Tien geboden

Xandra Brood: Herman liet alles maar gebeuren

Xandra Brood: "Wonderlijk hoe iedereen Herman opeens veel beter leek te kennen dan ik".Beeld Mark Kohn

Xandra Brood (Breda, 1958) is styliste. Ze trouwde in 1985 met Herman Brood, die op 11 juli 2001 een einde aan zijn leven maakte. Xandra's biografie, 'Rock-'n-Roll Widow', geschreven door Rutger Vahl, verschijnt op 26 januari.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten
"Wat maakt het jou nou uit wat een ander gelooft? Ik snap het hele punt niet. Al die oorlogen, al die misstanden - en waarom? Omdat jouw God groter is dan die van mij? Ik ben katholiek opgevoed, maar ik heb nooit geloofd dat wij hier op aarde zijn om God te dienen of zoiets dergelijks. We zijn hier om lief te zijn voor elkaar. Als ik ergens in geloof, dan in karma: wie goed doet, goed ontmoet. Het lijkt er wel eens op dat sommige mensen slechte dingen kunnen doen en daar vervolgens toch mee wegkomen, maar ik ben nog nooit in de verleiding gekomen om me dan ook maar te gaan misdragen. Het voelt gewoon veel beter om het goede te doen."

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken
"Je zult mij niet vaak horen vloeken. Ik ben geen ruziemaker, ik ben ook niet iemand die meteen een oordeel klaar heeft. Dat wil niet zeggen dat ik altijd alles maar goed vind; ik hoor het aan en ik denk er het mijne van. Weet je dat ik nu echt mijn best moet doen om te bedenken wanneer ik voor het laatst boos ben geweest..? Ik herinner me ruzies met Herman, maar die liepen nooit uit de hand. Pas toen ik op een dag een slipje - van een of ander meisje dat hij ergens had opgepikt - tussen de kussens van mijn eigen bank had gevonden, ben ik razend geworden. Toen heb ik een zoutbus naar zijn hoofd gegooid. Gemist, gelukkig, maar ik heb daarna wel gezegd dat hij beter ergens anders kon gaan wonen."

III Gij zult de dag des Heren heiligen
"Laatst was ik, voor het eerst sinds jaren, weer in de katholieke kerk van Ulvenhout. Een jeugdvriend was overleden en hoewel hij volgens mij niet eens zo gelovig was geweest, werd er toch een traditionele uitvaartdienst voor hem gehouden. Terwijl ik daar zat, moest ik terugdenken aan de missen die ik vroeger had bijgewoond. Ik hield van die sfeer: met z'n allen naar de kerk met Kerst lopen - in mijn herinnering sneeuwde het altijd - die geur van wierook, de glas-in-loodramen, het blauwe kastje waar de hosties in werden bewaard... Ineens zag ik weer voor me hoe mijn moeder een keer tijdens de communie met haar haarnetje in een bloemstukje verstikt was geraakt - 'Ik zit vast, ik zit vast!' - en hoe ze zichzelf, speldje voor speldje, moest bevrijden. Het zegt wel iets dat ik mij juist dit soort dingen herinner; het was een mooi geloof, maar het ging mij vooral om de buitenkant, om de verbeelding. 'Jesus Christ Superstar' vond ik een prachtige musical en ik heb ademloos naar die film over de tien geboden gekeken, maar ik had al snel in de gaten dat alles is gebaseerd op verzonnen verhalen."

IV Eer uw vader en uw moeder
"Mijn vader was kapitein op de grote vaart. Een dag na mijn geboorte ging hij weer naar zee. Toen hij na een jaar thuiskwam, heb ik, volgens mijn moeder, vreselijk gehuild: wat móest die vreemde man van mij?

Het werd voor mijn zusje en mij heel vanzelfsprekend dat onze moeder alles regelde. Ik geloof niet dat ik mijn vader erg miste - als kind accepteer je de dingen zoals ze zijn - al herinner ik me wel hoe fijn het was om bij te praten als hij thuiskwam. Vooral op maandagavond, dan sprak mijn moeder altijd met haar vriendinnen af.

Ik vond school niet zo interessant - ik begon op het atheneum en eindigde, na een herexamen, met een havo-diploma - maar ik was geen lastige puber. Mijn ouders maakten zich ook geen zorgen toen ik van Ulvenhout naar Amsterdam verhuisde waar mijn moeders broer, Gert-Jan Dröge, een baantje voor mij had geregeld in discotheek '36 op de schaal van Richter', de plek waar ik Herman leerde kennen. Mijn vader was niet erg enthousiast over het idee dat ik verkering kreeg met iemand die zo'n slechte reputatie had, maar toen ze elkaar na een paar maanden voor het eerst ontmoetten kwam het helemaal goed tussen die twee. Ik denk dat hij er ook wel op vertrouwde dat ik in moeilijke tijden voor mezelf zou opkomen.

Mijn vader ging vroeg met pensioen en hij is pas vorig jaar, op 91-jarige leeftijd, overleden. We hebben uiteindelijk toch veel tijd kunnen doorbrengen samen. Hij had een goed leven. Tot hij op zijn vijfentachtigste een hersenbloeding kreeg. Het is daarna steeds slechter met hem gegaan. Uiteindelijk heeft een of andere bacteriële ziekte die hij in het ziekenhuis opliep hem de das omgedaan. Hij kwam zijn bed niet meer uit, kon geen eten binnen houden... Voor het eerst van mijn leven zag ik hem huilen. Dat is de laatste herinnering aan mijn vader: huilend in zijn bed. Overal zwarte plekken. Bloeduitstortingen in zijn perkamenten huid. Dat gesjor aan die man, omdat hij zelf de kracht niet meer had om iets te doen. Zo verdrietig allemaal. Het enige wat ik kon bedenken was: 'Ah god, ga nou maar gewoon.' Ik was blij, voor hem, toen het verlossende telefoontje kwam. Hij was vredig ingeslapen.

Mijn moeder is nu 82. Ze heeft de laatste jaren intensief voor mijn vader gezorgd. Dat was best zwaar, denk ik. Sinds mijn vader is overleden bel ik haar iedere avond om kwart over zeven op. Dan nemen we samen de dag even door. Ze is actiever dan ooit, ze gaat overal met haar autootje naartoe, maakt echt het beste van haar leven. Ik moet er niet aan denken dat zij op een dag ook dood zal gaan... Ik geloof niet in een leven na de dood - dat Herman ons nu vanuit de hemel in het Hilton ziet zitten en denkt: hee, leuk gesprek hebben die twee - maar ik wil de mensen die mij dierbaar zijn wel op een of andere dichtbij me houden. Ik heb op mijn arm een paar tatoeages laten zetten. Daar is de as van Herman in verwerkt. En deze grote ster hier, die is gemaakt van de as van mijn vader. Voor mijn moeder hou ik ook plekje vrij."

V Gij zult niet doden
"Achteraf dacht ik: hij had mij die morgen niet gedag gezegd. Hij was zo - jas aan, hoedje op - achter ons langs naar buiten gestapt. Volgens mij heeft hij daar, aan dat tafeltje, zijn afscheidsbrief geschreven. Iemand die hem hier heeft gezien vertelde later dat Herman zijn leesbril had geleend omdat hij de krant nog wilde lezen. Daarna heeft hij de lift naar boven genomen en hij is via de branddeur het dak opgeklommen. Ik heb me wel eens afgevraagd of hij nog naar ons huis heeft gekeken...

We woonden een paar straten verderop. Toen ik langs het Hilton reed, stond er een traumahelikopter voor het hotel. Holly was zes. Ik ging met haar naar het circus. Ze vroeg: 'Zullen we gaan kijken wat daar aan de hand is?' 'Nee,' zei ik, 'de voorstelling gaat al bijna beginnen. We moeten opschieten.' Tijdens de pauze zag ik ineens Lola, onze oudste, met twee politieagenten de circustent binnenkomen. Er was een man van het Hilton afgesprongen en het gerucht ging dat het Herman was. Ze hadden eerst bij mij thuis aangebeld, daarna waren ze naar het circus gekomen om mij op te halen. Of ik mee wilde gaan naar het mortuarium. Daar lag hij. Ik zag alleen een blauw plekje op zijn gezicht. Ik vermoed dat zijn benen, onder het laken, er minder goed uitzagen. Misschien ben ik een paar minuten boos geweest, maar eerlijk gezegd was ik vooral blij voor hem. Zijn laatste jaren waren niet al te best. Hij was somber, in zichzelf gekeerd, brokkelde lichamelijk steeds verder af... ik vind dat iemand die er zo slecht aan toe is het recht heeft om zelfmoord te plegen. Mensen die zelfmoord plegen denken nooit: dat ga ik eens even lekker doen. Er gaat altijd een drama aan vooraf.

Als ik iemand hoor zeggen 'maar hij heeft wel een vrouw en drie kinderen achtergelaten' denk ik: ja? Wat wil je daarmee zeggen? Een zelfmoordenaar is ten einde raad. Die ziet geen andere oplossing meer.

Ik zag hem voor me: een oud, krom mannetje met een opgezwollen gezicht. Hij was ernstig ziek. Drank en drugs hadden hem gesloopt. Het was goed dat er een einde aan zijn lijden was gekomen. In feite is het euthanasie. Geen suïcide. Zo heb ik het de kinderen ook uitgelegd.

Ik had er rekening mee gehouden dat hij niet lang meer zou leven. Ik had zelfs mijn kleren voor de begrafenis al uitgezocht. Hoewel ik later van veel mensen heb gehoord dat hij al vaker op het dak van het Hilton was geweest, heb ik met de mogelijkheid dat hij zo een einde aan zijn leven zou maken nooit rekening gehouden. Ik dacht dat hij een overdosis zou nemen, of aan een hersenbloeding zou sterven.

Ik ben, samen met onze dochters, nog diezelfde avond naar het dak gegaan. Het was zo hoog, echt dood- en doodeng... Ik zou het lef niet hebben gehad. Wat zou hij gedacht hebben in die laatste momenten van zijn leven? Het klinkt misschien raar, maar ik vind het wel stoer dat hij is gesprongen.

Hij is in stijl vertrokken. In zijn afscheidsbrief stond: 'ik zie jullie nog wel eens. Ik ga nu, bungy zonder elastiek. Genade - pappa.'"

VI Gij zult geen onkuisheid doen
"Er zijn mensen die gelukkig zijn in een open huwelijk, maar ik vond het niks. Het was ook helemaal niet de bedoeling, maar Herman ging zo vaak vreemd dat ik uiteindelijk ook geen zin meer had om hem nog trouw te blijven. Toen hij zich echt nergens meer iets van aantrok, heb ik hem het huis uitgezet. Hij woonde jaren in zijn atelier, maar kwam wel minstens drie keer per week bij ons slapen. We waren nog altijd één gezin en hij bleef mij - ook in het bijzijn van zijn vriendinnetjes - altijd 'mijn vrouw' noemen.

We hadden samen een meisje gekregen, Lola. Daarna hebben we Brenda, een kind van verslaafde ouders, in huis genomen en eind 1994 beviel ik van nog een dochter: Holly. Ik had de relatie met Holly's vader, Leo, al tijdens de zwangerschap verbroken. Hij zou tot aan zijn dood een goede vriend blijven, maar hij heeft nooit een vader voor zijn dochter willen zijn. Ze zijn één keer samen naar het circus geweest, that's all. Herman nam die rol graag van hem over.

Hij was dol op kinderen. Vooral op de hummeltjes die je met één arm kon dragen of voorop de fiets overal mee naartoe kon nemen. Herman heeft als echtgenoot wel een paar steken laten vallen, maar als vader van onze meisjes heeft hij het goed gedaan."

VII Gij zult niet stelen
"Herman liet alles maar gebeuren, hij werd omringd door mensen die zogenaamd het beste met hem voor hadden. Ik zou er persoonlijk wel moeite mee hebben om zelf meer te verdienen dan de artiest die ik vertegenwoordig - ja, ik heb het over Koos van Dijk, Hermans manager, maar hij werd door veel meer mensen bestolen. Na zijn dood is het alleen nog maar erger geworden. Er zijn enorm veel valse schilderijen in omloop en er schijnt een levendige handel in merchandise te zijn. Iedereen wordt er rijker van, behalve zijn nabestaanden. Een paar dagen na Hermans dood hoorde ik dat zijn hoedje voor veel geld te koop werd aangeboden. Het hoedje dat tijdens de sprong van zijn hoofd was gewaaid... Zelfs dáár wou iemand een slaatje uit slaan. Sick. Een ander woord heb ik er niet voor."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen
"Het heeft me altijd verbaasd dat iedereen die bij Herman in de buurt kwam ineens zo interessant ging doen. 's Ochtends, net als Herman, wodka drinken bijvoorbeeld. Huh, jij, wodka? En later, toen hij dood was: al die ongeloofwaardige herinneringen. 'Ik heb vaak bier gedronken met Herman!' Schei toch uit, hij hield helemaal niet van bier. Of: 'We hebben toen een avondje heerlijk zitten blowen.' Nou, ik heb hem één keer een jointje zien roken en hij sloeg al na een paar seconden volkomen wartaal uit. Dat was echt niks voor hem. Wonderlijk hoe iedereen Herman ineens veel beter leek te kennen dan ik. En dan heb ik het niet over de journalisten van roddelbladen; die vallen heus wel mee. Pas als je niet meewerkt gaan ze rare dingen verzinnen."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren
"Herman was een vaste klant bij Huize Ria. Dat had met het gebruik van speed te maken - hij wist met zijn energie geen raad - maar ik denk ook dat hij daar voor de gezelligheid bij die hoeren kwam.

Gezelligheid is een woord dat hij verafschuwde, maar toch: in feite is hij altijd op zoek geweest naar een plek waar hij zich thuis kon voelen."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort
"Als ik mensen zie die al jaren samen heel gelukkig zijn, kan ik wel eens jaloers worden. Ik heb, na Herman, relaties gehad die hooguit een of twee jaar duurden. De enige aan wie ik mij wilde binden was Herman, maar hij was altijd de hort op.

Ja, je hebt gelijk, net zoals mijn vader vroeger die steeds weer terug naar zee ging - wat gek, daar heb ik nooit aan gedacht... Ik moet je eerlijk zeggen dat ik het inmiddels wel prettig vind, zo in mijn eentje.

Als die meiden uitgaan, denk ik: ik ben zo blij dat ik niet meer naar buiten hoef! Geen eindeloos getut voor de spiegel, geen drank, geen drugs. Lekker thuis, op de bank. Helemaal tevreden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden