Review

'Wojtila had te weinig ervaring toen hij paus werd'De vrouwelijke priester kómt er

Frans Nieuwenhuis, Monseigneurs en Managers - De Kerk van Rome en de Shell vergeleken, 256 blz., Uitg. Ad. Donker Rotterdam, f 49,50.

Kijk naar de curie in Rome, stelt Nieuwenhuis, dat lijkt toch op het centraal kantoor van de Brits-Nederlandse gigant. De bisschop werkt in zijn diocees als een algemeen directeur van een werkmaatschappij. De area coordinator overziet voor Shell wat er in een land gebeurt, net zoals een pauselijke nuntius dat doet. En gold tot voor kort dat Delftse ingenieurs en Schotse accountants binnen de firma de dienst uitmaakten, zo hadden de Italianen tot de komst van de huidige paus feitelijk de touwtjes in handen binnen de internationale kerk.

Mank

Tegelijkertijd is Nieuwenhuis voorzichtig. Gezeten in de werkkamer van zijn huis in zijn geboorteplaats Den Haag, waar hij na een carrière in Amsterdam, Pernis, Genua en Sao Paulo, weer is teruggekeerd, kiest hij zijn woorden zeer zorgvuldig. In het boek, waarin hij ook voorbeelden geeft van zijn jeugd in het Rijke Roomse Leven, dekt hij zich al bij voorbaat in. Als motto vermeldt het: 'Alle vergelijking gaat mank'. “Als de kerk een puur religieuze beweging was, zou ik er niet aankomen, maar nu ze ook een organisatie is, vind ik wel dat vergelijken mag.”

En als het gaat om die organisatie, dan kan de Romeinse multinational nog heel wat leren van zijn Brits-Nederlandse tegenvoeter, aldus Nieuwenhuis. Met name op het gebied van het personeelsbeleid. Zo zet hij de loopbanen van de tien laatste bisschoppen van Rome af tegen die van evenveel voorzitters van het comité van groepsdirecteuren - zeg maar de hoogste bazen van de oliemaatschappij. “Dan zie je dat de voorzitters van het comité veel breder gevormd zijn voor ze de top bereikten. Ze werkten allemaal in werkmaatschappijen, in regionale kantoren over de hele wereld en in het centrale kantoor. Maar bij de pausen is dat lang niet altijd zo. Zo heeft de huidige paus Johannes Paulus II alleen ervaring in de zielzorg en dan ook nog in één bisdom.”

In zijn boek suggereert Nieuwenhuis dat die eenzijdige werkervaring van de paus kan verklaren waarom hij zich vaak star opstelt. Maar bedoelt hij dat ook te zeggen? De auteur glimlacht minzaam en zegt diplomatiek: “Laat ik het er op houden dat het bij Shell onmogelijk is dat een man met zo'n beperkte achtergrond de nummer één wordt.” Even later overdenkt hij: “Zou de paus niet anders handelen als hij vroeger een jaar of drie bisschop van Lima was geweest, of ergens in het Braziliaanse binnenland?”

Tiara

Bovendien heeft Nieuwenhuis een voorbeeld van hoe het ook kan. Immers, paus Johannes XXIII had wèl een afwisselende en internationale carrière voor hij de tiara op het hoofd kreeg. “Johannes zat enige tijd in Bulgarije en Turkije voor hij paus werd. Het kan niet anders of die ervaringen hebben hem diepgaand beïnvloed.” Voor Nieuwenhuis is het dan ook geen toeval dat juist deze bisschop van Rome, die hij een “waarlijk christen” en “een heilig man” noemt, de vernieuwing in de r.-k. kerk op gang bracht en het Tweede Vaticaans concilie bijeenriep.

Maar had deze paus het dan ook binnen de oliemaatschappij ver gebracht? Nieuwenhuis reageert enthousiast. “Hij had daarvoor de juiste eigenschappen: menselijkheid, mildheid, durf en charisma.” En welke baan had daar dan bij kunnen horen? Nu is Nieuwenhuis ineens weer terughoudend. Hij laat het bij: “Johannes had het zeker ver gebracht.”

Het was ook tijdens diens pontificaat dat de auteur zich serieus begon te interesseren voor de kerkstructuur. Zijn tijd in Italië viel samen met Vaticanum II. “Ik ging 's ochtends vaak voor mijn plezier naar het St. Pietersplein. Daar zag je dan al die kerels aankomen. Dat was me toch een prachtig gezicht! De kardinalen in het rood, de bisschoppen in het paars. En de witte St. Pieter op de achtergrond.”

Ook het systeem van jaarlijkse functioneringsgesprekken bij de oliemaatschappij wil Nieuwenhuis de kerk aanraden. Toen hij nog zitting had in het dekenaatsbestuur van Den Haag heeft hij het idee daadwerkelijk geopperd. “Maar men wilde het niet. Later heeft de deken me verteld dat hij zelf er niet tegen was geweest. Maar de priesters waren tegen. Ze vonden het toch te bedreigend.”

“En dat terwijl ik het allemaal niet zo zwaar bedoelde. Waarom kunnen alle priesters van een dekenaat niet elk jaar een keer samen uit eten gaan? Lekker ontspannen, met een goed glas wijn erbij. En dan kun je gaandeweg de avond de kring eens rondgaan en iedereen vragen: 'Hoe gaat het nu bij jou? Welke problemen kom je tegen? Maar ook: Hoe lang zit je daar nou al? Wordt het niet eens tijd dat je naar een andere plek gaat uitkijken?' Bovendien kunnen ze dan onderling ervaringen uitwisselen.”

De auteur heeft nog meer suggesties. “Ik begrijp niet waarom het Vaticaan een kardinaal uit Detroit haalt om de financiële afdeling te leiden. Daar kunnen toch best deskundige leken aangesteld worden?” Maar op het punt van de concurrentie is hij weer opvallend voorzichtig. Moet de r.-k. kerk wel gaan evangeliseren in Rusland? Laat dat land toch aan de orthodoxe broeders en concentreer je op andere gebieden, stelt hij voor.

“Ik zou wensen dat de kerk in het algemeen creatiever was en zich niet steeds afwijzend zou opstellen. Volgens mij heeft dat vooral met angst te maken.” Maar is het niet onvermijdelijk dat de kerk in haar beleid terughoudend is? Zij moet, anders dan een commerciële onderneming, toch steeds verschillende stromingen binnen de poorten zien te houden? Na lang nadenken zegt Nieuwenhuis: “Misschien, maar vervreemdt zij daarmee niet ook veel nieuwe en jonge mensen van zich?”

Voor degenen die een andere kerk willen, heeft de auteur een bemoedigende boodschap. Want voor hem zijn gelovigen toch ook een soort klanten. En zoals de autobezitters dit jaar door geen Shell te tanken er mede voor hebben gezorgd dat de multinational het olieplatform de Brent Spar niet in zee dumpte, zo zullen gewone katholieken onherroepelijk de pausen tot veranderingen dwingen. Vrouwelijke priesters kómen er, meent hij. Maar not in this millenium.

Eén vergelijking maakt Nieuwenhuis niet. Zijn de kerk en Shell niet beide organisaties die met hun macht veel leed hebben teweeggebracht? Toegegeven, zegt hij. Heeft hij dan nooit aan het bedrijf of de kerk getwijfeld, bijvoorbeeld in de jaren '60 en '70 toen multinationals en kerken toch voor sommigen bijna het kwaad vertegenwoordigden? “Nee, ik heb nooit overwogen de kerk te verlaten.” Heeft hij ook nooit te kwaad gehad bij zijn baas? Nieuwenhuis is lang stil. “Nee, ik kan echt geen enkel voorbeeld bedenken van een zaak, waarbij ik dacht: 'Daar zijn ze nou te laat op ingesprongen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden