Review

'Wolken zijn vergeetachtige bergen'

Frank Koenegracht is een dichter die met bescheiden middelen een maximaal effect nastreeft. Zijn taal is eenvoudig, op het naïeve af, en toch weet hij daarmee licht absurdistische tafereeltjes op te roepen die de eenvoud met terugwerkende kracht onder spanning zetten.

PETER DE BOER

In zijn nieuwe bundel 'Alles valt' staat een kort vers dat begint als een stemmingsgedicht over een kalme avond, maar dat in de slotregels opeens een wonderlijke wending neemt: 'en moedertje nacht / / komt straks ook nog met haar grote voeten / en haar kleine gezicht'. Zo'n surreële pirouette in een verder realistisch decor is typerend voor Koenegracht. Zijn poëzie is even toegankelijk als herkenbaar en tegelijk sticht zij een aangenaam soort verwarring.

In deze mix van eenvoud en verwarring, niet zelden met humoristische bijmengingen, schuilt de grote kracht van Koenegrachts poëzie. Heel terloops manifesteren zijn gedichten een aanzienlijke poëtische en emotionele lading. Een mooi voorbeeld van wat zijn suggestieve eenvoud vermag is het gedicht 'Op de grens':

Ik verveel mij wat zal ik doen

mijn lichaam langspeinzen of kippen houden.

De nacht valt, straks verandert iedereen

en gaat het waaien vanuit zee.

Misschien worden de knieën van de mensen

geopereerd en gaan ze om me heen lopen

want ik ben een meisje.

De tweemaster tast over het zoete water

naar de werkzoekende wind.

Wat kan een meisje doen

in het middaglicht.

Een prachtig, onbestemd gedicht. Doordat het meisje zich verveelt en niet weet wat te doen, lijkt alles hier te aarzelen en zich inderdaad 'op de grens' van iets te bevinden. Het gedicht zelf balanceert tussen kolder en ernst, met de nadruk op het laatste. Het meisje, duidelijk in de puberleeftijd, 'aarzelt' tussen jeugd en volwassenheid. In de absurdistische passages (regel 2 en strofe 2) blijkt ze zich wel van haar ontluikende seksualiteit bewust, maar stelt die nog heel onschuldig en komisch op één lijn met 'kippen houden'.

Verschillende details versterken de tweeslachtige sfeer. De nacht valt, staat er in strofe 1, maar strofe 3 is nog steeds in middaglicht gehuld. Ook is er in de eerste strofe sprake van een enigszins dreigende, vanuit zee opstekende wind, die in de derde echter alle dreiging heeft verloren en bovendien opeens over zoet water scheert. Zo pendelt alles in dit gedicht grensoverschrijdend tussen tegendelen heen en weer, wat aan het portret van het meisje een grote intensiteit verleent.

De bundel begint met een epigram (een favoriet genre van Koenegracht) over een brug die getroost moet worden en eindigt met een hilarische opsomming van 'Verenigingen waar ik lid van ben'. Daar tussenin staat van alles wat: een tweetal als in memoriams te lezen epigrammen voor Lucebert, een 'Klein requiem' voor de schrijver Borges, een erg grappig, satirisch gedicht over de filosoof André Klukhuhn en een tragikomisch 'Nachtzusters' A.B.C.'.

Een van de gedichten memoreert een gebeurtenis uit 1994, waarbij een schip verging met een lading speelgoedbeesten aan boord, ,,zodat er thans 270 000 opblaasbeesten / ronddrijven op de oceaan. Curieus genoeg inspireerde dit bizarre voorval K. Michel in zijn laatste bundel 'Waterstudies' ook al tot een gedicht. Ook bevat 'Alles valt' één oud gedicht: het aan Ernst Nagel opgedragen 'Epigram' op pagina 38 stond ook al in de verzamelbundel 'De verdwijning van Leiden' uit 1989. Tot slot van deze beschrijving in vogelvlucht noem ik het droogkomische titelgedicht 'Alles valt', waarin een speelse nagalm doorklinkt van de Prediker.

Het hoogtepunt van de bundel is de reeks 'Vadertje zoetwatergids', dat negen gedichten bevat met herinneringen aan de overleden vader. Het geheel is een nuchter weemoedig mozaïek, dat ook waar vaders zachtheid en 'allerzachtste vrolijkheid' ter sprake komt nergens sentimenteel wordt. Erg sterk is de beschrijving van de teloorgang van het geheugen:

Mijn vader is van lieverlede nu

alles vergeten wat hij zojuist nog wist.

Zijn hersenen zijn vogels die voorbijvliegen.

Geen koeien die een afdruk maken in de grond.

Mijn vader hield van wolken,

maar wolken zijn vergeetachtige bergen

en maken geen afdruk in de lucht

en niemand zal de wolken dit verwijten.

Verwijten zal niet helpen trouwens want

wolken weten niet wat ze doen.

Die majestueuze wolken, viermaal met name genoemd en toch vernevelend zonder een afdruk achter te laten, zijn natuurlijk ook een mooi beeld voor de vergankelijkheid van het leven zonder meer.

Koenegracht is verre van een hemelbestormer, maar achter zijn simpele taal gaat een intensiteit schuil die speels aan de grenzen van het bestaan lijkt te morrelen. Vreemde voorstellingen spoken er door zijn hoofd, van moedertje nacht met haar grote voeten en kleine gezicht tot een vader die zich bij vol daglicht in luchtkastelen verliest. Hij weet ze zogezegd in de vlucht te vangen en er de vervreemdende helderheid van de droom aan mee te geven. En dan mag alles wel vallen, dixit de dichter, maar zijn poëzie stáat toch.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden