ColumnRob Schouten

Zet soms, niet altijd, oogkleppen op

Het kan volgens mij helemaal geen kwaad om, als het je niet lukt om op eigen houtje je blik van het wereldse spektakel af te wenden, zo nu en dan oogkleppen op te zetten. Wat we onze paarden gunnen, namelijk dat ze niet al te zeer schrikken van hun omgeving en op hol slaan, kunnen we ook onszelf toewensen.

Ik haalde een vriendin op van de trein en in de auto barstte ze direct los. Ze voelde zich onpasselijk, letterlijk; het nieuws dat Trump zich nu ook al met de rechterlijke macht bemoeide, maakte haar ziek, ze kon er niks aan doen. Ik dacht aan mensen die niet meer tegen de klimaatzorgen konden en depressief werden van de angstige gedachte dat de wereld naar de vaantjes ging. Wat kon je tegen dat nieuwe virus uitrichten? Niet corona maakte de wereld ziek, maar de wereld zelf, bedacht ik. Het nieuws werd allemaal maar over je uitgekieperd en je moest zelf maar zien hoe je je ertegen wapende.

Ik dacht aan mijn grootouders in hun huisje met rood-witte luiken in De Bilt: geen krant, geen televisie verstoorde hun leven. Ze leefden vroom en behoudend in hun kleine wereldje, wisten niet wie Chroetsjov was en waren blij verrast toen ze AOW kregen. Ik had nog net een staartje van hun leven meegekregen, de laatsten der wereldvreemden. Dat kon tegenwoordig niet meer, de sektariërs uit Ruinerwold werden uit hun huis gehaald en voor de rechter gebracht, wie niet op de hoogte was, deed niet mee en dat móest: meedoen!

Kom, we gaan naar het strand, zei ik tegen de neerslachtige vriendin met haar trumpitis, de zee helpt. Nu niet over tsunami’s beginnen, dacht ik er stilletjes achteraan, maar ze volgde gehoorzaam. Het strand lag er enerverend bij, Ciara had het zand vol gesmeten met grote schelpen waaruit stukken weekdier gulpten, het was bezaaid met honderden zeesterren, meters zand was van de duinen afgeslagen. Als twee kinderen die voor het eerst naar de kermis mogen, liepen we langs de zeelijn, waar drieteenstrandlopers zo te zien de dag van hun leven hadden.

Niet iedere dag, maar soms

Zo moet het, dacht ik, niet altijd, niet iedere dag maar soms. Als er in Burundi massagraven met zesduizend skeletten worden gevonden, op tv criminelen in verre landen in de kraag worden gevat, ja, als in de bioscoop films draaien over de verschrikkingen in een ziekenhuis in Aleppo en Utrechtse voetbalfans in Sedan komen rellen, omdat hun held ervandaan kwam, moet je soms even naar de zee. 

Vroeger stonden asceten en pilaarheiligen in hoog aanzien onder de bevolking, tegenwoordig zouden het wereldvreemde zonderlingen worden gevonden, maar je zou iedereen een setje oogkleppen gunnen dat ze zo nu en dan kunnen opzetten. We liepen door de slufter naar een hoog duin, waar een bordje aangaf dat rechts parnassia groeide en links lamsoor en schorrekruid. Goed zo, dacht ik, ga zo door.

En zo moeten we soms een uurtje naar een museum en naar het Concertgebouw, of origami bedrijven, of naar een ­vinylbeurs. Ik klink als een dominee, ik weet het, maar ook daar heb ik veel minder op tegen dan vroeger. Laat maar komen die oude lessen, ze kunnen helemaal geen kwaad.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden