eerste -maar eigenlijk de laatste- twee (van in totaal zeven) delen in Nederlandse vertaling verschenen.

Ze streven ernaar om zo getrouw mogelijk de standaardeditie van Nietzsches nagelaten fragmenten te volgen. Dat betekent dat de lezer een ongewone bladspiegel onder ogen krijgt: onafgemaakte zinnen, onverwachte spatiëring, merkwaardig gebruik van leestekens, lange kolommen met hoofdstuktitels. Gewoon beginnen te lezen bij het begin van het boek en eindigen bij het einde lijkt een onmogelijke opgave -na een tiental pagina's zal het de gemiddelde lezer gaan duizelen. En na een vijftigtal pagina's zal ook de meest doorgewinterde Nietzsche-lezer afhaken. Een kriskraslezing lijkt dus de enig nuttige en aangename: in een rustig tempo doorbladeren, en lezen waaraan de blik blijft haken. Van begin af aan zijn de bezorgers zich van dit probleem bewust geweest. Zij hebben, al dan niet met oprechte bedoelingen, de lezer een helpende hand willen reiken en de fragmenten, in de meeste gevallen op thema, gerangschikt tot een 'leesbaar' geheel. Daar is op zichzelf niet zoveel tegen in te brengen, ware het niet dat sommigen zich geroepen voelden hun compilaties te presenteren als het door Nietzsche zelf herhaaldelijk aangekondigde maar nooit geschreven hoofdwerk 'Der Wille zur Macht'.

Nietzsches zuster maakt het het bontst, de tirannieke hoedster van zijn schriftelijke erfenis. Ze deinst er niet voor terug 'creatief' met Nietzsches handschriften om te gaan. Ze stelde een hoofdwerk samen zoals zij, als protofascist en verklaard antisemiet, meende dat Nietzsche het zelf op basis van zijn aantekeningen zou hebben geschreven.

Het is dus te billijken dat de bezorgers van de standaardeditie, Giorgio Colli en Mazzino Montinari, er uit filologisch oogpunt toe besloten de nagelaten fragmenten te publiceren in de vorm en in de chronologie van het originele manuscript. Maar ook daarmee waren niet alle problemen de wereld uit. Nietzsche had er een gewoonte van gemaakt, niet alleen al wandelend te denken, maar ook, in kleine handzame notitieboekjes, te schrijven, met funeste gevolgen voor de leesbaarheid van zijn aantekeningen. Om zelfs op dit punt elke misinterpretatie te voorkomen, heeft de Duitse uitgever van de standaardeditie besloten een facsimile-uitgave te verzorgen van Nietzsches handgeschreven nalatenschap.

Los van dit alles kun je je afvragen wat de status en de waarde is van de nu vertaalde laatste twee delen van Nietzsches nalatenschap. Zijn het inderdaad, zoals sommige Nietzsche-deskundigen menen, fragmentarische voorstadia van het nog te schrijven hoofdwerk? Zou Nietzsche, als hij nog enkele jaren langer compos mentis was geweest, zelf op basis van deze aantekeningen zijn hoofdwerk hebben geschreven? Of moeten ze eerder gelezen worden als documentatie van juist het falen van Nietzsche om zijn hoofdwerk, tenminste als concept, in zijn hoofd, rond te krijgen? Met andere woorden: zijn ze alleen interessant om een beeld te krijgen van Nietzsches hopeloze poging aan de zich aandienende chaos in zijn hoofd op zijn minst enige zin te verlenen, namelijk door die op te tekenen?

Afgaande op de huidige stand van de serieuze Nietzsche-filologie is het meest te zeggen voor het tweede alternatief. We kunnen de nagelaten fragmenten dus het best beschouwen als een unieke kroniek van wat zich gedurende de herfst van 1885 tot begin 1889 in Nietzsches hoofd heeft afgespeeld. En dat levert fascinerende, zij het vermoeiende en moeizame lectuur op. Het is Nietzsche op zijn hoogste pieken en in zijn diepste dalen: de uiterst scherpe waarnemer van zijn omgeving en van zichzelf, naast het paranoïde en megalomane warhoofd dat al heel duidelijk door de waanzin is getekend. Dit geldt overigens alleen voor de laatste twee delen. De vijf eerdere delen zullen weinig nieuws opleveren. Van wat daar aan fragmenten is overgeleverd, kun je zeggen dat Nietzsche ze terecht uit zijn gepubliceerde werken heeft weggelaten, of in verbeterde versie heeft opgenomen. Bovendien kun je je afvragen of je de nagedachtenis van Nietzsche een dienst bewijst door fragmenten die hij zelf niet wenste te publiceren alsnog aan de openbaarheid prijs te geven.

Hoe dit ook zij, interessant zijn ze eigenlijk alleen voor de Nietzsche-filologen die zich op grond van de notities een beeld kunnen vormen van hoe Nietzsches gepubliceerde werken genetisch tot stand zijn gekomen -maar zij zullen niet op de Nederlandse vertaling zitten te wachten. De gewone in filosofie geïnteresseerde lezer doet er beter aan het sprankelende 'Menselijk al te menselijk', het tegendraadse 'De vrolijke wetenschap', het vileine 'Voorbij goed en kwaad', of het poëtisch bevlogen 'Aldus sprak Zarathoestra' te lezen dan zich door ruwe aantekeningen, uittreksels van gelezen boeken, vastgelopen aanzetten en inhoudsopgaven van al dan niet geschreven werken te worstelen.

Het is dus een wijze beslissing van uitgever en vertalers geweest de Nederlandse editie te beginnen met de laatste twee delen. Het zou een misschien nog wijzere beslissing zijn om het daarbij te laten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden