Review

WILLEM WALRAVEN EN HET GEMIS VAN EEN VADERLANDIk haat de gedachte in Indische grond te liggen

Willem Walraven, Brieven aan familie en vrienden 1919 - 1941. Biografische inl. van F. Schamhardt. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 2de dr. 1992. 948 blz. gebonden f 125,. W. Walraven. Eendagsvliegen. Journalistieke getuigenissen uit kranten en tijdschriften. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1971. 326 blz. f 43,50. Wim Walraven Jr. De groote verbittering. Herinneringen aan mijn vader. Amsterdam, Bas Lubberhuizen, 1992. 80 blz. f 19,50 Het Oog in 't Zeil, jaargang 9, nr. 3, april 1992 (vrijwel geheel aan Walraven gewijd), f 15,.

T. VAN DEEL

Flakkee was trouwens naar zijn eigen zeggen geen dag uit zijn gedachten. Het eiland dat hij al op jonge leeftijd, in 1902, ontvlucht omdat de conservatieve mentaliteit hem tegenstaat, zal hij zijn hele leven in zich blijven omdragen. In de brieven die hij in de loop der jaren aan enkele familieleden schrijft, haalt hij met een zekere graagte en tot in verbluffende details herinneringen op, die op zijn zachtst gezegd getuigen van een haatliefde verhouding.

Zijn ouders personifieren voor hem het gewraakte eiland. Vooral zijn vader - een welgestelde kruidenier die niets liever wilde dan dat alles bleef zoals het was - haatte hij uit alle macht, maar ook zijn moeder karakteriseert hij zelf als een volstrekt liefdeloze vrouw. In dit milieu zat er voor Walraven niets anders op dan de verloren zoon te worden, een man die niet wilde deugen en die na wat mislukte baantjes in Rotterdam en een eveneens mislukte emigratie naar Canada, een tweejarig contract tekent als telegrafist bij de verbindingstroepen van het Nederlands-Indisch leger.

Intussen was hij, onder meer door Domela Nieuwenhuis, Troelstra en Frank van der Goes, bij wie hij zelfs een cursus marxisme volgde, een overtuigd socialist geworden en had hij denkbeelden ontwikkeld die lijnrecht ingingen tegen de conservatief-liberale van zijn vader, denkbeelden die hem nooit verlaten hebben. Ook in Indie bleef hij ze trouw, wat hem menig conflict bezorgde.

De belangrijkste gebeurtenis uit zijn leven is het huwelijk met Itih, een jonge vrouw uit de dessa Tjigoegoer in de Preanger. Als soldaat had hij haar geregeld ontmoet in het winkeltje dat zij dreef. Ze had een mislukt huwelijk achter de rug en toen Walraven, die ergens anders was gestationneerd, bij vrienden belangstellend naar haar informeerde en zelfs geld zond om haar in staat te stellen de reis te maken, kwam zij naar hem toe en trouwden zij na de geboorte van hun eerste kind.

Dit huwelijk met een, uit haar dessa weggevluchte inlandse vrouw (een zekere parallel met Walravens eigen afscheid van Dirksland valt moeilijk te ontkennen) maakte Itih tot buitenstaander in de Indische wereld en Walraven tot buitenstaander in de Europese. Van beide kanten werd een dergelijke verbintenis nauwelijks geaccepteerd. Walraven zelf voelde zich, zo krijgt men de indruk, door deze moeilijke positie eerder gesterkt in zijn liefde voor zijn vrouw en in zijn bestrijding van allerlei koloniale omstandigheden en vooroordelen.

Na verschillende betrekkingen te hebben vervuld, waaronder zelfs die van orchideeenkweker, zonder veel succes, kwam Walraven terecht op het punt van zijn bestemming: bij de Indische Courant, als free lance journalist. Hij schreef om den brode ontzaglijk veel kolommen vol, recenseerde boeken (zowel Vestdijk als een kookboek), verzorgde feuilletons, reportages. Een kleine keuze uit dit werk verscheen in 1971 onder de titel 'Eendagsvliegen'. Het zijn inderdaad, zoals de ondertitel van dat boek aangeeft, 'journalistieke getuigenissen' die Walraven schrijft, want hij was iemand die zichzelf er onmogelijk buiten kon laten.

Alles wat hij schreef had enigszins het karakter van een brief. Hij was geen verzinner, hij moest wat hij schreef ook zelf meegemaakt hebben of er iets persoonlijks aan kunnen verbinden. Het hoeft niemand te verbazen dat hij zich verwant voelde aan Forum en dan speciaal aan Du Perron, die hem in 1937 ook opzocht. Dat bezoek is het hoogtepunt van Walravens leven geweest, hij voelde zich verbonden met een literatuur, of liever: met een literaire instelling die hij geheel de zijne kon noemen. 'Eddy', zoals hij Du Perron steevast noemde in zijn brieven aan anderen, 'Eddy' betekende alles voor hem, hij huilde toen hij van diens dood vernam.

De belangrijkste bron voor onze kennis van Walravens leven zijn z'n brieven, die onlangs verschenen in een tweede, aangevulde druk van bijna duizend bladzijden. In feite is dat boek zijn hoofdwerk. De paar verhalen die hij aan het begin van de jaren veertig zal schrijven, maken duidelijk dat zijn proza nooit iets anders kon zijn dan bekentenisproza. "Ik heb nooit iets geschreven, wat ik niet zelf zag of voelde" schrijft hij aan Nieuwenhuys "geen letter heb ik ooit geschreven tegen mijn overtuiging in" . Dat geldt ook voor de krantestukken.

Uit de lectuur van zijn brieven rijst Walraven voor ons op als een eenzame man, aldoor levend 'op de grens'. Hij kon uitzonderlijk goed schelden, kankeren, vitten. Vooral wanneer hij wat biertjes op had, en de laatste tien jaar van zijn leven dronk hij flink (zelf heeft hij het er maar zelden over; vooral zijn zoon Willem gewaagt er van in zijn herinneringen aan zijn vader). Hij was een huistiran, iemand die kon vloeken en tieren, het meubilair stuksloeg, zijn vrouw en kinderen uitschold, kortom een weinig tevreden mens

Aan Nieuwenhuys: "Ik ben eigenlijk erg alleen met mezelf, soms nogal pessimistisch, maar nog altijd op mijn vrouw verliefd, maar dan ook alleen op haar, niet op alles wat rondom haar is. Ik ben niet gelukkig, maar ook niet ongelukkig. Het gelukkigste voel ik me als ik met mijn vrouw alleen ben buitenshuis, los van alles, en ook als ik bezig ben een goed stukje te schrijven of een brief aan iemand, van wie ik weet of vermoed, dat hij iets van me zal begrijpen."

Het grootste probleem voor Walraven was dat hij zich in Indie niet thuisvoelde. Hoeveel hij ook van zijn vrouw hield, zij bleef een vreemde voor hem, en dat gold ook voor zijn kinderen; hij kon schelden op hun ondoorgrondelijke Indo-gezichten. Hoezeer hij niet aardde kan misschien het eenvoudigst bewezen worden met het feit dat hij nooit en te nimmer Indisch wilde eten. Rijst was voor hem een verachtelijk gerecht. Wat hij wenste was worst of rode biefstuk, stevige Hollandse kost en het is bijna niet voor te stellen, maar het moet toch want het is de waarheid, dat hij al die jaren onder de tropenzon de nassi heeft geweigerd. Pas in het Jappenkamp, waar hij in 1943 aan aan malaria en dysenterie zal overlijden, eet Walraven dit 'voedsel der armen'.

Al in 1926 doorziet hij zijn situatie, de patstelling waarin hij zich heeft gemanoeuvreerd, volkomen: "Ik ben nog altijd teveel Hollander in merg en nieren om Holland te kunnen vergeten en mij in plaats daarvan Indier te voelen. Ik blijf ten slotte alleen staan en bevind mij in de positie van den man zonder vaderland. Mijn vrouw, hoe goed en zorgvol ook, is in vele opzichten een vreemdelinge voor mij en zoo worden ook mijn kinderen. Alles wat verband houdt met Holland, met mijn vroeger leven, met die verhoudingen en invloeden dus, die op mij hebben ingewerkt en mij gemaakt hebben tot wat ik ben, dat alles is en blijft voor hen een gesloten boek. Daarvan zullen zij nooit iets begrijpen."

De foto's die er van hem en zijn gezin bekend zijn, laten het al enigszins zien. Walraven, met zijn in later tijd zelfs zeer dikke lijf en zijn bolle kop, altijd in het wit, wordt omringd door een ten slotte groot gezin, met een heel ander uiterlijk en postuur. Hij moet zich dagelijks geconfronteerd hebben gevoeld met een wereld die hem vreemd bleef, zonder nochtans in de gelegenheid te zijn om naar Holland te vertrekken. Hij moest werken voor de kost en zoveel monden moesten gevoed worden.

Holland kwam naar hem toe en wel als jongeman. Toen zijn neefje Frans Schamhardt een keer op Indie voer en hij zijn oom ontmoette, ontstond er tussen die twee een innige band. Het is niet te gewaagd om te menen dat Walraven in Frans zoiets als een zoon zag, een voor hem herkenbaarder zoon dan de zoons die hij al had. Met deze neef zal hij uitvoerig en intiem corresponderen en gelukkig zijn deze brieven bewaard gebleven (zijn brieven aan Du Perron zijn, op een na, verloren gegaan): ze vormen bijna de helft van het lijvige brievenboek.

Walraven was een schrijver pur sang. Achter zijn typmachine moet hij, de principieel ontheemde, zich nog het meest thuis hebben gevoeld. Zijn zoon herinnert zich het nachtelijke bonken, Walraven had vanzelfsprekend een krachtige aanslag, dat enigszins werd gedempt door een stapel kranten die eronder lag. Men stelle het zich voor: een Dirkslander in de tropen, getrouwd met iemand van wie hij zielsveel houdt, maar die alleen lezen, niet schrijven kan. Een man, die nauwelijks de taal van het land verstaat, en al helemaal niet het Soendanees van zijn vrouw. Een man die bezwaren heeft tegen de koloniale aanwezigheid van Europeanen in Indie en die telkens in gedachten terugkeert naar zijn vaderland. "Ik haat de gedachte in dien Indischen grond te liggen en daar opgevreten te worden door de witte mieren" schrijft hij aan zijn zuster in 1939. Hij wil zich laten cremeren, als het zover is, maar of dat kan is de vraag, een crematorium is er helemaal niet. "Misschien is het ook maar een idee fixe van me, maar ik zou graag willen dat er van mij persoonlijk niets achterbleef in Indie; en vooral niet op een Indisch kerkhof liggen. Bespottelijker plaatsen bestaan er niet dan Indische kerhoven. (...) Het mooiste kerhof, dat ik me herinner, is het kerkhof in Dirksland, allemaal gras onder boomen, waar je geen graf meer kunt terugvinden en waar het hek altijd op slot is."

Walraven werd wel degelijk in het vermaledijde Indie begraven. Zijn

uw, Itih, daarentegen in het Hollandse Oss in 1969. Niet lang geleden is bij haar grafsteen een kleine gedenkplaat aangebracht waarop staat te lezen: ' "Itih, met het kleine naampje en het groote hart" Echtgenote van Willem Walraven (1887 - 1943), schrijver en journalist in Ned.Indie.' De eerste zin is afkomstig uit het verhaal 'De clan'. Zo kwam Walraven toch nog goed terecht.

Zijn geschriften, vooral dus zijn brieven, blijven hem in leven houden. Dat zal iedereen die ze leest moeiteloos kunnen toegeven. Ik verbeeld me zelfs, na zoveel bladzijden, dat ik hem hoor praten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden