Review

Zestig pond truffel en honderd flessen roze champagne

In 1712 bouwde graaf Boris Sjeremetev een paleis aan de rivier Fontanka in Sint-Petersburg. Als dank voor zijn militaire verdiensten had tsaar Peter de Grote hem een stuk land geschonken, dat nu in het hart van de stad ligt, maar destijds nog een woest moeras was. Zeventig jaar later waren de Sjeremetevs, omdat zij de gunst van het Russische hof bleven genieten, de grootste landeigenaars ter wereld.

Hella Rottenberg

Hun paleis aan de Fontanka, een van de vele huizen die zij bezaten, telde 340 bedienden. Bijna alle behoeften van het huishouden werden uit Europa geïmporteerd, ook producten die in Rusland ruimschoots voorhanden waren. Kleren, juwelen en stoffen kwamen uit Parijs, wijnen uit Bordeaux, chocolade, tabak, koffie en zuivelproducten uit Amsterdam, bier, honden en koetsen uit Engeland. Een greep uit een boodschappenlijst van de familie laat hun luxueuze wensen zien: 150 pond kwaliteitstabak, 60 pond gewone tabak, 60 pond truffel in olie, 240 pond parmesan, 600 flessen witte bourgogne, 600 flessen rode bourgogne, 200 flessen belletjes-champagne, 100 flessen roze champagne.

Orlando Figes neemt de lezer mee in het leven van de Sjeremetevs. Hij beschrijft hun puissante rijkdom, de architectuur van het paleis aan de Fontanka, het interieur en de Italiaanse, Hollandse en Russische kunstwerken. Op een van de bewaarde portretten staat een zekere Praskovja afgebeeld en via haar biografie belanden we in de verhouding tussen grootgrondbezitter en lijfeigene en in de kunst en cultuur waarmee Russische graven en prinsen zich omringden.

Praskovja was lijfeigene op een landgoed van Pjotr Sjeremetev, en omdat ze beeldschoon was en een mooie stem had, liet de landheer haar lessen zang, dans, en Frans en Italiaans volgen. Op die manier werd Praskovja de ster van de Sjeremetev-opera. Een van Pjotr Sjeremetevs zonen werd verliefd op haar, nam haar tot zijn onofficiële echtgenote, maar kon niet met haar in het openbaar verschijnen. Zij woonde afgesloten in een vleugel van het paleis aan de Fontanka, schonk de graaf een zoon, en stierf.

Figes brengt de tragische liefde tot leven door sprekende details op te dissen en te citeren uit brieven van de graaf en de zangeres. Hij wordt echter nergens sentimenteel en ook laat hij zich niet ertoe verleiden om met behulp van fantasie en overdrijving van de romance een roman te maken. Hij blijft bij de feiten, maar weet die zo knap te vertellen en in een brede context van de tijd te plaatsen, dat de lezer geheel wordt meegesleept.

Het paleis aan de Fontanka komt in 'Natasha's Dance' nogmaals uitgebreid voor, nu als schuilplaats van een beschaving die door de Oktoberrevolutie van 1917 werd weggemaaid. Het huis was opgedeeld in talloze, veelal door meerdere gezinnen bewoonde appartementen. Een van de bewoners was de dichteres Anna Achmatova, die vanaf 1918 bijna tot haar dood in 1966 met verschillende echtgenoten in verschillende delen van het paleis woonde. Het paleis vormde een bron van inspiratie voor Achmatova. Ze verdiepte zich in het verleden en wijdde verzen aan Praskovja, die net als zij 'de gave van het lied' bezat en ook persona non grata was. Achmatova verbond het huis aan de Fontanka met zijn vroegere bezoekers, de beroemde Russische dichters Tjoetsjev, Viazemski en Poesjkin.

Met een dergelijke techniek, bijna associatief, schildert Orlando Figes een weids panorama van de Russische cultuur. Figes is een jonge Britse historicus die een paar jaar geleden beroemd werd met 'A People's Tragedy', zijn geschiedenis van de Russische revolutie. In zijn nieuwe boek heeft hij een nog veel ambitieuzer plan gestalte gegeven: niets minder dan een encyclopedie van de Russische kunst en cultuur vanaf de achttiende tot ver in de twintigste eeuw.

Hij heeft het over literatuur, muziek, folklore, schilderkunst en architectuur, over het dagelijks leven van de adel en de boeren, over ideeën en mentaliteit, over godsdienst en staat. Moeiteloos surft hij van onderwerp naar onderwerp, van periode naar periode, daarbij de lezer meevoerend op een grootse reis door Rusland. Hij is een ideale gids, want ondanks de vele thema's die hij aansnijdt en de overweldigende hoeveelheid feiten weet hij schitterend lijnen uit te zetten. Hij speelt het klaar om in zijn verhaal een gelaagdheid aan te brengen die het materiaal ordent en het diepgang verleent.

Daarbij gaat Figes op een bijzondere manier te werk. Hij vertelt niet zozeer chronologisch of per schrijver of kunstenaar, maar verdeelt zijn hoofdstukken in kernthema's die hij uitwerkt in culturele, historische en sociale aspecten. Zo ontstaat een caleidoscopisch beeld waarin telkens nieuwe fragmenten zichtbaar worden, maar dat toch een geheel, een synthese vormt. Wat Figes bovendien zo prettig leesbaar maakt, is dat hij een Angelsaksische nuchterheid aan de dag legt en - in tegenstelling tot velen die zich met het 'raadselachtige' Rusland bezighouden - geen neiging heeft tot dwepen.

In zijn verhaal laat Figes zich vooral leiden door tegenstellingen. Vanaf de 18de eeuw wilde de Russische adel graag Europees zijn, mat zich de Europese etiquette aan en sprak Frans. Maar de Europese beschaving voelde aan als een vernislaag, onecht. De elite werd grootgebracht door boerenlijfeigenen, voedsters en kindermeisjes. Het adellijk kroost kreeg de Russische spreektaal, godsdienstige riten en bijgeloof, plaatselijke liederen en sprookjes met de paplepel ingegoten. Aan de hand van dit motief weidt Figes uit over het gebruik van het Frans in het dagelijkse en officiële leven, de belangrijke rol die de dichter Poesjkin speelde in de ontwikkeling van de Russische literaire taal, de invloed van folklore op de muziek, de architectuur en literatuur.

Later gaat hij in op de wereld van de slavofielen versus westerlingen, de complexe gevoelens van de Russische elite jegens Europa - erbij willen horen, zich afgewezen voelen, zich afwenden en een superioriteitsidee kweken -, de beweging van 'Euraziaten' die rond 1900 Siberië en hun Aziatische culturele wortels ontdekten. Telkens plaatst Figes de talloze kunstwerken, schrijvers, critici, kunstenaars en verzamelaars die de revue passeren in de context van zijn tegenstellingen, zonder dat dit overigens tot een gekunstelde of dogmatische typering leidt.

In een hoofdstuk getiteld 'Kinderen van 1812' beschrijft Figes hoe het napoleontische Frankrijk de Russische ontwikkelde klasse had aangestoken met het verlangen het eigen land te moderniseren en er een constitutionele monarchie van te maken. Dit is aanleiding om over de opstand van de Dekabristen (1825) te schrijven, over de dichters die aan de opstand deelnamen, de harde straffen en ballingschap naar Siberië die zij kregen opgelegd. Figes volgt een van de opstandelingen, prins Sergei Volkonski, naar zijn ballingsoord en verhaalt hoe hij een boer te midden van de boeren wordt, terwijl zijn vrouw een aristocratische dame blijft. Brede overzichten en detailopnames wisselen elkaar af en vullen elkaar prachtig aan.

De schrijver Leo Tolstoi figureert in het hoofdstuk over 1812 met zijn roman 'Oorlog en Vrede', waarin de Dekabrist Sergei Volkonski model heeft gestaan voor hoofdfiguur Bolkonski. Maar over Tolstoi komen we ook veel te weten in het hoofdstuk over godsdienst en het deel over de verhouding tussen intelligentsia en boerenklasse. Zo grijpt het allemaal in elkaar, rijk geschakeerd, informatief en verhelderend.

Tezamen met een tijdtafel, illustraties, een uitgebreid notenapparaat, een register en een ruime literatuurlijst voor wie zich verder wil verdiepen in de onderwerpen die ter sprake komen, is 'Natasha's Dance' een onovertroffen naslagwerk. Dat is eigenlijk verkeerd gezegd, want het boek is veel meer dan een naslagwerk. Het is een genot om te lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden