Review

Willen we de aarde redden? Of onszelf?

Dat het klimaat verandert is zeker. Maar is het erg? En waarom vinden veel mensen het erg? Is het uit angst, uit schuldgevoel, of allebei? En zijn angst en schuldgevoel goede raadgevers? Joep Engels wikt en weegt, onder lezing van Tim Flannery's 'De weermakers' en andere klimaatboeken.

Het klimaat verandert, daar zijn wetenschappers het wel over eens. Maar de vraag of dat erg is, laten ze liever aan zich voorbijgaan. De wetenschap ziet zichzelf het liefst als een broedende kip die niet gestoord hoort te worden met vragen. Er is altijd wel nieuw onderzoek denkbaar dat bestaande conclusies schraagt of verfijnt. En zelfs al zou er aan die kennis niet meer te tornen zijn, dan nog laten de meeste wetenschappers een waardeoordeel aan anderen over.

Het klimaat ís veranderd, concludeerde de IPCC, de klimaatcommissie van de VN, in haar laatste rapport. De gemiddelde temperatuur op aarde is in de twintigste eeuw met 0,6 graden gestegen, en dat is grotendeels en vrijwel zeker te wijten aan de kooldioxide die de mens in de atmosfeer heeft gebracht. De IPCC durfde ook nog wel stellig te wezen over andere veranderingen in de afgelopen eeuw zoals het smelten van de gletsjers, maar daarmee hield de zekerheid ook wel op.

Vooral de toekomst is erg ongewis. Het hangt natuurlijk af van de hoeveelheid CO2 die wij de komende decennia de lucht in slingeren, maar ook van de reactie van de aarde op die extra dosis kooldioxide. Hoeveel CO2 blijven de planten en oceanen opnemen? Wat is het effect van meer waterdamp en meer wolken? Kan de aarde de opwarming plotsklaps versnellen door meer methaan uit de oceanen of toendra's te laten ontsnappen?

De modellen voorspellen niet veel goeds. Gletsjers smelten weg, ecosystemen verdwijnen, de zeespiegel stijgt, het weer wordt extremer. Hoe alarmerend je dat vindt, hangt af van je inschatting van deze voorspellingen, én van andere waardeoordelen. Lijkt het je verstandiger zuinig met fossiele brandstoffen om te springen? Vind je het onverantwoord zo'n experiment met Moeder Natuur aan te gaan?

Zoals gezegd: daar wagen wetenschappers zich niet aan. Toen een paar jaar geleden 'Opgewarmd Nederland' verscheen, met een keurige, wetenschappelijk verantwoorde inventarisatie van de gevolgen van de klimaatverandering voor Nederland, verzuchtte deze krant dat het een indrukwekkende opsomming was, maar dat het boek elk gevoel van urgentie miste. “Hoe erg is dat allemaal? 'Opgewarmd Nederland' weet het niet.“

De laatste tijd worden we op onze wenken bediend. Publieksschrijvers hebben het onderwerp ontdekt, zich erin verdiept en pakken nu uit. En op het gevaar af voor een zeurpiet te worden uitgemaakt: het genoegen is niet geheel onverdeeld.

Vorig jaar bijvoorbeeld verscheen 'Het nieuwe weer' van Mark Lynas. Deze Britse journalist is de hele wereld afgereisd op zoek naar plaatsen waar de klimaatverandering al merkbaar is. Zijn eigen Wales, dat in 2000 en 2002 geteisterd werd door hevige overstromingen. Alaska waar het gesmolten ijs geen bescherming meer biedt tegen de zee. Tuvalu in de Stille Oceaan dat onder water dreigt te verdwijnen.

Het is allemaal heel erg natuurlijk, maar Lynas rent zo hard van hot naar her dat hij vergeet om zich af te vragen of de groeiende CO2-concentratie de werkelijke schuldige is. In een van de laatste hoofdstukken beklimt hij de Cordillera Blanca in Peru om de gletsjer op te zoeken die hij als kind gekend heeft. De gletsjer is zo ver teruggetrokken dat Lynas onverantwoord hoog moet klimmen, een avontuur dat hij bijna met de dood moet bekopen. Maar wat moet de lezer met dit verhaal? Krimpt de gletsjer door de opwarming, of deed hij dat toch al? Het antwoord staat er niet. De vraag wordt niet eens gesteld.

Ook het recent verschenen 'De weermakers' van de Australiër Tim Flannery laat een ongemakkelijke indruk achter. Aan het eind schrijft hij dat de mensheid resoluut in actie moet komen en de uitstoot van CO2 snel de kop in moet drukken. Anders “stort de wereldbeschaving in en wordt de mensheid teruggeworpen naar een middeleeuwse periode van het donkerste soort“. Of we zullen worden geregeerd door een orwelliaanse koolstofjunta die vroeg of laat zal concluderen dat er te veel mensen zijn en dus...

Op dat moment verbaas je je niet meer over zo'n doembeeld. De lezer heeft dan al meer dan tweehonderd pagina's rampspoed voor zijn kiezen gehad. Je kunt niet zeggen dat Flannery er vaak naast zit, het is meer dat hij voortdurend de uitersten op zoekt. Dan schrijft hij zinnen als: “Het kan meevallen als de temperatuurstijging beperkt blijft, maar als het plus 5 graden wordt...“ of “Dit is geen waarschijnlijk scenario, maar...“

Wellicht is dit de enige manier om de energieslurpende Amerikanen en Australiërs in beweging te krijgen, maar veel anderen zal deze overkill op de zenuwen werken. Ook bij mensen die al overtuigd zijn van de ernst van de klimaatverandering. Dat weten we nu wel, Tim, ben vaak je geneigd te roepen.

Flannery is bioloog, en dat is te merken. Hij staat uitgebreid stil bij het uitsterven van de gouden pad in Costa Rica, het eerste slachtoffer van de klimaatverandering. Hij treurt om het wegkwijnen van het Grote Barrière-rif, dé toeristische attractie van Australië. Maar als hij begint te jammeren over het verdwijnen van een visje dat geeneens een naam heeft, passeert hij een grens. Het is allemaal heel erg, maar er is meer ergs op de wereld. Soorten worden op dit moment vooral bedreigd omdat de oceanen worden leeggevist en de regenwouden gekapt. Daar zou je Flannery ook eens over willen horen.

Voor die nuance verlang je terug naar de wetenschapper. Dan maar geen waardeoordelen. Dan liever een afgewogen verhaal. Of een prikkelende gedachte. Waarom willen we de opwarming eigenlijk bestrijden, vraagt geoloog Salomon Kroonenberg zich af in 'De menselijke maat'. Omdat het onze schuld is? Schuldgevoel is een slechte raadgever. Om de aarde te redden? Die heeft zwaardere stormen doorstaan. Om onszelf te redden? Oké, en wat kun je dan het beste doen? Besef dat de tovenaarsleerling zijn eigen puinhoop alleen maar groter maakte.

Je hoeft het niet met Kroonenberg eens te zijn, maar door na te denken over zijn stellingen kom je nog eens ergens. Zo kom je beter beslagen ten ijs dan met het besef dat het allemaal heel erg is. Want door die zwarte doemverhalen zink je eerder moedeloos weg in je luie fauteuil.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden