Tv-columnRenate van der Bas

‘Ze noemen me Baboe’, een fictief verhaal over hoe het echt was

Gaat lekker zo, de laatste weken, met de reputatie van de televisie als platform voor de verheffing en verbinding van het volk. Het medium lijkt vaak een oververhitte kroeg, waar aan alle tafeltjes vrijewoorders, nieuwe NSB’ers en argeloze passanten druk zitten te zwartepieten. En waar na sluitingstijd de competitie tussen de Betere en de Nóg Betere Nederlanders luidkeels doorgaat, in de socialmediasteegjes rondom.

Tenzij je gewoon naar andere dingen kijkt natuurlijk. Want wat een verademing was ‘Ze noemen me Baboe’, maandag op NPO 2. Een wonderschone, poëtische documentaire over het rechttrekken van ongelijke verhoudingen in Indonesië. Maakster Sandra Beerends spitte hiervoor honderden films uit de jaren dertig en veertig door, vaak amateurfilms van Nederlandse families. Ook verzamelde ze getuigenissen van de kindermeisjes in deze gezinnen, baboes genaamd.

Beerends ontdekte al snel dat baboe helemaal geen Indonesisch woord is. Het is een door Nederlanders bedachte combinatie van de woorden ba en boe, mejuffrouw en moeder. Voor veel Indonesiërs heeft baboe nu net zo’n negatieve klank als koelie, slaaf of neger, zo vertelde Beerends onlangs op de radio in ‘Nooit meer slapen’. Ook de term Indisch is beladen, leerde ze. Iets wat Indisch is, daar heeft altijd wel een Europeaan zich mee bemoeid, het duidt op gemengde cultuur. ‘Bedoel je iets puur Indonesisch, zeg dan Indonesisch’.

Tientallen echte vrouwenlevens schreven dit verhaal

In ‘Ze noemen me Baboe’ vertelt Alima haar levensverhaal. Als jong meisje vlucht ze van huis, omdat een oom haar wil uithuwelijken aan een Chinese schuldeiser. “Alsof ik een vetgemeste karbouw ben die zijn gokschulden kan aflossen.” In de stad vindt ze een baan bij een Nederlandse familie, als verzorgster van Jantje. Ze houdt van het kereltje. Lekker, leuk, lollig, lief en lastig: dit zijn niet voor niets de eerste woorden Nederlands die Alima leert. Alima gaat mee op verlof met de familie naar Nederland. De bootreis, met onder meer een stop in Egypte – kamelen! Piramides! – zorgt voor overdonderende ervaringen. Althans bij Alima; haar bazen verblikken of verblozen niet. “De Nederlanders gedragen zich overal op de wereld alsof die van hun is”, constateert ze verbaasd.

Teruggekeerd maakt ze de Japanse inval mee, verdwijnen Alima’s werkgevers in het kamp, volgt de onafhankelijkheidsoorlog. Nederland eist het land weer op. Alima hoort de Nederlanders zeggen: ‘Ons land is afgepakt’. Maar zij heeft allang geleerd hoe het echt zit: “Wij pakken niet af, wij nemen terug.”

Nu bestaat Alima niet echt, in de strikte zin is dit een fictief verhaal. Maakt dat ‘Ze noemen me Baboe’ als documentaire minderwaardig? Integendeel. Het unieke en briljant gemonteerde filmmateriaal is echter dan echt, en tientallen echte vrouwenlevens schreven dit verhaal. Als een indrukwekkende waarheid, door actrice Denise Aznam verteld in een tegelijkertijd dromerig en indringend klinkend Bahasa Indonesisch.

Een hypnotiserende stem die je dagelijkse leven even tot stilstand brengt. Voor zover de beelden van de rituelen, de kostuums, de wajangpoppen, het straatleven, het werken in de kapok dat al niet deden. Allemaal in zwart-wit gefilmd, en vaak wat vaag. Maar in mijn hoofd en hart opgeborgen in haarscherpe kleuren.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden