Zes romans die kans maken op de Man Booker Prize

'Jamrachs Menagerie' neemt de lezer mee naar de achterbuurt van het victoriaanse Londen, naar het veelkleurige Londen van nu. © HH

Zal Julian Barnes hem eindelijk winnen? Of gaat Stephan Kelman er met de felbegeerde Booker Prize vandoor? Een inventarisatie van de kanshebbers.

Het is weer bijna zover: één boek uit de Engelstalige wereld staat een weelde aan publiciteit te wachten - al is het maar voor even. Het is de maand van de Man Booker Prize, die komende dinsdag 18 oktober bekendgemaakt wordt. De Amerikanen doen overigens niet mee: die hebben hun eigen Pulitzer Prize.

Veel witte mannen
De jury vormt dit keer geen al te excentriek gezelschap. Voorzitter Stella Rimington komt weliswaar niet uit het vak - ze was hoofd van de Britse geheime dienst - maar de andere juryleden vertegenwoordigen de mainstream van de literaire wereld: een van hen is boekenredacteur van de weinig elitaire The Daily Telegraph. Ook deze jury telt weer veel witte mannen, maar dat lijkt een beetje inherent aan de Booker Prize, die nu eenmaal door Engeland wordt georganiseerd.

Twee van de zes genomineerde boeken zijn debuutromans: Stephen Kelmans 'Pigeon English' (inmiddels ook vertaald) en A.D. Millers 'Snowdrops'. De andere vier titels zijn van gevestigde namen: Julian Barnes' 'The Sense of an Ending' (vertaald als 'Alsof het voorbij is'), Carol Birchs 'Jamrach's Menagerie', Patrick deWitts 'The Sisters Brothers' en Esi Edugyans 'Half Blood Blues'.

'Alsof het voorbij is'
Julian Barnes staat al voor de vierde keer op de shortlist, en alleen al daarom wordt het tijd zo'n nominatie te verzilveren - een redenering die Ian McEwan in 1991 de Booker opleverde voor 'Amsterdam'. De officiële Booker-website linkt overigens vrolijk door naar artikelen waarin Barnes de prijs in bijtende bewoordingen betitelt als een 'snobistische loterij' die kan leiden tot 'psychosomatische ziektes'.

'Alsof het voorbij is' vertelt het levensverhaal van Tony Webster, wiens oude schoolvriend en rivaal in de liefde (beiden waren verliefd op hetzelfde meisje) zelfmoord heeft gepleegd. Vele jaren na dit drama krijgt Tony onverwacht een erfenis, die hem terugvoert naar zijn jeugd, en die hem - het zal niet verbazen - op het spoor zet van een onverwachte ontdekking.

Barnes is een volleerd schrijver, misschien is hij juist daarom niet bang voor een vertrouwde introductie van de personages. In de verfijnde Nederlandse vertaling: "We waren met z'n drieën en nu was hij er als vierde bij gekomen. We hadden niet verwacht ons vaste aantal ooit nog uit te breiden: kliek- en paarvorming hadden al lang geleden plaatsgevonden, en wij begonnen onze ontsnapping van school naar leven al voor ons te zien. Hij heette Adrian Finn, een lange, verlegen jongen, die aan het begin zijn ogen neergeslagen en zijn ideeën voor zich hield."'

Daar staat iets te gebeuren, voel je aan je water. Maar is dat niet precies het effect dat Barnes wil bereiken? Hij voedt de verwachting van zijn lezers, en als hij hun aandacht heeft, neemt hij ze mee in onverwachte richting.

'Alsof het voorbij is' is geen perfect boek, soms voelt het alsof Barnes haast had: "We voltooiden onze schoolopleiding, beloofden elkaar vriendschap voor het leven, en gingen ieder onze weg." Maar afgezien van zulke momenten, houdt Barnes steeds gelijke tred met zijn verhaal en met de lezer; van alle zes auteurs zou hij de prijs wat mij betreft het meest verdienen. De Sunday Times prees het boek uitbundig, net als de meeste andere kranten trouwens.

'Jamrachs Menagerie'
Van heel andere slag is 'Jamrachs Menagerie'. Net als in Yann Martells 'Life of Pi' (dat de prijs in 2002 won) komen er een tijger en een jongen in voor. Dit keer heet die jongen Jaffy Brown, woont hij in Londen en wordt hij gered uit de klauwen van een tijger, waarna de eigenaar van het dier, Jamrach, hem een baantje aanbiedt. Uiteindelijk onderneemt hij een wonderbaarlijke reis, op zoek naar een draak.

Maar het boek begint in victoriaans Londen, in het donkere, vochtige en gevaarlijke East End, waar "bloed en pekel over het plaveisel de goot in liepen en werden opgezogen door de drab onder de wagens, en waar de hele dag over heen gelopen werd, heen en weer, je huis in, de trap op, je kamer in". Verder is er sprake van een achtergelaten geliefde, een meisje, en van vriendschap die tijdens een grote reis op de proef gesteld wordt.

Zonder het verhaal weg te geven, kan ik alvast verklappen dat Jaffy de draak vindt: "Hij opende zijn ontzaglijke muil en sloot hem weer, ging op zijn achterpoten staan en legde zijn grote geklauwde poten bovenop de kooi. Hij kon me aanraken." Wat de ware aard van het dier is, moet u al lezend maar ontdekken. De New York Times merkte op dat "het meest intrigerende aan het boek waarschijnlijk niet zit in de gruwelijke gebeurtenissen, maar in het kleurrijke milieu, in het laat-negentiende eeuws aandoende naturalisme".

'The Sister Brothers'

Ook 'The Sister Brothers' van Patrick deWitt begint met dieren, paarden dit keer; het verhaal speelt zich af in Californië. De hoofdpersonen, twee broers die 'de Zusjes' worden genoemd, zijn huurmoordenaars en hebben de opdracht een man te liquideren. Dan blijkt dat deze man een magische formule heeft ontdekt, die hen schatrijk zou kunnen maken. Maar tijdens hun reis te paard, door de ruige wereld van het Gold Rush-tijdperk (door henzelf nog wat ruiger gemaakt), loopt natuurlijk niet alles zoals de broers gehoopt hadden.

The Scotsman sprak van een "een fascinerende, subversieve westernvariant over twee bijzonder sympathieke personages". Toch zal deze onstuimige, bloederige roadnovel niet iedereen aanspreken. Een van de recensenten vergelijk het boek met een film van de gebroeders Coen. Dat zegt genoeg.

'Half Blood Blues'
Het decor waartegen Esi Edugyans roman zich afspeelt, het Parijs van 1940, klinkt al vertrouwder. Maar de personages zijn dat niet.
'Half Blood Blues' draait om de verdwijning van een zwarte Duitse cabaretier, Hieronymus Falk. Een musicus met wie hij vroeger heeft gewerkt probeert zeventig jaar later zijn lot te achterhalen.

Wat sfeer betreft doet deze roman soms denken aan de film 'Cabaret' en aan de 'Berlin Stories' van Christopher Isherwood waar die film op gebaseerd is. 'Half Blood Blues' werd dan ook vooral geprezen als evocatie van een tijdperk. Maar hoewel het boek prettig leest, voegt het weinig toe aan wat je al zou verwachten over het leven van een zwarte Duitser in het Duitsland van toen.

'Snowdrops'
Dan de debuten. Millers 'Snowdrops' speelt zich af in het Moskou van nu, een speeltuin voor de rijken: de locaties doen denken aan 'The Great Gatsby', de losbandigheid aan vooroorlogs Berlijn. In deze poel van verderf en gevaar, staat een jongeman, vers uit Engeland, bloot aan tal van verleidingen. Hij verliest zijn onschuld en loopt gevaar ook zijn ziel te verkwanselen.

A.D. Miller, die correspondent is geweest voor The Economist, weet Moskou smeuïg neer te zetten, maar anders dan victoriaans Engeland en het Parijs van de jaren veertig, bestaat dit Moskou natuurlijk nog gewoon.

Kranten als The Guardian hadden moeite met Millers portret van de stad, de mensen en hun gedag. Het boek zou 'negatieve stereotypen onbekommerd bevestigen en regelmatig uiting geven aan discriminerende ideeën'. Alweer een boek dus, waarvoor niet iedereen warm zal lopen.

'Pigeon English'
En dan is er nog het veelbesproken 'Pigeon English'. Stephan Kelman zich liet inspireren door het waargebeurde verhaal van de moord, in het Londen van 2000, op de Nigeriaanse scholier Damilola Taylor. Opvallend aan dit boek, de titel zegt het al, is de taal. Harrison Opuku, de Ghanese hoofdpersoon, spreekt ons toe in de hoofdstedelijke straattaal.

Een ware nachtmerrie voor elke vertaler, zoals de ietwat moeizame Nederlandse uitgave bewijst, maar het was zeker de moeite een poging te ondernemen - alleen al om de indrukwekkende manier waarop Kelman de toon van de verteller weet vast te houden. Prachtig is bijvoorbeeld diens perspectief op het Engelse straatbeeld. "De jonge boompjes staan in een kooi. Ze hebben er een kooi omheen gezet zodat je ze niet kan jatten. Kzweer 't, het is niet normaal meer. Wie wil er nou een boom scoren?"

'Pigeon English' is een boek vol humor - niet alleen zwarte humor. Het is, zoals de Daily Telegraph het uitdrukte, een moordmysterie, maar dan wel met een heel bijzondere klank, de dialectgekleurde taal van een elfjarige jongen. "In Engeland heb je voor alles een hele zooi woorden. Als je er dan eentje vergeet, is er altijd nog een ander. Super handig is dat. Lullig, wrak en voor mietjes, dat is allemaal hetzelfde. Pissen, zeilen en sassen, dat is allemaal hetzelfde (hetzelfde als je grote vriend een hand geven). Je hebt wel een miljoen woorden voor piemel."

Voilà, dat is de hele shortlist en die weerspiegelt natuurlijk een bepaalde smaak. The Guardian merkte op dat de jury dit jaar wel erg veel nadruk heeft gelegd op 'puur leesplezier'. Die kritiek valt te begrijpen.

Commerciële kansen
De zes romans hebben zeker hun verdiensten, maar zoals wel vaker het geval is, lijkt de jury toch ook met een schuin oog gekeken te hebben naar hun commerciële kansen. En dus zit er niets bij dat de literaire smaak uitdaagt, geen boek dat breekt met de regels van het schrijven, er zit zelfs geen enkele roman bij uit het grootste deel van de Engelstalige wereld: de Caraïben, Azië of Afrika.

Julian Barnes: Alsof het voorbij is. (The Sense of an Ending) Uit het Engels vertaald door Ronald Vlek. Atlas, Amsterdam. ISBN 9789045019659; 160 blz. € 19,95

Carol Birch: Jamrach's Menagerie. Canongate Books, Edinburgh. ISBN 9781847676573; 347 blz. € 10,99

Patrick deWitt: The Sisters Brothers. Granta, Londen. ISBN 9781847083180; 272 blz. € 17,99 9781847676573; 347 blz. € 10,99

Esi Edugyan: Half Blood Blues. Serpent's Tail, Londen. ISBN 9781846687754; 352 blz. € 15,99

A.D. Miller: Snowdrops. Atlantic, Londen. ISBN 9781848874534; 288 blz. € 11,99

Stephan Kelman: Pigeon English (Pigeon English) Uit het Engels vertaald door Paul van der Lecq. De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9781848874534; 287 blz. € 18,90



Ook gokkers mikken op Julian Barnes

Gokken is een Engelse traditie; ook de winnaar van de Man Booker Prize is voor veel Britten een gokje waard. Vorig jaar (2010) werd maar liefst 28.000 pond ingezet bij het gokbureau Ladbroke's, en de jaren daarvoor was dat 20.000 tot 25.000 pond.

Dit jaar mikken de meesten op Julian Barnes, en zowel Ladbroke's als William Hill, een van de grootste Britse gokkantoren, wijzen hem aan als winnaar, met Carol Birch en A.D. Miller op enige afstand. Die verhoudingen kunnen natuurlijk best veranderen naarmate het moment suprême nadert en steeds meer Britten een gokje wagen, zoals meestal gebeurt op de dag voor de bekendmaking.

Geruchten kunnen de zaak flink in de war sturen. Dat was vorig jaar het geval, toen er plotseling zo'n enorme run ontstond op Tom McCarthy's roman 'C' dat het kantoor de deuren moest sluiten. Het was maar een gerucht, en Howard Jacobson ging er met de prijs vandoor. Het gokkantoor had dus best even open kunnen blijven om het geld te incasseren.

© EPA
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden