Interview Zara Dwinger

Zara Dwinger: Mijn ambities zijn soms te groot, maar dat moet in dit vak

Zara Dwinger: ‘Ik denk aan André Hazes, die ondanks zijn succes voor elk optreden misselijk was en bang om te falen.’ Beeld Bram Petraeus

Filmmaakster Zara Dwinger werkt aan het plan voor haar eerste lange speelfilm, over een meisje van tien dat door haar labiele moeder wordt ontvoerd.

Het gaat ‘heel goed’ met haar carrière, zegt Zara Dwinger (1990) in haar stamcafé in Amsterdam. Tweeënhalf jaar geleden studeerde ze af aan de filmacademie. Sindsdien rijgen de successen zich aaneen. Met haar afstudeerfilm ‘Sirene’ won ze nationaal en internationaal vijftien prijzen. Haar volgende korte film ‘Yulia & Juliët’ mocht ze laten zien op het Nederlands Filmfestival en de Berlinale. Momenteel legt ze de laatste hand aan haar derde film, ‘A Holiday from Mourning’, waarvoor ze voor het eerst ook zelf het script schreef. Net als in haar vorige films gaat het over pubers. Met een team van zeven mensen reisde ze voor de opnames naar de Algarve in Portugal. “De film speelt zich af in zo’n party-oord waar middelbare-scholieren na hun eindexamen gaan feesten.” 

Een plan voor een lange speelfilm

Tussen het maken van deze film door werkte ze de afgelopen maanden samen met Nena van Driel, die ze kent van de filmacademie, aan een plan voor een lange speelfilm. Dat stuurden ze in voor Cinema Junior, een competitie waaraan ook gerenommeerde filmmakers meedoen. Het Filmfonds koos er zes uit en Dwinger en Van Driel zitten erbij, hoorden ze onlangs. Nu hebben ze tot 5 mei de tijd om hun plan verder uit te werken tot een zogenaamd treatment. Daarvoor krijgen ze elk een honorarium van 5000 euro. Dwinger: “Twee teams vallen dan af. De overgebleven vier mogen een scenario ontwikkelen. Daaruit worden er vervolgens twee gekozen die de film daadwerkelijk mogen maken met geld van het Filmfonds.” Die beslissing valt waarschijnlijk pas over een jaar en zover wil ze niet vooruit denken. “Dat het Filmfonds iets ziet in ons plan, maakt me al ongelooflijk blij.” 

Anders dan in haar korte films draait het in haar eerste lange film, met de werktitel ‘Salto’, niet om pubers maar om een kind. “Het gaat over een meisje van ongeveer tien dat niet doorheeft dat ze wordt ontvoerd door haar moeder, die psychische problemen heeft. Wat doet dat met een kind? Vanuit die optiek willen we de film maken. Het meisje houdt van haar moeder, maar op een gegeven moment gaat het tussen hen schuren.” Dat proces van ‘aantrekken en afstoten’ is voor haar herkenbaar, maar de film is niet autobiografisch. “Ik heb geen moeder met problemen, maar kan me wel identificeren met kinderen die zoiets meemaken. Het visualiseren van de gevoelens van meisje en moeder is niet gemakkelijk. En dan moet er ook nog sprake zijn van spanning en een mooi avontuur.”

Het meest leer je in de praktijk

Hoeveel ze ook heeft opgestoken op de filmacademie, het meest leer je toch in de praktijk, is haar ervaring. Een goede leerschool was haar laatste film. “Dan sta je daar in Albufeira en ontdek je dat de locatie niet gelukt is of dat dingen anders uitpakken. Ondanks de stress moet je dan toch creatief blijven en ook leren dingen los te laten. Mijn ambities zijn soms te groot, maar dat moet ook in dit vak.”

Ja, ze heeft succes, maar in de filmwereld weet je nooit wat er nog gaat komen. “Ik moet nu al iets bedenken voor het geval we die lange speelfilm niet kunnen maken. En dan is er nog die eeuwige twijfel bij elk nieuw project of ik het wel kan.” Inmiddels weet ze hoe ze haar onzekerheid kan bevechten. “Ik denk dan aan André Hazes, die ondanks zijn succes voor elk optreden misselijk was en bang om te falen.”

Cinema Junior is een samenwerkingsproject van het Filmfonds, VPRO, NTR en CoBO (Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep). Doel is speelfilms te ontwikkelen voor kinderen van 8 tot 12 jaar, zoals ‘Knetter’ (2005), ‘Kikkerdril’ (2009), ‘De Indiaan’ (2009), ‘Kauwboy’ (2012) en ‘Brammetje Baas’ (2012).

Lees ook:

De financiën van deze kunstbeloften houden geen gelijke tred met hun artistieke succes

Bijna twee jaar na hun afstuderen zijn de vier veelbelovende kunstenaars, die Trouw sindsdien volgt, veel ervaringen rijker. Zelf lesgeven is nu een optie. Financieel blijft het tobben.

Hoe overleef je als jonge kunstenaar?

Kunstenaars moeten een eerlijke beloning krijgen, vindt minister Van Engelshoven. Daar is nu nog geen sprake van. Trouw volgt sinds een jaar vier veelbelovende jonge kunstenaars. Zij verdienen weinig, schrappen de vakantie, wonen anti-kraak en lopen door op oude schoenen. Maar ze klagen niet.

Afgestudeerd met hoge cijfers, maar hoe word je daarna kunstenaar?

Ze studeerden veelbelovend af met hoge cijfers. Hoe word je daarna kunstenaar? Trouw volgt de komende jaren vier kunstbeloftes op weg naar hun doel. Afl. 1: op de drempel. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden