Review

Wolf acht zich verantwoordelijk, maar schuldig? Nee!

Markus Wolf: Man zonder gezicht. Vert. Jaap van der Wijk. Balans, Amsterdam; 436 blz. ¿ 39,50.

Maar Wolf noemt het 'een ingetoomde trots'. Want hij kan en wil niet om de duistere kant van de geschiedenis van zijn land heen. “Ik weet dat er veel mis was in de DDR, met inbegrip van de verschrikkelijke repressie. Ik ben mij heel goed bewust van mijn eigen verantwoordelijkheid daarin. Ik maakte deel uit van het systeem, en wanneer men mij aanvalt (en dat gebeurt nogal eens) alsof ik het staatshoofd ben geweest, alsof ik controle had over alles wat er in de DDR gebeurde, dan is dat iets waar ik mee moet leren leven.”

Dat beeld is echter niet terecht, vindt Wolf. Keer op keer marginaliseert hij zijn rol. Helaas veel te vaak. De meesterspion wekt de indruk dat hij zijn boek vooral geschreven heeft om zijn eigen straatje schoon te vegen. Ten koste van anderen.

Volgens Wolf waren de grote boosdoeners Erich Honecker, in feite de laatste DDR-leider, en Erich Mielke, zijn directe chef en minister van staatsveiligheid (de Stasi). Honecker was “een man met beperkte visie”, die elke roep om hervormingen afwees. Mielke was gewoon “een gevaarlijke gek, zelfs volgens de eigenaardige normen die in de spionagewereld gelden”.

Het steekt Wolf duidelijk dat deze twee de dans zijn ontsprongen. De vervolging tegen hen werd wegens hoge leeftijd en slechte gezondheid stopgezet. Terwijl Wolf zich tot twee keer toe heeft moeten verantwoorden voor de rechter. De eerste keer werd hij uiteindelijk vrijgesproken. Het Constitutionele Hof in Karlsruhe concludeerde dat een DDR-spion niet wegens verraad bestraft kan worden. Want welk land heeft de man dan verraden? Maar vorige week veroordeelde een rechtbank in Düsseldorf Wolf wegens vrijheidsberoving en ontvoering tot twee jaar voorwaardelijk en een forse geldboete.

In het hoofdstuk 'DDR en terrorisme' maakt Wolf een nadrukkelijk onderscheid tussen verantwoordelijkheid en schuld en trekt daarbij een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog. “Slechts een kleine minderheid van de Duitse bevolking was feitelijk schuldig aan de verschrikkelijke misdaden die onder de nazi's zijn begaan, maar alle Duitsers die uit eigen vrije wil onder het nazi-regime hebben geleefd, zijn verantwoordelijk voor die misdaden.”

Wolf acht zich zeker verantwoordelijk voor wat hij gedaan heeft, bijvoorbeeld voor de steun die zijn land aan terroristische organisaties gaf, bedoeld om het westen een hak te zetten. Maar schuldig? Nee. Er is nog nooit een bewijs gevonden dat hij betrokken is geweest bij gewelddadige acties, schrijft hij. Tegen kranten, die anders beweerden, heeft hij met succes geprocedeerd.

De 'Man zonder gezicht' (westerse spionagediensten wisten pas vrij laat en ook nog bij toeval een foto van Wolf te maken) heeft vele pijlen op zijn boog om zijn eigen rol en die van zijn dienst, de Hauptverwaltung Aufklürung (hoofddirectoraat inlichtingendienst), te relativeren. We zijn over de schreef gegaan, hebben fouten gemaakt, maar wat te denken van de praktijken van onze concurrenten?

Op een paar plaatsen in het boek vaart Wolf uit tegen de Amerikaanse CIA, die democratisch gekozen presidenten, zoals Allende van Chili, van de troon heeft gestoten en de dictatoriale familie Somoza in Nicaragua heeft gesteund. “Wanneer Amerikaanse journalisten mij op verwijtende toon vragen stellen over de betrokkenheid van mijn dienst bij bevrijdingsorganisaties, dan kost het mij altijd veel moeite om niet te reageren met de vraag waarom de door Amerika gesteunde sabotage en brandstichting telkens weer worden beschouwd als kenmerken van innerlijke beschaving.”

Wolf vindt dat hij voor een goede zaak heeft gestreden. Nog steeds is hij ervan overtuigd dat het socialistische systeem, “met al zijn verschrikkelijke tekortkomingen”, meer mogelijkheden voor de mensheid biedt dan het kapitalistische. Het experiment is echter in de DDR op een gruwelijke manier verknald.

Het communisme is Wolf met de paplepel ingegoten. Hij groeide op in een links milieu in Baden-Württemberg, in het zuidwesten van Duitsland. Zijn vader was arts, toneelschrijver en overtuigd marxist. In 1937 moest het half-joodse gezin voor de nazi's vluchten. Pa Wolf had een toneelstuk geschreven waarin hij de jodenvervolging veroordeelde.

Markus Wolf was pas elf toen hij met zijn vader, moeder en broer uitweek naar Moskou. Hij zou er in totaal elf jaar wonen, en leerde vloeiend Russisch spreken. “Ik ben vaak 'een halve Rus' genoemd, soms voor de grap of neerbuigend, maar dat heb ik nooit als een belediging opgevat.”

Toen Wolf na de oorlog terugkeerde naar zijn land, werd hij radiojournalist. Hij versloeg onder andere de Neurenberger processen en hoorde daar de details van de gruwelijkheden van het nazi-regime. “Ik bezwoer dat zo'n slachtpartij nimmer meer op Duits grondgebied mocht plaatsvinden.”

Juist dáárom koos hij voor de DDR. Het communisme was volgens Wolf het beste wapen om te voorkomen dat Duitsland ooit nog eens in de greep van het fascisme zou komen. Het was steeds oppassen geblazen. Met het einde van de oorlog was het nazisme nog niet dood. Wolf citeert Bertolt Brecht: “De teef die dit jong heeft geworpen, is nog steeds loops.” De nazi's zaten overal, vooral in het westen van het land en wisten daar, tot afschuw van de jonge Markus Wolf, hoge posities te krijgen.

Na de oprichting van de DDR ging Wolf de diplomatieke dienst in, en hij werd eind december 1952 tot zijn eigen verbazing door de eerste Oost-Duitse leider Walter Ulbricht tot hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst benoemd. Hij was toen pas 29 jaar. Tot zijn pensionering in 1987, twee jaar voor de val van de Berlijnse Muur, heeft hij die functie bekleed.

Wolf wist van zijn dienst “de meest succesvolle spionagedienst van Europa” te maken, “zowel van het Oosten als Westen”. Met een goede pen beschrijft hij de vele successen. Daartoe hoort opvallend genoeg niet de infiltratie van Günter Guillaume in de kanselarij van de SPD'er Willy Brandt. Volgens Wolf heeft hij van deze zaak nog steeds 'slapeloze nachten'. Het is zelfs zijn grootste nederlaag. Met de val van Brandt dreigde er ook een einde te komen aan diens Ostpolitik. “Onze rol bij de ondergang van Brandt was te vergelijken met een schot in eigen doel. Wij hebben zijn politieke ondergang nooit gepland of gewild.”

'Spioneren uit liefde' is het leukste hoofdstuk van het boek. Wolf beschrijft met smaak hoe zijn agenten ('Romeo's') secretaresses in het westen wisten in te palmen. Hij zegt 'het gebruik van seks in het spionagebedrijf' niet te hebben uitgevonden, dat is van alle tijden tenslotte, maar hij heeft het wel 'geperfectioneerd'.

Begin jaren zestig wilde een West-Duitse vrouw alleen doorgaan met haar relatie met een Oost-Duitse spion als ze een officieel huwelijksaanzoek kreeg en wanneer ze een biecht mocht afleggen. Dat was gevaarlijk, want een priester heeft wel het ambtsgeheim, maar hij zou de biecht, uit vaderlandsliefde bijvoorbeeld, toch kunnen doorvertellen. Wolf regelde dat één van zijn agenten als 'militair kapelaan' zou optreden. “Het zal niemand verbazen dat deze man een en al begrip was en tegen haar zei dat zij met Gods hulp haar spionagewerkzaamheden vooral moest voortzetten.”

Ronduit humoristisch is het verhaal van Wolf over een reis naar Cuba, midden jaren zestig. Het Russisch toestel waarmee hij vloog moest wegens brandstofgebrek een tussenlanding maken in New York, waar jarenlang geen Russisch vliegtuig was geweest. Het toestel werd omsingeld door Amerikaanse militairen, aan boord ontstond grote consternatie. Vlak voor Wolf zaten twee Chinese agenten, die de hele reis hun koffers met geheimen angstvallig in de gaten hadden gehouden. Toen zij door kregen dat ze op vijandig gebied waren, openden ze hun koffers en begonnen de inhoud daarvan ('stapels papier') te verorberen. “Wij waren diep onder de indruk van hun plichtsbesef. Goed kauwen en flink slikken, dat was het enige wapen dat zij op dit moment konden gebruiken tegen de klassenvijand.”

Ergerlijk is het dat in de Nederlandse editie (een vertaling van de Amerikaanse) enkele hoofdstukken ontbreken die in de Duitse uitgave wél staan. Bijvoorbeeld het hoofdstuk over Herbert Wehner, de vroegere SPD-fractievoorzitter in de Bondsdag.

Over de rol van deze man is in Duitsland, naar aanleiding van het boek van Wolf, weer een hele discussie ontstaan. Via voorpublicaties in het weekblad Stern was de indruk gewekt dat Wolf Wehner ervan beschuldigde een verrader geweest te zijn. Tijdens de presentatie van zijn boek deze week in Berlijn ontkende de schrijver dat: “Wehner heeft mét de DDR-leiders samengewerkt, hij heeft niet vóór het land gewerkt.”

De Amerikaanse uitgever had geen belangstelling voor het Wehner-hoofdstuk. De Nederlandse uitgever had deze keuze nooit mogen volgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden