Review

Zapp Quartet is een Hollandse delicatesse met lekkere ’bite’

Strijkers die hun instrumenten met wervelende improvisaties bevrijden van de dwingende klassieke partituur zijn geen uitzonderlijk verschijnsel op de jazzpodia. Violisten Didier Lockwood, Jean-Luc Ponty, Regina Carter of Tim Kliphuis, cellisten Ernst Reijseger, Tristan Honsinger, Stephan Braun of Hank Roberts, allemaal soleren ze zich eigenwijs naar de hoge top om zich te scharen tussen legendes van weleer als Stephan Grappelli, Joe Venuti of Oscar Pettiford. Maar een heel kwartet dat zich improviserend naar de sterren in de hemel strijkt? Dat is uiterst zeldzaam.

Ronduit uniek is het Zapp String Quartet. Vooral omdat violisten Jasper le Clerq en Friedmar Hitzer, altviolist Oene van Geel en cellist Emile Visser hun snedige reacties niet alleen in de jazz afvuren, maar zich met dezelfde klaarheid uiten in wereldmuziek, pop, klassieke en moderne muziek. Elke zichzelf avontuurlijk achtende onderzoeker van genregrenzen voelt zich door hen uitgedaagd en wil graag een podium met ze delen, en niet alleen in Nederland.

Zapp presenteert zich als een Hollandse delicatesse met een ’bite’ die zich ook in het buitenland laat smaken. Zo lieten de Amerikaanse en Canadese musici en componisten Mark Feldman (zelf een begenadigd violist), John Scofield, Allan Gilliland, Brent Fischer, Mike Kenealy en Gene Dinovi – bepaald geen kleine jongens – zich door het eclectische viertal inspireren bij het componeren van nieuwe stukken voor de kersverse Zapp-cd ’Peculiar’.

De heldere strijkersklank, de razend strakke ritmes en het oor voor vorm dat de grilligste structuren laat beluisteren als aanstekelijke liedjes, is weer helemaal Zapp. Van Scofields in stevige rock gemetselde ritmes in de titeltrack, de groovend geplukte oriëntaalse blues ’Exteebo’ van Feldman, tot de donkere klassieke tinten in ’Jelly’ van Le Clerq, een van de vijf stukken die de strijkers zelf schreven. Want Zapp zou Zapp niet zijn zonder eigen inbreng in het repertoire. Zo tekende Van Geel voor een paar werken met een lekkere swing – up-tempo en groovy in ’Open the Windi’, en relaxt en expressief in ’Pucasso & Lump’.

Ook de arrangementen zijn om van te smullen. Zoals de prachtige ensembleklank waarmee de Canadese pianist Gene Dinovi (met de hele jazzgeschiedenis in de tachtigjarige vingers) in ’LA Blues’ zijn gave toont als orkestrator. En Erwin Krol zal het water in de mond lopen als Allan Gillilands ’Wind Machine’ zich aandient. Zomerbriesjes, herfststormen en naderende orkaanfronten rollen met flinke vaart door de beeldende verklanking van het dynamische spel van de wind om vervolgens met bizarre Zappaëske turbulentie scherpe bochten aan te snijden in Mike Kenealy’s hoekige ’Gita Minor’. Een vlammende cd! (AS)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden