Review

Wilkomirski's werkelijkheid

Binjamin Wilkomirski heeft de verschrikkingen van de vernietigingskampen in Polen overleefd. Of niet? Hij was een joods kind. Of niet? Zijn vader werd voor zijn ogen dood gereden. Of niet? Hij zag bloederige ratten uit de buiken van dode vrouwen kruipen. Of niet? Historicus Stefan Müchler is gevraagd te zoeken naar de oplossing van een zorgvuldig bewaard raadsel.

Rosan Hollak

Op dit moment gelooft haast niemand meer in het kampverleden van Binjamin Wilkomirski. Maar toen zijn boek Bruchstücke. Aus einer Kindheit 1939-1948, in 1995 verscheen, werd het door holocaustkenners bejubeld. Daniel Goldhagen, auteur van Hitler's Willing Executioner's, vond het een uitermate leerzaam boek ,,zelfs voor degenen die vertrouwd zijn met de holocaust.''

Waar het ook verscheen, het boek werd onmiddellijk vergeleken met klassieke werken over de holocaust zoals die van Primo Levi en Elie Wiesel. Bruchstücke werd vertaald in twaalf talen, verplicht gesteld op literatuurlijsten van scholen en universiteiten en kreeg zowel de National Jewish Book Award, als de Jewish Quarterly Literary Prize en de Prix de la Memoire de la Shoah.

In Bruchstücke, in Nederland uitgegeven onder de titel Brokstukken, beschrijft Wilkomirski de vroegste beelden van zijn leven in de concentratiekampen Majdanek en Auschwitz II. Het is een gruwelijke getuigenis van een drie- of vierjarig kind dat een onophoudelijke reeks wreedheden aanschouwt. Wilkomirski vertelt hoe hongerige baby's hun vingers tot op het bot kapotknagen, hoe een bewaker hem voor de lol met zijn kop tegen een muur aan knalt en hoe hij zijn moeder eenmaal heeft bezocht, zonder te begrijpen wie zij is.

Alle ervaringen geeft hij weer met een rauwe, bijna surrealistische directheid. En de tragiek wordt nog eens vergroot doordat hij, jong als hij is, geen onderscheid kan maken tussen oorlog en vrede. Als hij later in het huis van zijn pleegouders in Zwitserland komt, en zijn nieuwe moeder hem de kolenverwarming laat zien, denkt hij dat de gietijzeren oven met kinderklep voor hem bedoeld is.

Het moet voor Wilkomirski, die naar eigen zeggen nooit een gewillig oor vond voor zijn verknipte kinderjeugd, een enorme bevrijding zijn geweest dat hij in 1995 via Brokstukken naar buiten kon treden. Zijn nawoord getuigt hiervan: ,,Heel zelden heb ik schuchter geprobeerd om ten minste een fragment van mijn herinneringen met iemand te delen, maar dergelijke pogingen mislukten steeds. Een tikkende vinger tegen een voorhoofd of agressieve tegenvragen zorgden ervoor dat ik al gauw het zwijgen toe deed.''

Hoe treurig ook, de tijd voor agressieve tegenvragen is wederom aangebroken. Binjamins oorlogsverleden wordt in twijfel getrokken. Volgens de Zwitserse schrijver Daniel Ganzfried is Wilkomirski een leugenaar en heeft hij Majdanek en Auschwitz alleen als toerist bezocht. De auteur heeft zichzelf een valse identiteit aangemeten, concludeerde Ganzfried in de Zürichse krant Weltwoche. Volgens Ganzfried is Wilkomirski niet joods, heeft hij nooit in een kamp gezeten en werd hij niet in 1939 in de Letse hoofdstad Riga geboren.

Officiële documenten tonen aan dat Wilkomirski eigenlijk Bruno Doessekker heet en zijn gehele jeugd in Zwitserland heeft doorbracht. Hij is op 12 februari 1941 geboren als onwettige zoon van Yvonne Grosjean en werd, na een periode in een weeshuis, in 1957 in Zürich geadopteerd door het artsenechtpaar Doessekker. Na de dood van zijn biologische moeder in 1981, accepteerde hij, als Bruno Doessekker, de kleine erfenis die zij hem naliet.

Wilkomirski gaf in de Zürichse Tages-Anzeiger een antwoord op Ganzfrieds aantijgingen. Hij zei niet te twijfelen aan de echtheid van de documenten uit het Zwitserse dossier. Maar, zoals zovele weeskinderen die de holocaust overleefden, had hij een nieuwe identiteit gekregen, met een andere naam, een andere geboortedatum en een andere geboorteplaats. Bruno Doessekker was een pseudo-identiteit die hem voor statenloosheid had behoed. En dit had niets te maken met zijn ware levensgeschiedenis.

,,De juridisch gewaarmerkte waarheid is één zaak, die van een leven een andere'', schreef hij al in het nawoord van Brokstukken. Daarmee leek Wilkomirski zich bij voorbaat te verdedigen tegen iedere twijfel aan het waarheidsgehalte van zijn boek. Maar met dit antwoord kon de zaak niet worden afgedaan. Want wie is dan Bruno Doessekker? Schrijfster en uitgever Elena Lappin zocht Wilkomirski op in Zwitserland, en stelde hem deze vraag. Haar bevindingen publiceerde zij vorige maand in het Engelse literair tijdschrift Granta.

In antwoord op Lappins vraag vertelde Wilkomirski een onsamenhangend verhaal. De familie Doesekker zou, voor zijn adoptie, een ander kind in huis hebben gehad. Binjamin herinnerde zich een kamer vol met speeltjes die, nadat hij er iets over had gezegd, snel werden weggeruimd door zijn adoptie-moeder. Het speelgoed behoorde volgens hem toe aan de ware Bruno, wiens naam en papieren hij vervolgens had gekregen. Waar de echte Bruno was gebleven kon hij Lappin niet vertellen, behalve dat hij als tiener een keer een leeftijdgenoot in Zürich tegenkwam, die hem had verteld dat hij maar wat blij was dat hij niet door de Doesekkers was grootgebracht. Deze ware Bruno was volgens Wilkomirski met zijn familie naar de Verenigde Staten vertrokken.

Weinig overtuigd door dit antwoord, trok Lappin meer sporen na. Zij sprak met mensen die, gedurende de periode die in Brokstukken wordt beschreven, in het weeshuis in Krakow verbleven. Geen van hen kon zich de kleine Binjamin herinneren. Daarnaast benaderde Lappin Lea Balint, directrice van een Israëlische organisatie die overlevenden van de holocaust helpt bij het vinden van hun ware identiteit. Balint ontmoette Wilkomirski voor het eerst in 1993 en staat nog steeds bekend als zijn grootste verdedigster. Volgens Balint, die zelf de oorlog in Polen had doorbracht, gaf Wilkomirski haar een exacte beschrijving van het weeshuis in Krakow. Balint raakte zodanig overtuigd door Binjamins verhaal, dat zij hem vroeg mee te werken aan een documentaire over holocaustoverlevenden zonder identiteit.

Deze documentaire, getiteld 'Wanda's Lijsten', werd in 1994 in Israël uitgezonden. Het bracht Wilkomirski in contact met de dochter van 'Frau Grosz'. In Brokstukken is het Frau Grosz die hem vanuit het weeshuis in Krakow meeneemt naar Zwitserland. Het bestaan van haar familie levert volgens Balint het bewijs dat Wilkomirski zijn jeugdherinneringen niet verzonnen heeft.

Lappin stuitte echter op een ander verhaal toen zij de dochter, Sara Geneslaw, in New York opbelde. Geneslaw vertelde Dat Wilkomirski's beschrijving van haar moeder - wier meisjesnaam Gross was - weliswaar klopte, maar dat zij onmogelijk in die tijd vanuit Polen naar Zwitserland heeft kunnen vluchten. Hetzelfde verhaal had zij aan Wilkomirski verteld die, na het ontvangen van een foto van Gross, bleef beweren dat hij de vrouw herkende. Hij vroeg zelfs aan Geneslaw of hij de foto op zijn nachtkasje mocht zetten.

'Wanda's Lijsten' leidde tot verdergaande dramatische ontwikkelingen. Toen Sara Lerner Wilkomirski op de televisie zag, herkende ze in hem haar zuster die, samen met haar baby Binjamin, in Majdanek was vermoord. Ze belde haar voormalige zwager, Yaakov Maroko, en vertelde hem dat ze zijn vermiste zoon had gezien. Maroko, een ultra-orthodoxe jood die na de oorlog was hertrouwd, reageerde aanvankelijk terughoudend maar raakte, na telefoongesprekken en een uitgebreide briefwisseling met Wilkomirski, ervan overtuigd dat hij zijn verloren zoon hervonden had. Ze spraken af dat Binjamin naar Israël zou vliegen. Maar voordat ze elkaar in de armen zouden sluiten, besloten ze een DNA test te doen, om elke twijfel aan hun vader-zoon relatie buiten te sluiten. De resultaten van de test logen er niet om: het was uitgesloten dat ze familie van elkaar waren.

Aanvankelijk zwaar teleurgesteld, liet Yaakov het er toch niet bij zitten. Na een onderhoud met zijn rabbijnen besloot hij dat, tegen alle wetenschappelijke feiten in, Binjamin zijn zoon was. En zo werd op Ben Gurion in April 1995 door een kluwen verslaggeefers en cameraploegen een innige hereniging van vader en zoon geregistreerd.

Geloofde Yaakov Maroko werkelijk dat hij zijn zoon had teruggevonden? Lappin vroeg het aan de weduwe van de reeds overleden Maroko. Zij antwoordde ontkennend. Ook Wilkomirski vertelde Lappin dat hij wist dat de oude man zijn vader niet kon zijn. Hij schreef Maroko niettemin na de uitslag van het bloedonderzoek: ,,De resultaten van de bloedtest kunnen me eigenlijk niet schelen, er zijn teveel aanknopingspunten, jij was ook in Majdanek. Ik heb lijsten van meer dan duizend kinderen uit Polen die de kampen hebben overleefd, en nergens verschijnt de naam Benjamin. Dat er in 1943 twee Binjamins in Majdanek waren lijkt me daarom onwaarschijnlijk.''

Elena Lappin neusde verder. Alle wegen die naar het bestaan van Binjamin Wilkomirski konden leiden eindigden in onduidelijkheden of verdraaide feiten. Daarom kon Lappin in Granta niets anders concluderen dan dat Brokstukken een fictief werk is. Vreemd genoeg heeft Lappin geen moment getwijfeld aan de oprechtheid van de auteur. ,,Het lijkt onmogelijk zulk zieleleed te bedenken'', schrijft ze. Bruno Doesekker heeft volgens haar een verleden gecreëerd waarin hij zelf diep gelooft. Wat hij in Brokstukken beschrijft, heeft hij met grote intensiteit doorleefd.

De journalist Philip Gourevitch van The New Yorker, werd geconfronteerd met dezelfde rotsvaste overtuiging toen hij Wilkomirski vroeg of hij ooit twijfelde aan zijn eigen geheugen. De auteur antwoordde: ,,Ik weet dat ik mijn geheugen kan vertrouwen. En daarmee basta!''

Volgens Gourevitch is het geheugen het enige wat voor Wilkomirski telt. Feit of fictie, kan hem helemaal niets schelen. Wilkomirski zegt zelf dat Brokstukken niet als een feitelijk verslag gelezen kan worden. Hij beschouwt het als een werk over traumatische eerste herinneringen. Het gebroken en onsamenhangende karakter van zo'n ervaring moet gezien worden als het bewijs van een trauma, niet als het rapport van een expert over de holocaust. In het voorwoord van Brokstukken schrijft hij: ,,Ik ben geen schrijver, geen auteur. Ik kan alleen proberen om het beleefde, het geziene, zo exact mogelijk in woorden na te tekenen - zo precies als mijn kindergeheugen het maar heeft behouden: nog zonder kennis van perspectief en vluchtpunt.''

Natuurlijk heeft Wilkomirski gelijk als hij zegt dat Brokstukken de holocaust niet feitelijk weergeeft. Zoiets is onmogelijk en daarbij: hij was te jong, wat hij beschrijft zijn impressies. Maar het maakt wel degelijk uit of wat je leest een getuigenis is of een verzinsel.

Een goed voorbeeld is de reactie van Elie Wiesel op het boek van Jerzy Kosinski De Geverfde Vogel uit 1965. In dit surrealistische werk wordt de wrede jeugd van een joodse jongen gedurende de oorlog in Polen beschreven. Het boek werd als een fictief werk op de markt gebracht. Maar toen Kosinski erachter kwam dat Wiesel het boek voor de Times Book Review ging recenseren, vertelde hij de man dat zijn werk autobiografisch was. Wiesel, die aanvankelijk lauw op het boek had gereageerd, hemelde het werk op omdat het ineens de status van getuigenis had gekregen. Kortom, wanneer iets 'echt' gebeurd is, krijgt het boek een heel andere lading en maakt het bij de lezer meer emoties los.

Op Wilkomirski rust daarom de morele plicht aan te tonen dat wat hij heeft geschreven de waarheid is. En dat heeft hij niet gedaan. Wilkomirski heeft één ding nagelaten om zijn verleden te doorgronden. Max Grosjean, de broer van Yvonne Grosjean, leeft nog steeds. Wilkomirski is hem in de zomer van 1998 zelfs gaan opzoeken. Max vertelde hem dat zijn zuster in 1940 een auto-ongeluk had gekregen en dat men in het ziekenhuis ontdekte dat ze zwanger was. Ze bleef daar tot aan de bevalling en, omdat ze ongehuwd was, werd Bruno ter adoptie gesteld. Wat er in de eerste vier jaar van diens leven is gebeurd, kon Max niet vertellen. Maar later werd Bruno naar een soort kuuroord in Adelboden gestuurd waar zijn moeder hem ten minste een keer heeft opgezocht. Toen hij ter adoptie werd gesteld, mocht ze hem niet meer zien. Aangezien Max de broer van Yvonne Grosjean is, zou een DNA-test kunnen aantonen dat hij en Bruno/Binjamin familie zijn. Maar tot nu toe weigert Wilkomirski.

De twijfels die rond Wilkomirski zijn gerezen hebben diens literaire agent in Zürich, Eva Koralnik, ertoe gebracht de historicus Stefan Müchler te vragen de zaak tot op de bodem uit te zoeken. De conclusies van dit onderzoek, die nog deze zomer worden verwacht, zullen alle uitgevers van Brokstukken worden toegestuurd zodat zij die in toekomstige edities van het boek kunnen opnemen (uitgeverij Bert Bakker heeft de Nederlandse uitgave inmiddels in de ramsj gedaan). Wilkomirski heeft zijn volledige medewerking toegezegd. De kans dat zijn DNA zal laten vergelijken met dat van Max Grosjean is echter klein. Tegenover journalist Gourevitch legde hij uit waarom: ,,Ik volg de regels van mijn leven. Ik ben niet het eigendom van een stel komedianten.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden