Review

'Wie wordt niet bang van namen als Duffai en Busnoys?'

Het zijn zonder twijfel de bewoners van de Concertgebouwbuurt te Amsterdam die de meeste renaissancecomponisten van naam kennen. Zij lopen dagelijks door het muzikale verleden in straten en pleinen als de Okeghem- en de Obrechtstraat en het Valeriusplein.

HARM OVING

Een deel van de naamgeving van de wijk is echter gebaseerd op een groot misverstand. Eind vorige eeuw bij de bouw van het Concertgebouw was men ervan overtuigd dat Nederlanders buitgewone verdiensten hadden gehad bij de ontwikkeling van de muziek uit de Renaissance. Afgaande op de namen van componisten als Obrecht en Okeghem zou je dat ook kunnen denken. De meerderheid van die zogenaamde Nederlandse componisten kwam echter uit wat tegenwoordig België en Noord-Frankrijk is. Een gebied dat inclusief Nederland toen ook wel werd aangeduid met de term de Lage Landen, Les Pays Bas, I Paesi Bassi, maar dat weinig met het huidige Koninkrijk van doen heeft. Van de straten zijn Obrecht en Valerius Nederlanders, Okeghem, Lassus en Josquin des Prez echter niet.

Belangstelling voor muziek uit de Renaissance kwam op toen muziekgeleerden in de achttiende eeuw op zoek gingen naar de geschiedenis van de muziek in Europa. De Middeleeuwen waren voornamelijk interessant vanwege de liturgische muziek maar pas in de Renaissance ontwikkelde zich een hoogstaande kunstzinnige muziekstijl die voor de kenners het beluisteren nog waard was.

Veel van die renaissancemuziek was echter anders, om te beginnen de notatie, maar vooral de manier van componeren. In plaats van een melodie met akkoorden als begeleiding bestond die muziek uit een vervlechting van verschillende melodische lijnen. Veel geleerden hielden zich dan ook bezig met de manier waarop de muziek in elkaar was gezet, welke andere toonladders daarbij gebruikt werden, welke ritmes en maatsoorten. Daarnaast vroeg men zich ook af waar die muziek begonnen was en wie haar ontwikkeld had.

Hier komen de Nederlanders om de hoek kijken, of tenminste de componisten die men in de vorige eeuw de Nederlandse nationaliteit toedacht. Men constateerde dat in het hertogdom Bourgondië deze polyfone muziek tot grote hoogten was gebracht. De componisten die daarvoor verantwoordelijk waren, reisden door heel Europa om hun kunsten te vertonen en verspreidden zo hun muziek. Bleef echter de vraag op wiens verzoek zij door heel Europa trokken.

Waar geleerden in die tijd weinig rekening mee hielden was de context waarin deze muziek werd gemaakt en beluisterd. Men concentreerde zich op de muziekwerken zelf en te weinig op de opdrachtgevers en luisteraars dan wel gebruikers van de muziek. Muziek komt niet uit de lucht vallen, het wordt gemaakt voor een specifieke gelegenheid. Van Bach weten de meeste mensen wel dat hij verschillende muziek schreef voor het hof van Cöthen, waar hij een tijdje werkte als cantor van de St. Thomasschool te Leipzig. Kunst, en dat geldt dus ook voor muziek, is niet los te zien van de omgeving waarin het ontstaat.

Het is de grote verdienste van Perkins dat hij daarmee rekening houdt. Het eerste muziekvoorbeeld staat pas op bladzijde 227. Tot dat moment krijgt de lezer een indruk van de institutionele rol van de kerk als opdrachtgever van componisten en werkgever van zangers, de rol van muziek in de liturgie en de kloosters en het grote belang van de kerk als school voor zangers en componisten. Perkins staat stil bij de rol van muziek aan het hof en de andere stijl die daar gevraagd werd. Ook staat hij stil bij een nog vaak onderbelichte locatie voor muziek in die tijd als de stad en de straat.

Renaissance betekent wedergeboorte en wijst op een intellectuele beweging die een nieuw elan zocht in een heroriëntatie op de Klassieke Oudheid. De beweging kwam op in Italië, met name in Florence. Men zag de ineenstorting van het Romeinse Rijk als het begin van een duistere periode waar nu langzamerhand een einde aan kwam. De mogelijke wedergeboorte werd het eerst geformuleerd op politiek gebied. Men was geïnspireerd door de burgerlijke vrijheden van de Romeinse Republiek. Daarna werd een wedergeboorte ook gezocht op het gebied van de kunst en de architectuur waarvan nog allerlei Romeinse en Griekse voorbeelden te zien waren.

Bij muziek lag dat veel ingewikkelder, er was namelijk niets meer bekend van muziek van de Romeinen of de Grieken. De oudste muziek die men kende was het Gregoriaans, maar dat hoorde bij de duistere periode van de Middeleeuwen. De wedergeboorte van de muziek kwam dan ook niet uit het verleden, maar uit het noorden. Na de opheffing van het Schisma keerde de Paus definitief terug van Avignon in Frankrijk naar Rome. Wat de Paus mee terugnam was een nieuwe en voor Italië exotische muziekstijl die haar oorsprong vond in het Hertogdom Bourgondië.

Zo kwam het dat een componist als Jacob Obrecht, geboren te Utrecht op 22 november 1457, lid van de pauselijke kapel kon worden. Ook was deze muziek populair aan de hoven in Noord-Italië. Niet iedereen was daar blij mee. Volgens de zanger van de St. Marco van Venetië was deze muziek moeilijk te zingen en klonk zij net zo grof als de namen van de componisten zelf. ,,Wie wordt niet bang van het horen van namen als Duffai, Busnoys, Barbugan, etc?''

Perkins heeft een voorbeeldig boek geschreven, rijk geïllustreerd en met veel muziekvoorbeelden, onmisbaar voor uitvoerders van renaissancemuziek, musicologen en cultuurhistorici en een aanrader voor iedereen die geïnteresserd is in deze periode. En zo kreeg een wijk die het hoogtepunt van Neerlands muziekgeschiedenis moest zijn, onverwachts een internationale uitstraling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden