Review

Zelfs die vlo ontgaat biograaf van politicus Wilhelmina niet

In de inleiding tot zijn beschrijving van de eerste 38 levensjaren van koningin Wilhelmina zet Cees Fasseur zijn bedoelingen uiteen: geen overbodige details van de vele ceremoniële, met ijzeren regelmaat terugkerende gebeurtenissen, maar een poging tot reconstructie van de politieke rol die Wilhelmina binnen het Nederlandse staatsrecht speelde en de invloed daarop van haar persoonlijkheid en privé-leven.

JAN KUIJK

De rol die Fasseur zichzelf daarbij toekent: geen lakei, maar evenmin scherprechter. In die toeleg is hij geslaagd.

Maar er mag nog wel iets meer gezegd worden. Fasseur combineert een chronologische met een thematische opzet: Wilhelmina's opvoeding in een tragisch korte jeugd - als elfjarige al werd zij te oud bevonden om nog met poppen te spelen - het in een meisjesachtige verliefdheid begonnen maar allengs doodlopende huwelijk, en ten slotte haar plaats als staatshoofd. Dat geeft het boek een heldere vorm.

'Geen overbodige details' belooft Fasseur, maar gelukkig vormt het soms zeer gedetailleerde boek wel een bron voor de verrijking van onze nutteloze kennis.

Zelfs de vlo die zij in 1906 in de tram in Dresden opliep ('ook niet aangenaam', was haar commentaar) wordt ons niet onthouden, zomin als Hendriks uitnodiging aan Emma om te helpen zijn kamers op te ruimen - een werkje waarin Wilhelmina niet uitblonk. Zulke mededelingen, soms maar één zin lang, geven het boek, samen met Fasseurs soms ironische toon en persoonlijke terzijdes, een grote amusementswaarde.

Fasseur had - zonder enige beperking, zoals hij verzekert - toegang tot het Koninklijk Huisarchief. Dit betekent dat heel wat onbekend materiaal ons wordt geopenbaard: Wilhelmina was een ijverig briefschrijfster. Fasseur prijst in dit verband haar eerste (huis)onderwijzer, Gediking, die er streng op toezag dat zijn leerlinge een leesbaar handschrift kreeg, want niets kan een historicus in het archief tot groter neerslachtigheid bewegen dan onleesbaar geschreven stukken.

Niet alleen was Wilhelmina een ijverig briefschrijfster, maar ook maakte ze regelmatig aantekeningen over wat haar overkwam of inviel. Tegelijk ontkwam ze niet aan de verleiding waaraan eenzame mensen met een open haard blootstaan, namelijk het vernietigen van allerhande historisch materiaal.

Direct na haar huwelijk begon ze levendig brieven uit te wisselen met haar soms als 'Spekkie' aangesproken moeder, met wie zij tot haar trouwen had ingewoond. Emma heeft de brieven van Wilhelmina allemaal keurig bewaard - een waardevolle historische bron voor Fasseur. Emma's brieven daarentegen zijn in de open haard op het - tochtige en van slecht sanitair voorziene - Loo verdwenen, evenals de tussen Wilhelmina en Hendrik gewisselde correspondentie. Overigens, de van de Hendriks hand bewaard gebleven brieven duiden niet op een epistolair talent.

Dat is al een aanwijzing voor wat in feite de makke was in dit huwelijk: het grote verschil in intellectuele toerusting van de echtelieden, om het probleem wat voorzichtig te omschrijven. “Een behoorlijk gesprek was met hem niet te voeren”, noteerde Emma's kamerheer Pauw van Wieldrecht.

Fasseur schrijft uitvoerig en openhartig over de totstandkoming (en de noodzaak) van een huwelijk: hoe een even slimme als ambitieuze Emma met haar al even gewiekste secretaris De Ranitz alle - vooral in Duitsland levende - gevoeligheden omspeelde. De kandidaat moest protestant zijn en uit een regerend vorstenhuis komen, maar zelf geen kans meer op de troon maken. Vanwege de Boerenoorlog kwam een Britse kandidaat niet in aanmerking en ook de Pruisen met dat verschrikkelijke en bemoeizuchtige (verre) familielid Wilhelm II moesten op een afstand gehouden worden.

Ten slotte mocht ook op het persoonlijk leven van de kandidaat niets aan te merken zijn, iets wat in die tijd niet voor de hand lag bij jongelieden uit de betere kringen, om dat jargon even te lenen.

Een speld in een hooiberg dus, deze Hendrik, maar Wilhelmina was erg verguld met hem. Zij brengt haar wittebroodsweken door op het volkomen ingesneeuwde Loo, waar het personeel is weggestuurd en vanwaar zij in enthousiaste brieven haar moeder - en in dat voetspoor Fasseur en ons - bij wijze van spreken een kijkje tussen de lakens gunt.

Voor Emma is dat natuurlijk als manna uit de hemel, maar Fasseur kan het niet laten haar ook te beschrijven als de jaloerse, maar tegelijk nuchtere (schoon)moeder. “She licks the dust of his shoes”, laat ze Wilhelmina's Engelse ex-gouvernante Elisabeth Saxton Winter weten en ze vraagt zich af: “Will it ebb away gradually and settle down in wholesome love? Will it cease suddenly because she has been awakened to reality? But how awful then!”

Vanaf het begin lag dit huwelijk onder de doem waarmee elke zwangerschap met angst tegemoet moest worden gezien (in twaalf jaar vijf miskramen). Voor elk echtpaar is dat een bezoeking, maar in dit huwelijk werd bovendien de voortzetting van de dynastie als een hoge plicht gezien. (En dan het liefst weer in de mannelijke lijn: toen zij zwanger was van Juliana schreef Wilhelmina een 'Leidraad voor de opleiding van den Koning' - voor het geval zij de bevalling niet zou overleven?.) Schuldgevoel en verdriet over deze tegenslagen wisselen elkaar af en als na twaalf jaar de artsen het echtpaar voor twee of drie jaar de gemeenschap verbieden, bloedt het huwelijk stilaan dood. Aanwijzingen over scheidingsplannen heeft Fasseur echter niet gevonden.

- Zie verder pagina 16

Wilhelmina verkende steeds de grenzen van het staatsrecht VERVOLG VAN PAGINA 15

Verhalen genoeg, maar wie daarbij blijft stilstaan doet het boek en de schrijver onrecht. Het ging Fasseur immers vooral om de reconstructie van de politieke rol die een bij alle beperkingen en eenzijdigheid toch formidabele persoonlijkheid als Wilhelmina binnen het Nederlandse staatsrecht speelde.

Wat dat betreft hebben we het met de auteur getroffen. Hij is niet alleen een voortreffelijk verteller en historicus, maar ook een geducht jurist (vóór zijn benoeming tot hoogleraar in Leiden was hij hoofdambtenaar op het ministerie van justitie; zijn invloed bij de totstandkoming van de nieuwe politiewet, waar politici en bestuurders nu overuren voor maken, moet niet worden onderschat). De lezers van dit boek danken er menig argeloos gebracht lesje staatsrecht aan.

De politieke rol van het staatshoofd wordt in de jaren voor en na de eeuwwisseling steeds belangrijker door het langzaam op gang komen van een georganiseerd partijsysteem en de daarmee samenhangende verbrokkeling van het parlement. Daardoor werd het steeds noodzakelijker bij de kabinetsformatie coalities te smeden - een klus waarin het staatshoofd een belangrijke rol kreeg (of zich toe-eigende).

Al die bedaagde mannen om haar heen mogen zich koesteren in de persoonlijke sym- en (vooral) antipathieën van deze jonge vrouw. Zij koestert ook eigen gedachten over partijvorming (rijkelijk vaag uiteraard; niks links of rechts, maar gewoon een 'middenpartij' en liefst 'gemengde' en als het even kon 'sterke' kabinetten) en zet heel concrete gedachten op papier zet over de opbouw en hervorming van het leger. Dat laatste heeft menig bewindsman op Oorlog een voortijdig einde van zijn ministeriële carrière bezorgd. En in 1913, als alle verstandige mensen hun adem inhouden over een mogelijk oorlogsgevaar, geeft zij aan kabinetsformateur Bos te kennen dat de minister van buitenlandse zaken 'niet bijzonder kundig' behoeft te zijn.

Ze bedenkt het uiteraard niet allemaal zelf. Voor de legerplannen heeft zij haar eigen vertrouwde officiersstaf en De Savornin Lohman (in wie zij een groot vertrouwen heeft omdat hij steeds attent was op versterking van haar staatsrechtelijke positie) heeft haar vast wel laten delen in zijn afkeer van 'partijkabinetten'. Politici denken alleen in partijbelangen, meende zij; zij daarentegen dacht uitsluitend in landsbelangen. Daar lag haar scheidslijn van goed en kwaad.

Het zijn allemaal zaken die wij herkennen in de rol die Wilhelmina in Londen en de eerste jaren na de oorlog probeerde te spelen. Het is een verdienste van Fasseur dat hij de wortels van dit alles in een zo vroeg stadium heeft weten te vinden.

Niet alleen Wilhelmina koestert haar parti-pris (vooral Kuyper is de gebeten hond), ook Fasseur blijkt daar aardig weg mee te weten. Dat levert soms vermakelijk-malicieuze mini-portretjes op. Zo pepert Fasseur ons herhaaldelijk in dat De Savornin Lohman - een van de weinige echte vertrouwelingen van Wilhelmina - een 'opvliegende driftkop' was ('onberekenbaar' zelfs) en dat zijn geen mooie eigenschappen voor een christen-staatsman.

Raadpleging van het notenmateriaal leert dat Fasseur hier, zoals trouwens voor zijn hele boek, sterk leunt op het dagboek van de liberale politicus, jurist en historicus De Beaufort - een prachtig en waardevol historisch document van een interessante man, maar dat net als alle ego-documenten met de nodige omzichtigheid verdient te worden gehanteerd. Fasseur wekt, als je ook alle noten tot je neemt, nu de indruk alsof het hem door de engel Gabriël persoonlijk is aangereikt.

Hoezeer Fasseur onder de indruk is van De Beauforts herinneringen en dagboek, bewijst de vermelding van De Beauforts overlijden in april 1918 als illustratie van de spanning waarin Nederland toen leefde. Het is een van de vele persoonlijke noten die Fasseurs betrokkenheid illustreren.

In een andere, ironisch vroom-geseculariseerde noot schetst Fasseur hoe nijpend in die laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog de situatie voor ons land was: “Als er inderdaad een God bestond die over Nederland waakte, dan had deze zich in deze moeilijke jaren andermaal van zijn beste zijde doen kennen.”

In dat angstige jaar 1918 voert Fasseur het eerste deel van deze biografie tot een dramatisch hoogtepunt: Toch nog oorlog? Zal de revolutie bij Zevenaar halt houden? Wat te doen met de naar Nederland gevluchte Duitse keizer?

Aan het slot van dit alles mag de lezer zijn beeld van Wilhelmina invullen (of bijstellen): egocentrisch, grillig, geen kosmopoliet, eerder wat bekrompen, een moedige vrouw die zich staande moest houden in een soms gesloten en zelfbewuste mannenmaatschappij, met hoge opvattingen van haar plicht, studieus, schrander en intelligent (maar niet altijd even verstandig), steeds de grenzen van het staatsrecht verkennend en die ook wel eens overschrijdend.

Een niet eens zo onpartijdige of a-politieke politicus, die hier haar politieke biografie heeft gekregen. Heel wat van haar tijdgenoten-politici zijn daar nog niet aan toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden