Willem van Oranje oefende al jong met hellebaard

Een artistieke impressie van Willem van Oranje, zijn vrouw Anna van Egmont en hun aartslelijke mopshondje Pompey. Beeld nmm

Het Nationaal Militair Museum in Soest haakt aan bij de herdenking van het begin van de Tachtigjarige Oorlog, 450 jaar geleden. Vandaag opent een expositie over veldheer Willem van Oranje.

Straalvliegtuigen, Leopard-tanks, mobiele raketinstallaties... Willem van Oranje (1533-1584) zou zijn ogen hebben uitgekeken tussen al het moderne oorlogstuig in het Nationaal Militair Museum in Soest. Zelf leerde hij als kind ook strijden en oorlogvoeren, maar dan met zwaard, piek, hellebaard, staafbijl, dolk en rapier.

De historische wapens staan fier te blinken op een tentoonstelling die het museum aan de prins heeft gewijd. Vandaag komt koning Willem-Alexander de expositie openen.

Heldenrol

De aandacht gaat vooral uit naar de jonge Willem van Oranje, naar zijn tijd vóór de Tachtigjarige Oorlog. De samenstellers willen aantonen dat de prins niet zomaar aanvoerder werd van het verzet tegen de Spaanse overheersing. Zijn heldenrol vloeide voort uit zijn humanistische opvoeding en uit zijn jarenlange ervaring als bevelhebber in eerdere oorlogen.

Beeld nmm

Via een oranje loper wandelt de bezoeker na binnenkomst recht op twee poppen af: Willem van Oranje en zijn eerste vrouw Anna van Egmont. Het tweetal draagt adellijke kleding, voor de gelegenheid nagemaakt van papier. Uit die tijd zijn nauwelijks echte kostuums bewaard gebleven. Willems aartslelijke mopshondje Pompey - een vrije artistieke impressie - zit met zijn chagrijnige snoet tussen het stel in.

Voor de sfeer van het vroegere hofleven is een eettafel uitgestald vol historische lekkernijen. Daaronder ook het skelet van een gebraden zwaan, teruggevonden in een koninklijke afvalput in Breda. Willems tafelmes met houten opbergkoker, gebruikt als reisbestek, ligt ernaast.

Testament

Opmerkelijk is ook het getoonde testament dat Willem kort voor een veldslag opstelde uit angst dat hij het niet zou overleven. Hij wilde begraven worden in Breda, schreef hij. Maar die stad was bij zijn dood in Spaanse handen, dus werd het uiteindelijk Delft.

Aanleiding voor de tentoonstelling is het 'jubileum' van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), die dit jaar 450 jaar geleden uitbrak. Musea in het hele land storten zich erop, zoals te zien op de gisteren gelanceerde website 80jaaroorlog.nl. Nagespeelde veldslagen, theaterstukken, debatten en bevrijdingsfestivals: alle activiteiten staan op een landkaart vermeld.

Initiatiefnemers van de site zijn het Nationaal Militair Museum, het Dordrechts Museum, Museum Prinsenhof Delft, het Rijksmuseum en omroep NTR. Hun handzame webpagina moet een oplossing bieden voor het feit dat de Tachtigjarige Oorlog tot dusver alleen lokaal wordt herdacht. Leiden viert zijn ontzet (1574) op 3 oktober, Alkmaar het zijne (1573) op 8 oktober, Den Briel zijn bevrijding (1572) op 1 april. En Groenlo speelt om de twee jaar een veldslag uit 1627 na. Maar er lijkt weinig collectief besef te heersen dat al die verhalen samenhangen en dat ze in 1588 resulteerden in de vorming van de onafhankelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden - met de kort tevoren vermoorde Willem van Oranje als 'vader des vaderlands'.

Wilhelmus

In Soest proberen ze dit besef te vergroten met concrete voorwerpen, waaronder de befaamde bevelhebbersstaf van de prins. Deze rijk versierde stok, in 2016 in een Spaans jezuïetenklooster teruggevonden, is gebruikt tijdens de Slag op de Mookerheide (1574). Bij die dramatisch verlopen strijd wonnen de Spanjaarden en sneuvelden twee van Willems broers. De staf is voor zover bekend het enige bewaard gebleven exemplaar dat door Willem van Oranje - of in elk geval uit zijn naam - aan een bevelhebber is uitgereikt.

Uniek is ook een tentoongestelde oerversie van het Wilhelmus in een prachtig geïllustreerd handschrift uit de jaren 1603 tot 1623. Op de afbeeldingen wappert een rood-wit-blauwe banier, de zogeheten 'princevlag' die de nationale driekleur zou worden. Ook de tekst van het volkslied, met dat rare Duitse bloed, wordt op de expositie weer inzichtelijk; Willem kwam ter wereld in het Duitse slot Dillenburg en werd slechts door toeval Nederlands.

Over het Wilhelmus ontstond vorig jaar een vurige discussie toen het CDA tijdens de kabinetsformatie had geopperd om het lied elke dag verplicht te laten zingen door schoolkinderen.

Een meerderheid van de bevolking wijst die dwang af, blijkt uit peilingen. Wel zouden de meeste mensen het toejuichen als er meer aandacht komt voor de inhoud en de betekenis van de tekst, en voor de achterliggende vaderlandse geschiedenis. Voor al die mensen komt het herdenkingsjaar 2018 als geroepen.

Lees ook: Het Wilhelmus is een vorm van vaderlandsliefde die prima bij Nederland past

Er is nationalisme en nationalisme. De Nederlandse variant kenmerkt zich door innerlijke tegenstrijdigheid, stelde Trouw vorig jaar in het commentaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden