Review

Windkracht tien in Wagemans zevende

DEN HAAG - In het tweede deel van zijn nog onvoltooide zevende symfonie (deel één en vier volgen later) pakt Peter-Jan Wagemans de toehoorder onmiddellijk in zijn nekvel. Hij sleurt je mee, je bent nadrukkelijk betrokken bij de 'Strijd tussen het zwarte licht en het heldere duister' en het gaat er woest en stormachtig aan toe.

ADRIAAN HAGER

Zo'n ervaring had het publiek in 1813 wellicht ook bij de première van Beethovens zevende. Het ritme van die symfonie, de apotheose van de dans, betekende voor Wagemans dé inspiratiebron; al maakt hij er zelf 'een dolgedraaide dans' van. Opperste klankwellust! Gezien het zwakke applaus dat de componist ten deel viel wist het publiek vrijdagavond in de Anton Philipszaal met de door het Residentie Orkest gepresenteerde twee delen niet zo goed raad.

Dat is ook het bezwaar van die vroegtijdige première. Immers, de vraag rijst hoe straks die delen (de première van de complete symfonie volgt volgend seizoen) in de totaliteit zullen passen. Boeiend is deel twee zeker en je hoort waarachtig Beethoven zo nu en dan een toontje meespelen. Nauwelijks bekomen van de storm die door de zaal raast of Wagemans slaat plotseling in deel drie een heel andere toon aan.

'Mehr Licht' is de titel van het langzame deel, dat is opgedragen aan de stervende Goethe die op zijn sterfbed om meer licht geroepen heeft. Als een verdoolde zoekt Wagemans naar dat meerdere licht dat hij uiteindelijk gevonden lijkt te hebben. De samenhang tussen die contrasterende klankwerelden van de twee delen werd niet duidelijk, Wagemans had er goed aan gedaan de sluier over die twee nog resterende delen een beetje op te tillen. Duidelijk is in ieder geval dat zijn zevende symfonie een onvervalste symfonie met een 'programma' zal worden en al even duidelijk is dat hij niet vies is van melodische lijnen en harmonische rijkdom. Gastdirigent Jurjen Hempel, assistent-dirigent bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, zette deel twee met veel allure en uitbundigheid neer, maar leek met deel drie weinig raad te weten. De componist zocht en vond het licht; de orkestleden bleven vooralsnog zoekenden.

De in 1996 overleden Tristan Keuris was vertegenwoordigd met twee werken. Meester-basklarinettist Harry Sparnaay reeg de bonte kralen in de 'Zeven Stukken voor basklarinet en kamerorkest' met een weldadig aandoende schoonheid van toon aaneen.

ohn-Edward Kelly deed in de 'Three sonnets' voor altsaxofoon en orkest nauwelijks voor hem onder. Het programma dat voor honderd procent uit werken van Nederlandse componisten bestond (!) werd afgerond met de 'Hymne du Grand Meaulnes' (1912) van Rudolf Escher. Geïnspireerd door de enige roman van jong gesneuvelde Franse auteur Alain Fournier, schreef de componist, filosoof en denker met dit werk een van zijn toegankelijkste composities. De leden van het Residentie Orkest die de afgelopen week de 'schok' rond de benoeming van Jaap van Zweden moesten verwerken, wisten zich uitstekend te concentreren en boden Hempel optimaal de gelegenheid zijn affiniteit met twintigste-eeuwse muziek te tonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden