Oorlogsvrijwilliger Ton Kelders: ‘De vijand kon iedere man, vrouw of kind zijn’.

Tv-recensie Maaike Bos

Ze gingen als held naar Indië en kwamen als schoft terug

Het heeft me de hele nacht niet losgelaten, het eerste deel van de vierdelige serie ‘Onze jongens op Java’ (BNN-Vara) van Coen Verbraak. Zeventig jaar hebben veel veteranen gezwegen over de dekolonisatieoorlog in Nederlands-Indië. Nu heeft Verbraak er veertien bereid gevonden om erover te spreken. Oude, broze mannen zijn het nu, met nog elke nacht nachtmerries. Deze nieuwe Verbraak-interviewreeks is historisch.

Allerlei gedachten gingen door m’n hoofd toen ze vertelden over de smerige oorlogswerkelijkheid van die ‘politionele acties’. Dat ze toch echt immorele daders waren geweest, maar dat ik ze als ‘onze mannen’ bleef zien. Dat ze namelijk ook slachtoffer waren van een verkeerd voorgestelde missie, of gewoon piepjonge dienstplichtige waren.

Hoe oud die gezichten ook zijn, ze worden weer jong in hun levendige herinneringen. En of ze nu praten over hun training, de wekenlange bootreis of de patrouilles in het exotische land, steeds zijn er knap opgeduikelde historische filmbeelden bij.

God, Nederland en Oranje

Aan het begin schetst Verbraak de context. In augustus 1945 kwam er een eind aan de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Twee dagen later riep Soekarno de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Terecht, zouden we nu zeggen. Maar in die tijd hoorde de kolonie zó bij de trits God, Nederland en Oranje, dat Nederland gewoon op de oude koloniale voet verder wilde. In vier jaar tijd stuurde het 120.000 oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen naar Indië om ‘rechtvaardigheid te brengen en een eind maken aan moord en roof’.

Geen wonder dat de vrijwilligers zich meldden. “Mensen uit de hele wereld hadden hun leven voor ons gegeven, en in Indië waren de mensen bezet. Wij moesten hén bevrijden”, legt Ad Jansen in legerbaret uit. Vrijwilliger Bert Hofman zag het anders en ging voor het avontuur. “Mensen bevrijden en beschermen, dat was flauwekul natuurlijk. Het ging er gewoon om de kolonie te behouden.” Achteraf vinden de veteranen het onbegrijpelijk dat ze, na vijf jaar onderdrukking in eigen land, zelf nog vier jaar de bezetter uitgehangen hebben. Ze gingen er als held heen en kwamen als schoft terug.

‘In stukkies’

Verbraak bouwt de gesprekken zo fluweelzacht op dat de vriendelijke mannen minutieus vertellen hoe ze tot geweld kwamen. Het begon met de magere voorbereiding en onwetendheid over Indië. Ze hadden te lange geweren en haperende stenguns. Ze droegen Britse uniformen waarin de kogelgaten van gesneuvelden waren versteld. En ze waren getraind op een open vijand, maar dit was guerrilla. “De vijand kon iedere man, vrouw of kind zijn”, vertelt vrijwilliger Ton Kelders. Wie eigenwijs geen twee man meenam naar de rivier om zich te wassen, “werd teruggevonden met de ogen en tong eruit, de penis waar de tong zat, en in stukkies”.

Marteling, verminking, 24 uur per dag vijandelijkheid. “De moordlust komt op wanneer je een kameraad ziet vallen”, zegt een ander. In zo’n gewelddadige context pleegden zij ook buitensporig geweld. “Je dacht er niet over na”, zegt dienstplichtige Goos Blok. Deze guitige man had diep berouw en reisde in 1986 terug naar Bali om excuses te maken. Hij kreeg er applaus voor. En neemt nu een slok koffie om de opwellende tranen te beheersen.

Vier keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden