Review

Zelfs naakt hebben ze elkaar niets meer te bieden

Nachoem Wijnberg is terug op de korte baan. Zijn voorlaatste bundel bevatte veel lange gedichten, maar in het onlangs verschenen 'Alvast' daarentegen is er fors op het woordmateriaal bezuinigd. Ongeveer de helft van deze nieuwe gedichten is niet langer dan vier regels. Op zichzelf is dit winst, want de omslachtige, losgetornde stijl van weleer was naar mijn smaak vaak al te prozaisch.

Anderzijds is Wijnberg nu wel weer érg onmededeelzaam, soms op het stugge en eenkennige af. Ook de afdelingstitels - 'Al die', 'Met al' en 'Alvast' - getuigen, behalve van een fascinatie voor het woordje 'al' in meerdere betekenissen, van een korzelige bondigheid. Behalve kort is deze poezie ook sterk associatief en moeilijk te doorgronden. Wat is bijvoorbeeld de kwintessens van het nu volgende 'Liggen'?

Hij ligt op zijn buik op de grond als begraven

in de hemel die blauw is, donker wordt, blauw wordt.

Hoe kan hij kapotgaan? Langs komen alleen

meisjesachtige vreemdelingen, als verdwenen kinderen omarmde dieren.

Het gedicht zet dreigend en ongewoon in. De man in kwestie ligt er in strofe 1 niet goed bij, 'als begraven' immers, en dan ook nog in een ongewone, weinig piëteitvolle stand, 'op zijn buik'. Vreemd is voorts dat de als-vergelijking 'op de grond' verbindt met 'in de hemel', waardoor dit stilleven een metaforische salto van jewelste maakt, en dat er in één moeite door een etmaal verstrijkt.

Mij doet 'de hemel die blauw is, donker wordt, blauw wordt' onmiddellijk aan Genesis denken: 'Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag'. Waar gaat dit over? Een depressieve man? Een bruusk in het graf gesmeten geexecuteerde? Of is het een destructief scheppingsverhaal?

Strofe 2 voegt nieuwe dreigende elementen toe: de hij kan 'kapotgaan', staat er, waardoor hij zomaar zijn menselijkheid verliest en tot ding verwordt. Misschien is het wel een pop die geslachtofferd wordt in een duivelse kinderwereld; de beladen beelden in de slotregel zouden in die richting kunnen wijzen.

Hoe langer je naar dit gedicht kijkt, hoe geheimzinniger en fascinerender het wordt. Onlust viert in deze paar regels hoogtij, maar het is moeilijk om de voorstelling concreet te plaatsen. En zo gaat het vaak in deze bundel. De taal is eenvoudig, maar de opgeroepen situatie is dat niet. De personages blijven vaag en oningevuld. Ook ontbreekt het grammaticale onderwerp nogal eens; in 'Roes', dat uit zeven zinnen bestaat, komt zelfs niet eenmaal een onderwerp voor.

Dit alles verleent aan Wijnbergs poëzie een uitgesproken onpersoonlijk karakter. Zelfs in min of meer erotische gedichten overheerst een koele afstandelijkheid. In 'Vrijgevig' wordt aldus een naakt geportretteerd: 'Te zwaar voor haar jurk? / (Doe een jurk aan die mooie benen laat zien?) / / Geen afdrukken op haar huid (verder dan naakt waarheen?)'.

Ditmaal is de voorstelling globaal wel begrijpelijk, maar de inwerking daarvan op de buiten beeld gelaten beschouwer niet (allemaal vraagzinnen!). Wordt dit naakt met welgevallen bezien of is het al te vrijgevig? En waarheen verwijst 'verder dan naakt waarheen?' eigenlijk?

Er blijft dus veel onduidelijk in deze gedichten. In de geciteerde voorbeelden is dat, gezien hun suggestieve kracht, geen bezwaar, maar Wijnberg overdrijft het wel. Soms is hij gewoon duister vanwege slordig taalgebruik of omdat hij essentiële informatie lijkt achter te houden.

Hij doet geen enkele poging de lezer te verleiden. Zijn verzen zijn franjeloos, onthecht, en neigen in hun onafgewerktheid naar het conceptuele. Maar op hun beste momenten zijn ze mysterieus op een onthullende manier. Het komt me voor dat 'Alvast' ook de al dan niet bewuste neerslag is van een midlife crisis. Met name de eerste afdeling roept een beschadigde, door misrekeningen vertroebelde wereld op. Zo geeft 'OK' een tragisch cynische kijk op een vastgelopen relatie: 'Zij breken elkaars armen, benen, / veel te langzaam'.

Zelfs naakt hebben de ex-geliefden elkaar niets meer te bieden: 'Wat is er te zien, wat is er te zien?', zo luidt de schampere slotregel. De naakte waarheid is dat hun relatie - de titel schijnt daar ook ironisch op te zinspelen - niet OK, maar veeleer KO (knockout) is. Andere gedichten in deze afdeling evoceren soortgelijke gevoelens van onvrijheid en vastgeroestheid ('Ik verander niet meer').

De tweede en derde afdeling zijn zwakker en minder eenduidig, maar bevatten ook enkele sterke uitzonderingen. 'Dochter in winkel, vader daarbuiten' boeit vanwege de mengeling van distantie en sentiment: 'Bij de ingang van de winkel zegt de vader: / "Hier is geld. Ik blijf wel buiten wachten. / / Je hoeft je niet te haasten. Koop je eerste grote jurk".'

De personages zijn weer wazig, maar de emotionele lading is glashelder. De ingang van de winkel fungeert voor de dochter tevens als toegang tot de volwassenheid, waarvan het symbool, haar 'eerste grote jurk', daar ergens aan de rekken hangt. Voor haar is het kopen van de jurk een feestelijke initiatie, voor de vader een pijnlijk afscheid van het kind dat zij was. Door voor de ingang een pas op de plaats te maken, laat hij haar symbolisch los. In 'Nu zien' gaat het opnieuw, maar meer gecamoufleerd, om de relatie tussen vader en dochter:

Nu zien en later niet kunnen herinneren

of als iets wat niet te herkennen is in de herinnering

(niet plotseling of langzaam te zien dat het het is)

maar wat zij meteen zou herkennen en haarzelf aan haarzelf

vertrouwd zou maken als zij het terug zou vinden,

maar wat zij zeker niet terug zal vinden - waarom zou zij,

een vrouw van weinig jaren (zij kan ze tellen),

zich mij niet zo kunnen herinneren?

Het nu wordt alvast bezien vanuit een later tijdstip, als herinnering, en dan blijft er weinig van over. De dochter zal zich onmogelijk nog alle details van haar relatie met vader kunnen herinneren, hoe vertrouwd hij haar ooit ook is geweest. Voor de vader werpt dit besef nu al een schaduw over het schijnbaar zo lieflijke heden.

Het is een door en door eenzaam gedicht en het biedt ondanks zijn prozaïsche outfit en quasi onhandige woordherhalingen poëzie op het scherpst van de snede. In een bundel die toch ook veel cryptische dalen bevat, staat dit ongeposeerde hoogstandje beslist niet alleen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden