Review

WILLEM JAN OTTEN'BEDROG TEST JE TOT OP HET BOT'

Willem Jan Otten, 'De wijde blik', uitg. Van Oorschot, 177 blz.f 29,90. Deze maand verschijnt ook een herdruk van 'Een man van horen zeggen', zijn novelle uit 1984. Op 19 en 26 november houdt Otten op de rijksuniversiteit in Groningen twee openbare lezingen over zichtbaarheid en onzichtbaarheid. Op 11 december krijgt Otten de Jan Campertprijs voor zijn vorig jaar verschenen dichtbundel 'Paviljoenen'.

HANNEKE WIJGH

Ook in 'De wijde blik', zijn nieuwe roman, komt 'Tokio Monogatari' ter sprake. Lex, de hoofdpersoon, zegt tegen Susan, zijn door een ongeval blind geworden vrouw, dat hij naar de bioscoop gaat, omdat 'Tokio Monogatari' draait. Die hebben we toch op video, zegt zij. Lex antwoordt dat hij de film weer eens in het groot wil zien. In plaats van naar de bioscoop gaat Lex naar zijn minnares, Joan, die hij een tijd niet heeft gezien, maar hij ontmoet haar niet. Haar boot ligt niet meer op de gewone plek, bij de sluis in AmsterdamNoord.

In 'Tokio Monogatari' gebeurt het volgende: Een ouder echtpaar reist naar Tokio om daar hun kinderen te bezoeken, maar die hebben niet veel tijd. Een zoon is dokter, een dochter werkt in een kapsalon, alleen Noriko, de vrouw van hun overleden zoon, neemt een vrije dag op, om haar schoonouders iets van de stad te laten zien. Als het echtpaar weer terug is in hun veraf gelegen dorp overlijdt de vrouw, de vermoeienissen van de reis zijn haar kennelijk teveel geweest. Alle kinderen komen over voor de begrafenisplechtigheid, maar ze vertrekken direct na afloop, op Noriko na. Als de vader weer alleen is vraagt hij zich af waarom hij niet eerder tegen zijn vrouw heeft gezegd hoe lief ze was. Nu ze dood is, is het te laat. Einde film.

In 'Tokio Monogatari' ontbreekt elke morele veroordeling. Het leven is zoals het is, iedereen doet zijn best, niemand treft enige blaam. Ook komen er geen zichtbare emoties in voor, geen aanrakingen of omhelzingen, of zelfs maar een zweem van erotiek. Alleen aan het eind laat Noriko zich even gaan, als haar schoonvader haar het horloge geeft van zijn vrouw, als dank voor de door haar verleende gastvrijheid.

De film lijkt in een aantal opzichten het tegendeel van 'De wijde blik'. De roman van Otten is gecompliceerder van structuur, er wordt heen en weer gesprongen in de tijd, het verhaal blijft niet aan de oppervlakte steken, zoals in 'Tokio Monogatari' ogenschijnlijk. Er gebeurt veel, alle grote thema's komen aan de orde zoals liefde, seksualiteit, overspel en bedrog. Wel ontbreken, net als in de film, de morele oordelen. Lex voelt zich niet schuldig aan de blindheid van zijn vrouw. Susan viel met haar stuitje precies op het voetstuk van de fietspomp, die Lex niet op zijn vaste plek had teruggezet. Hij had haast om op tijd bij zijn minnares te zijn.

Na het zien van 'Tokio Monogatari' begrijp ik waarom de film zo belangrijk voor Otten is. De film is het bewijs van zijn al vaker uitgesproken adagium: dat beelden geen emoties oproepen, maar andersom. Op het eerste gezicht gaat de film over een reis van dat bejaarde echtpaar naar Tokio, maar Ozu vertelt tegelijkertijd het verhaal van de menselijke eenzaamheid, van datgene wat niet via beelden op het netvlies wordt geprojecteerd. 'Blinde beelden' noemde Otten ze tijdens een gastcollege deze maand op de rijksuniversiteit in Groningen. Na de vertoning van 'Tokio Monogatari' tijdens het college weerlegde Otten zelfs het idee dat we ogen hebben om te kijken. We kijken pas wanneer we ervaren.

Willem Jan Otten woont met zijn vrouw, de schrijfster Vonne van der Meer, en hun twee zoons in een dorp in het Gooi. Net als Lex trouwens, de hoofdpersoon uit 'De wijde blik'. Maar Otten is niet scheel, zo ver gaat de overeenkomst tussen auteur en zijn alter ego niet. Otten heeft lichte, onderzoekende ogen, die je niet altijd aankijken. "Iemand glashard aankijken, dat is juist geen blijk van eerlijkheid," , zegt hij, alsof hij zich wil verdedigen.

In zijn roman stelt Otten een paar thema's aan de orde, die we al uit zijn toneelstukken, dichtbundels en essays kennen, vooral 'Denken is een lust' uit 1985, waarin hij over zijn verslaafdheid aan pornografische beelden schrijft. Otten maakt in het essay duidelijk dat hij zelf onder die verslaafdheid lijdt, net als Lex, de hoofdpersoon in zijn roman, een recensent van films. Omdat Lex zijn seksuele fantasieen niet met zijn vrouw durft te delen, uit angst haar te verliezen, begint hij een verhouding met Joan, een schilderes die hij in het Filmmuseum heeft ontmoet. Ze vrijen naar hartelust, elke maandagmorgen nadat hij zijn kopij bij de krant heeft ingeleverd.

Otten stelt in zijn roman liefde tegenover seksualiteit. "Lex is verwikkeld in het probleem dat ik de weeffout van de begeerte noem" , zegt Otten. "Hij kan eenvoudigweg niet geloven dat de begeerte wederzijds is. Dat degene naar wie hij kijkt, ook op hem valt. Dat probleem is niet nieuw, de oude Socrates heeft al over het verschil tussen minnaars en geliefden geschreven. Als de minnaar door de schoonheid van de geliefde wordt getroffen, komen er allerlei denkbeelden in hem op die de begeerte in hem losmaken, maar hij wordt nooit zelf de geliefde. De minnaar is het licht dat op de geliefde schijnt, nooit andersom."

"De liefde die Lex voor Susan voelt, staat geen pornografische fantasieen toe. Die kan hij alleen bij Joan kwijt. Liefde leidt tot verschonen. Lex verschoont zijn vrouw van zijn seksuele voorstellingen, hij vertelt haar niets over zijn fantasieen. Ze is daar blind voor, denkt hij, letterlijk. Dat is de makke van veel verhoudingen: dat mannen hun vrouwen verschonen van de vieze gedachten die ze erop na houden. Het dubbelleven dat veel mannen leiden, komt uit dit systeem voort. Verblinding is trouwens een bekend thema in de literatuur. 'Gelach in het donker' van Nabokow eindigt ook met een minnares die blind wordt. In 'Mein Name sei Gantenbein' van Max Frisch veinst een man blindheid."

Otten maakt er geen geheim van dat alles wat hij schrijft autobiografisch is, zoals deze roman, maar ook bij voorbeeld het lange gedicht 'De eend' waarin een eend de ik-persoonis. "Alleen, wie nu verwacht dat Vonne met een blindenstok door het huis loopt, komt bedrogen uit," lacht hij.

"Het schrijverschap vat ik op als het schrijven van een autobiografie, een poging om mezelf te kronieken, al voer ik niemand letterlijk op in mijn boek. Ook valt de 'ik' niet samen met mijn eigen persoon, Lex is een personage dat ik bedacht heb, om dit verhaal te kunnen schrijven. Zo vat ik trouwens al snel een oeuvre op. Dat van Shakespeare is ook een doorlopende autobiografie. Als je daar van uit gaat, wordt het pas echt spannend, althans voor mij. Als je 'Othello' leest, zie je dat Shakespeare een man is geweest met kennis van zaken, hij wist uit eigen ervaring wat overspel was en bedrog. Veel personages bij Shakespeare dragen een driehoek gebeiteld op hun kop."

In zijn toneelstuk 'Henry II' voert Otten iemand op zonder geheugen, 'Een sneeuw' gaat over een man die zelf niets zegt, maar over wie iedereen zijn eigen gedachten heeft en in de novelle 'Een man van horen zeggen' is de hoofdpersoon een dode pianist, die alleen bestaat als hij door anderen herinnerd wordt. Allemaal personages zonder eigen identiteit. Is identiteit zijn thema?

"Uiteindelijk wel, ja. Maar identiteit is niet wat iemand is, het is wat hij in zich zelf ziet, een gemis. Dat doe ik door van mezelf een mogelijke ikpersoon te maken, een man die al gestorven is of, zoals in dit boek, een man die heel erg scheel kijkt, omdat ik over kijken wil schrijven. Wat voor reacties roept hij op? Hoe wordt hij op zijn beurt aangekeken? Welke spanning veroorzaakt zijn blik? Daarom is die verhouding met Joan voor hem zo bijzonder, niet alleen omdat zij loenst. Joan lijkt op Lex, ze beoefent een zelfde soort seksualiteit die sterk lijkt op zijn eigen begeerte, dat maakt haar bijna mannelijk. Vrouwelijk noem ik alles wat een man niet begrijpt, het gat waarin al zijn beramingen en ideeen verdwijnen, waar de belevenissen raadselachtig, onkenbaar en ook onlesbaar zijn."

"Het idee over mannelijk en vrouwelijk is trouwens aan het verschuiven. Deze zomer las ik 'Sexual personae' van de Amerikaanse schrijfster Camille Paglia. Zij stelt aan de orde dat ook vrouwen hun fantasieen projecteren en dat zij hun pornografische beelden naspelen. Vrouwen zijn helemaal niet zuiverder dan mannen, op dit punt. Die constatering is betrekkelijk nieuw, hoewel Luis Bunuel in zijn film 'Belle de jour' al een keurig getrouwde doktersvrouw opvoert, die tussen twee en vijf uur 's middags de hoer speelt en die bijna door een alles verzengende minnaar wordt doodgeslagen. Een duidelijk voorbeeld van 'geprojecteerde lust', volgens mij. De slotzin van 'Belle de jour' heb ik boven mijn bed hangen. Voor zover ik hem uit het hoofd kan citeren, luidt die: 'Je misdaad is niet dat je wat uitgevroten hebt, maar dat je je man verschoont van jouw gedachten erover. Dat hij nog altijd denkt dat jij zuiver bent'."

In 'De wijde blik' stelt de filmessayist Victor Rozemond, bij wie Lex een cursus scenario-schrijven volgt, dat elk mens een geheim heeft:

"Mensen komen pas tot leven, als ze iets verbergen. Geef een mens een verlangen dat hij geheim wil houden, en hij wordt een maker, de schepper van zijn eigen leven."

Rozemond adviseert Lex om weinig scrupules te hebben met zijn personages:

"Wees boosaardig, wees onverzoenlijk, manoeuvreer je personages in het parket waarin zij zich vastklampen aan hun geheim, alleen dan wordt hun geheim hun halszaak."

Otten: "Mijn boek gaat inderdaad over liegen, het verzwijgen van een geheim, al hoewel Lex aan het einde alles eerlijk opbiecht, maar dan is Susan al met Rozemond vertrokken. Voor Lex is liegen een raison d'etre, door te liegen wordt hij iemand. Door zijn bedrog kan hij ontsnappen aan de blik van Susan, kan hij tegen zichzelf zeggen dat hij iemand is. Hij groeit in zijn bedrog zoals Hamlet groeit in zijn weigerachtigheid."

Alle recensenten schreven dat 'De wijde blik' desondanks geen banale roman over een driehoeksverhouding is geworden. "Maar er bestaan geen banale driehoeksverhoudingen" , zegt Otten met stemverheffing. "Bedrog is helemaal niet banaal. Het is een van de gelukzalige rampen die een mens kunnen overkomen. In zulke situaties worden mensen op de proef gesteld, worden ze iemand. Bedrog test je tot op het bot, en je komt er nooit ongeschonden uit. Als ik hoor dat iemand in een driehoek verwikkeld is, denk ik nooit: o, wat erg, maar: ik ben benieuwd. Niet uit wraakzucht, maar omdat het een van de drama's is die boven ieders leven hangen, ook al worden ze niet bewaarheid. Behalve boven het leven van Leo en Tineke Vroman, die komen beslist niet in de hemel, die zijn er al."

"Natuurlijk" , zegt Otten. "Het is mijzelf ook overkomen. Iets van dat complex aan verwarringen en gevoelens is in het boek terecht gekomen. Maar zo helder als het daar staat, is het niet geweest. Bedrog is een soort natuurwet, het overvalt je, het voltrekt zich aanvankelijk buiten je om. Ik ben geen propagandist van het verschijnsel, ook niet van pornografie of van het zeeklimaat. Ik ben opgegroeid in de tijd van de seksuele revolutie, toen alles moest kunnen en er voor elk probleem een oplossing bestond. Voor bedrog bestaat geen oplossing. Het is iets dat per definitie iets om zeep helpt: het idee van het paar voor altijd. Het rouwproces verwerk je in fasen en uiteindelijk geef je, als het lukt, die ervaring een plek in je leven. Want hoe verscheurend die gevoelens ook waren, ze zijn weer betijd. De vorm die je uiteindelijk vindt, dat is de man die je bent, en niet de man die je had voorgenomen te zullen zijn."

Willen Jan Otten is een kijker. Iemand die gevormd is door de duizenden beelden die hij van jongsaf aan op de televisie en in magazines als TimeLife heeft gezien. Wat hij uiteindelijk ziet, wordt nog eens gekleurd door de emotionele herinnering aan die beelden. In zijn essaybundel 'Het museum van licht' beschrijft Otten beelden in films die in werkelijkheid niet te zien waren, zoals een filmcriticus meesmuilend constateerde.

"Dat was onverteerbaar voor veel beroepsrecensenten, dat iemand brutaalweg zijn eigen ervaringen bij een film beschrijft, in plaats van de juiste, de officiele."

Kijken is voor Otten zo iets vanzelfsprekends dat het hem verbaast dat niet elk boek daarover gaat.

"Ik heb soms pijn in mijn ogen van het kijken. Kijken, dat is gedachten hebben, maar die niet opschrijven. Ik kijk altijd, behalve als ik schrijf. Dan ben ik zo blind als een kwartel. Als ik aan het schrijven ben, luister ik, want boven het papier heerst duisternis. De metafoor voor de verbeelding is niet het oog, maar het oor. Het oor heeft het primaat. Verbeelding is verluiding."

"Ik herinner me nog goed het moment waarop ik me voor het eerst bewust was van het feit dat ik naar mezelf keek. Ik zal een jaar of acht zijn geweest, we woonden nog in Amsterdam, in de huiskamer werd gemusiceerd. In de spiegel in de gang keek ik of ik net zo gespierd was als de hoofdpersoon uit 'De kleine indiaan', een van de Gouden Boekjes die ik las. Ik weet nog dat ik van die Hollywoodachtige gebaren maakte, om mijn musculatuur te testen terwijl er middeleeuwse muziek klonk. De deur van het toilet hield ik geopend, zodat ik er in kon duiken als iemand opeens de gang in liep. Ik wilde met de ogen van iemand anders naar mezelf kijken."

In 'De wijde blik' moet Victor Rozemond tijdens een radiointerview antwoord geven op de vraag wat hij het minst erg zou vinden: blind of doof? Een onmogelijke vraag, die ik toch aan Otten stel:

"Als ik moest kiezen tussen blind geboren of doof, zou ik blindheid preferen, vanwege de taal. Een doof iemand weet niet wat klanken zijn, hoe poezie klinkt. Een dove wordt niet in een taal geboren, hij woont niet in Nederland, maar in dovenland, stel ik mij voor. Op latere leeftijd zou ik voor doofheid kiezen, dan kan ik blijven zeilen. Hoewel, nooit meer naar muziek kunnen luisteren, dat zou ik een ramp vinden. Maar als dove kan ik zonder hulp van derden de haven uitvaren. Ik kan de wind op mijn huid blijven voelen. Maar ja, het ergst van stokdoof zijn, is weer dat je geen stilte hoort. En die hoort Susan natuurlijk nog wel."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden