Review

'Wilt u het wat strakker, mevrouw?'

Het korset is terug. Niet alleen in de mode beleeft dit antieke kledingstuk een opvallende comeback, ook in de literatuur kom je het regelmatig tegen. In 'Fingersmith' bijvoorbeeld, de nieuwe roman van Sarah Waters (1966), en in 'Slammerkin', de al eerder verschenen roman van Emma Donoghue (1969). Is het toeval dat Waters en Donoghue, twee van de bekendste lesbische auteurs van dit moment, historische romans schrijven waarin dit knellende stuk ondergoed zo'n prominente rol speelt?

AGNES ANDEWEG

Donoghue voert in 'Slammerkin'('losse jurk' of 'losse vrouw') de achttiende-eeuwse Mary Saunders ten tonele. Mary is gefascineerd door mooie kleren en stoffen, maar die zijn voor haar als arbeiderskind niet weggelegd. Opwaartse mobiliteit bestaat nog niet in Londen anno 1760: 'may I know my lowly station / At the doorstep of creation' leert Mary. Zij wil echter een ander leven. Ze bezwijkt voor de verleiding van een kleurig lint en betaalt met haar maagdelijkheid, en dus met haar deugdzaamheid. Na allerlei omzwervingen, via de straatprostitutie en een gasthuis voor boetvaardige meisjes, belandt ze bij het kleermakersechtpaar Jones. Híj maakt korsetten en zíj naait en borduurt de japonnen. Mary komt bij hen in dienst en kan zich dagelijks vergapen aan de gewaden voor de hogere standen. Zo lijkt ze na haar carrière als straathoer toch nog goed terecht te komen, en haast nog boven haar station uit te stijgen, maar de lezer weet al dat dat er niet in zit: 'Slammerkin' opent met een scène in de gevangenis, waar Mary op haar doodvonnis wacht. De verlokkingen van het gladde satijn zijn haar fataal geworden.

De Ierse Donoghue schreef eerder onder meer twee hedendaagse romans met een lesbisch thema, 'Stir-fry' en 'Hood'. In 'Slammerkin' verkent ze andere dan seksuele relaties tussen vrouwen, zoals de vriendschap tussen Mary en haar collega-hoer Doll, en tussen Mary en haar patrones Jane Jones. Donoghue vertelt haar verhaal met vaart, en schildert de verschillende omgevingen met verve. 'Slammerkin' verveelt daardoor geen moment, al ware het voor de spanning in het verhaal beter geweest als Mary's eind in de gevangenis niet bij voorbaat al bekend was.

Dat doet Sarah Waters beter. 'Fingersmith', dat een eeuw later speelt dan 'Slammerkin' -rond 1860- , heeft alle ingrediënten van een ouderwets spannend verhaal. Arme weeskinderen, krankzinnige vrouwen en vervallen landhuizen ontbreken niet.

Sue Trinder, grootgebracht in een familie van zakkenrollers (fingersmiths), wordt betrokken bij een plan om een schatrijke wees van haar fortuin af te helpen. De schurk van het verhaal, die simpelweg 'Gentleman' genoemd wordt, heeft zijn oog laten vallen op de jonge Maud Lilly. Zij leidt met haar oom een teruggetrokken leven. Haar fortuin komt pas vrij als ze zal trouwen. Sue moet Mauds dienstmeisje worden, opdat Gentleman haar ongestoord kan schaken en huwen. En zo geschiedt.

Voor haar vertrek krijgt Sue een korte training. Ze oefent het kleedritueel met crinoline, onderrokken en korset en leert de bijbehorende zinnetjes: ,,Should you like it a little tighter, miss?'' De naïeve Sue is zich niet bewust van de erotische lading van haar woorden, maar daar komt snel verandering in als ze eenmaal bij Maud woont en werkt.

'Fingersmith' neemt vervolgens een aantal verrassende wendingen. Niets is wat het lijkt in deze roman. Waters voert haar lezers met vaste hand naar de ontknoping, gebruikmakend van klassieke middelen: cliffhangers, perspectiefwisselingen en de eeuwige belofte van romantiek, en laat hen ademloos achter.

Waters is een rasvertelster, en het verbaast dan ook niet dat ze zich zo thuisvoelt in de negentiende eeuw, de eeuw van de grote verhalen: 'Fingersmith' is al haar derde boek dat zich in het Victoriaanse Engeland afspeelt. Eerder schreef ze de lesbische schelmenroman 'Tipping the Velvet' (onlangs in het Nederlands verschenen als 'Fluwelen begeerte') en 'Affinity', een duistere vertelling over een vrouwengevangenis.

'Fingersmith' is een kloeke historische roman die zich kan meten met het beste uit de Engelse traditie, maar het is vooral een pleidooi voor de verbeelding. Niet de natuurgetrouwe representatie van de werkelijkheid is belangrijk, maar de grillige kronkels van de fantasie. Die opvatting wordt in de roman verwoord door Mauds oom, die afkeurend uitroept in een gesprek over fotografie: ,,Record! Documentary! The curses of the age!'' Alle nauwgezette historische details ten spijt laat 'Fingersmith' vooral de voorliefde voor de twist zien, de draai wég van de werkelijkheid. Niet voor niets opent de roman met een opvoering van Dickens' Oliver Twist: de wees die geen wees is, de zakkenroller die geen dief is.

Waters en Donoghue spelen met de deterministische idee: de klassieke opvatting dat individuele identiteit bepaald wordt door afkomst en omgeving. In 1763 valt er voor Mary Saunders nog niet aan haar station te ontsnappen, al weet Donoghue haar verrassend veel vrijheid te geven. In het 1861 van 'Fingersmith' krijgt het determinisme een cruciale draai. Waters laat zien dat milieu en afkomst niet zozeer gegeven zijn, maar tot stand komen in verhalen, bijvoorbeeld in de verhalen die in een familie de ronde doen. Categoriën als waar en onwaar gelden hier niet meer. Dat maakt 'Fingersmith' postmodern.

Waters rekent af met de interpretatie van de Victoriaanse periode als een die vrouwen uitsluitend beperkte. Vooral de lagere klassen hadden nog behoorlijk wat bewegingsvrijheid.

En dat brengt ons terug bij het korset. Zowel in 'Slammerkin' als in 'Fingersmith' symboliseert het korset allereerst het letterlijke gebrek aan bewegingsvrijheid voor vrouwen -uit de middenklasse welteverstaan. Misschien nog wel belangrijker is het korset als markering van het klasseverschil: een korset kun je niet zelf aan- of uittrekken, en dus heeft een vrouw die een korset kan dragen een dienstmeid nodig. En of de dienstmeid daarmee slechter af is dan de dame, dat valt te betwisten, zo blijkt uit deze twee romans.

Tegelijkertijd impliceert het korset fysiek contact -tussen twee vrouwen, tussen twee klassen- en daarmee wordt het ook een erotisch symbool. Door de dagelijkse nabijheid -dame en meid wonen immers in hetzelfde huis- ontstaat in de romans tussen hen een onverwachte intimiteit. In 'Slammerkin' groeit tussen kleermakersvrouw Jane Jones en Mary Saunders een moeder-dochterverhouding die het verschil in hiërarchie behoorlijk vertroebelt. En Sue en Maud vatten een stille liefde voor elkaar op.

'Marie, het haakje zit aan de binnenkant', was een van de feministische leuzen in de jaren zeventig. Dat betekende zoveel als: het gaat bij vrouwenemancipatie niet alleen om het opheffen van externe onderdrukkende factoren, nee, de bevrijding moet (vooral) van binnenuit komen. Zelfontplooiing was het toverwoord, het delen van ervaringen met andere vrouwen het middel. Dat gedachtegoed is terug te vinden in de emancipatorische literatuur van de jaren zeventig. Auteurs als Marilyn French en Kate Millett, toentertijd mateloos populair, beschreven in sociaal-realistische romans de weg naar bevrijding van hun vrouwelijke personages. De innerlijke ontwikkeling, en het overwinnen van voornamelijk psychologische barrières, staat in deze 'bewustwordingsromans' centraal.

Die tijd van streven naar innerlijke bevrijding lijkt voorbij, afgaande op de romans van Donoghue en Waters. Zij situeren hun verhalen in een verleden dat vrouwen fysiek en sociaal aanzienlijk minder vrijheden bood dan de jaren zeventig. Net als bij de ouderwetse korsetten zitten de haakjes -de belemmeringen- aan de buitenkant. De historische setting geeft het streven naar onafhankelijkheid extra reliëf, en biedt de auteurs de gelegenheid om spannende verhalen te schrijven. Die zijn een feest om te lezen, vooral in het geval van Sarah Waters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden