Review

Zeelui zonder zee en zonder schip

Jacobus Bos is door de kritiek stelselmatig genegeerd. Onterecht, want zijn vijfde bundel bevat suggestieve poëzie die onze aandacht waard is.

Jacobus Bos (1943) ontbreekt in alle actuele literaire naslagwerken en in de Dikke Komrij is hij evenmin opgenomen. Zelfs de zoekreus Google schijnt deze dichter nauwelijks te kennen. Toch verscheen onlangs zijn vijfde bundel ’Zingt de zee’. Bos’ onzichtbaarheid lijkt te wijten aan zijn onzekere publicatieritme. Zijn debuut in 1969, een verhalenbundel, werd alom gekraakt. Pas eind jaren tachtig maakte hij zijn rentree, ditmaal met twee dichtbundels die in de spaarzame kritieken werden afgedaan als Faverey-epigonisme. Opnieuw viel hij lange tijd stil, om pas in het nieuwe millennium met drie nieuwe bundels terug te keren.

De kritiek heeft ook dit nieuwe werk genegeerd. Mogelijk vanwege regels als deze (uit 2002): ,,Geen spoor nalaten. // Geen spoor volgen. / Geen spoor nalaten / dat wordt gevolgd. / Geen spoor volgen // dat werd nagelaten’’. Inderdaad: net Faverey, het aan- en meteen weer afwezig zingen in de taal, dat muffe welles-nietes-spel van het voormalig hermetisme.

Maar zo’n flard doet Bos geen recht. ’Zingt de zee’ dwingt ons het oordeel over zijn ’slaafse’ navolging te herzien. Zijn symboliek, de vloeiende verbinding van natuurbeelden met de doods- en liefdesthematiek en de grimmige, soms groteske humor hebben met het oude hermetisme weinig van doen.

Zó bijvoorbeeld verschijnt de dode geliefde in een droom: ,,Ze zag er stralend uit. Alsof die jaren / dood haar goed hadden gedaan’’. Zo’n semiparadox – dat de dood je goed kan doen – komt toch aan. Voluit paradoxaal is de wildplasser op een verláten plein ’die naar iedereen zwaait die naar hem gebaart’. En wat te zeggen van ’Zeelui zonder zee en zonder schip’ of ’Dwazen die een boot bouwen in hun huis / die groter blijkt dan de kamer’? Dit alles heeft een licht bizarre lading met existentiële implicaties.

In de afdeling ’De drinker’ is de drank de hallucinatoire katalysator die alles op scherp zet. De alcoholist, ‘meester in het verplaatsen van / de inhoud van flessen en glazen’, staat hulpeloos tegenover zijn panische visioenen. Zo meent hij ergens dat hij in een door ruiters (bij Bos vaak symbool van de dood) onveilig gemaakt woud aan een boomstam is vastgebonden. Hij vangt deze voorstelling, zoals vele andere in deze bundel, in een maritieme metafoor: ,,Mast met drenkeling // in een zee van mensen. Ieder gezicht / dat ik ooit van mijn leven heb gezien’’. Een prachtig van doodsnood vergeven beeld dat de drinker letterlijk overspoelt. Het lijkt, met het zien van alle gezichten die hij ooit zag, alsof zijn levensfilm bij het sterven wordt afgedraaid.

De natuur is als gezegd overrompelend aanwezig, als bruids- en doodskleed, liefde en leven gevend maar ook weer nemend. De afdeling ’Een man een man’ slaat geheel door naar het doodselement: moord, zelfmoord, doodslag et cetera.

Het kadergedicht (titelloos, zoals alle gedichten) komt ook uit deze afdeling en staat ons daar als een poëtische vogel- annex mensenverschrikker onze sterfelijkheid in te peperen. Dit ’gedenk te sterven’ is evident de ’boodschap’ maar het gedicht heeft veel dat mysterieus blijft. Waarom moet uitgerekend een opgehangen struikrover, tot skelet vergaan, hier de allegorische rol van Elckerlyc, van iedereen dus, spelen? Zeker, net als hij loopt ieder mens ooit tegen de lamp (vs.10), tegen de dood aan. Maar struikrovers bestaan niet meer!

En waar heeft hij het inderdaad over (vs.1) met die tinkelende ribben (vs.7-8) van hem? Kennelijk (vs.2-6) over zichzelf als jongetje op het strand, ergens in de jaren vijftig schat ik (vanwege het belegen ‘ijsco’). De tijd waarin ook Bos opgroeide. Dat jongetje zeurt, ijsje of niet, want heeft het koud en moet zo nodig! Zoals alle jongetjes op een middagje strand het wel een paar keer moeilijk hebben. Misschien is die struikrover wel struikrover omdat hij het jongetje in hemzelf onverhoeds ‘geroofd’, weggenomen heeft toen hij man werd? Dan is hij dus twee keer gestorven (‘doder dan dood’). En jaagt hij ons daarom dubbel schrik aan.

De bundel bevat meer van dit soort suggestieve verzen. Dan moeten we ook maar eens stoppen met Bos te negeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden