Boekrecensie Nederlandse literatuur

Wie was Kaatje Kater uit Voskuils ‘Het Bureau’?

Wie was die vreemde Kaatje Kater uit Voskuils ‘Bureau’? Gelukkig is er nu een biografie over Maartje Draak, hoogleraar Keltisch.

In het eerste deel van J.J. Voskuils ‘Het Bureau’ reizen verteller Maarten Koning en diens werkgever, meneer Beerta, op een goede dag vanaf het Amsterdamse Centraal Station naar een vergadering van de Volkskunde-commissie in Utrecht. Op het Amstelstation treedt professor Kaatje Kater, de voorzitster van de commissie, hun treincoupé binnen. Maarten schrikt. Hij kent Kaatje Kater van colleges en is een beetje bang voor haar; ze heeft ‘de naam lastig en onvoorspelbaar te zijn’. In elk geval gedraagt ze zich nogal merkwaardig. Als meneer Beerta Maarten en Kaatje Kater aan elkaar voorstelt, geeft zij Maarten geen hand, maar knikt ze hem toe, legt een hand op haar borst en zegt bij wijze van begroeting ‘enzovoort, enzovoort’.

Meertens Instituut

Iedereen weet inmiddels dat Anton Beertens het alter ego is van P.J. Meertens, de oprichter van wat later het Meertens Instituut ging heten, en dat Maarten Koning het pseudoniem is van Voskuil zelf. Maar wie herkent in Kaatje Kater nog prof. dr. Maartje Draak, hoogleraar in de Keltische Taal- en Letterkunde, die zich tijdens haar lange werkzame leven bezighield met het onderzoek naar oud-Ierse literatuur en een gewaardeerd en actief lid was van internationale en nationale wetenschappelijke genootschappen? In het nawoord van ‘Verhalen van de drakendochter. Leven en werk van Maartje Draak (1907-1995)’ stelt Draaks oud-leerling en latere collega Willem Gerritsen (die zelf op 28 oktober van dit jaar overleed) op melancholieke toon vast dat er nauwelijks nog mensen zijn die Draak hebben gekend. Alleen haar vele boeken, wetenschappelijke artikelen, recensies en bijdragen aan encyclopedieën en bibliografieën, zegt hij, resten ons. En wie zal die nog lezen?

Daarmee deed Gerritsen zichzelf ernstig tekort. Want ‘Verhalen van de drakendochter’ is een voorbeeldige biografie, waarin het hem is gelukt Draak én haar werk nieuw leven in te blazen. Neem zijn uitleg van Draaks verhandelingen over Keltische verhalen waarin geen goden figureren maar ‘zielen’, bewoners van een parallelle wereld die af en toe in de onze opduiken. Die uitleg is zo helder en inspirerend, dat je half verwacht dat de huidige vakgroep Keltische Talen en Cultuur aan de Universiteit Utrecht zich vast voorbereidt op een ongekend aantal nieuwe studenten.

Excentriek en angstaanjagend

Al even fascinerend is het verhaal over Draaks leven. Met een bijna ouderwets aandoende hoffelijkheid, nauwkeurigheid en betrokkenheid vertelt Gerritsen dat Draak zich al heel vroeg voor sprookjes uit allerlei landen interesseerde, hoe ze met bewonderenswaardige doorzettingskracht en een groot zelfvertrouwen in Amsterdam Nederlands ging studeren, in 1934 in Utrecht promoveerde en zich na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke plaats binnen de internationale keltologie veroverde. Haar angsten gaat Gerritsen daarbij niet uit de weg. Zoals wanneer hij vertelt dat Draak in 1938 een felbegeerde beurs kreeg om in Engeland en Ierland onderzoek te doen, maar zich in Londen zo onzeker voelde dat ze al heel gauw een boot terug naar Nederland nam. Overigens reisde ze kort daarna toch naar Ierland, waar ze tot haar eigen verrassing als een specialist in Oudierse literatuur werd binnengehaald. Dankzij al deze boeiende verhalen is het alsof ook Draak een ‘ziel’ is, die ons voor heel even komt bezoeken.

Maar dan nu de hamvraag. Was Draak echt zo excentriek en angstaanjagend als Voskuil haar portretteerde? Het antwoord luidt volgens Gerritsen: ja. Daaraan voegt hij meteen toe dat Draak ook buitengewoon hartelijk kon zijn, arrogantie haar vreemd was, en dat ze haar studenten hielp waar ze kon. Bovendien, zegt hij, moest zij zich als vrouw in de mannenwereld die de universiteit was, en deels nog steeds is, domweg een plaats veroveren. Zo bleven bijvoorbeeld haar mannelijke collega’s die, zoals Gerritsen schrijft, “elkaar deftig plachten aan te spreken als ‘Collega’, gevolgd door de achternaam”, haar steeds ‘Juffrouw Draak’ noemen. Op dergelijk haantjesgedrag reageerde ze met scherpe spot, die door de heren professoren niet altijd gewaardeerd werd, vooral niet als die van een vrouw kwam.

Draak, concludeert Gerritsen, had Zivilcourage, burgerlijke moed. Anders gezegd: ze was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor arrogante mannelijke duvels. Daarom driewerf hoera voor deze boeiende biografie van de moedige Maartje Draak, en dat zij ons minder moedigen vanuit een andere wereld met haar onafhankelijke geest mag blijven inspireren.

Oordeel: Voorbeeldige biografie, je krijgt zin om Keltisch te gaan leren

Beeld RV

Willem Gerritsen 
Verhalen van de drakendochter. Leven en werk van Maartje Draak (1907-1995)
Verloren; 304 blz. € 29

Lees ook:

Lees Voskuil! Ik herlees Voskuil. Dat is waar ik momenteel behoefte aan heb. Ik wil geen moeilijke boeken, ik wil geen boeken waarin akelige dingen gebeuren, ik wil boeken waarin niets gebeurt en waarin de taal zalvend is. Troostend. De boeken van Voskuil als troostlezen.

Lees ook:

De Nederlandse cultuur en taal veranderen, nou en? ‘De’ Nederlander verandert. En dat is helemaal niet erg volgens Hans Bennis (65), die afscheid neemt als directeur van het Meertens Instituut.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden