Review

'Wie mijn vader ook geweest mag zijn, hij gaf me de kracht om te haten'

John P. Parker: His Promised Land. Norton & Company, New York; 165 blz. - $20/£13.95.

Dit ondergrondse werk is voor blanke Amerikanen al een zeer gevaarlijke onderneming, maar helemaal voor de zwarte Parker, die in 1845 zijn vrijheid heeft kunnen kopen. Want als hij op het grondgebied van Kentucky bij zijn illegale praktijken wordt gesnapt, wacht hem een lange gevangenisstraf. Als hij al niet vóór de rechtszitting wordt doodgeschoten. Na zijn overlijden, in 1900, zal de Cincinnati Commercial Tribune schrijven dat er nooit een onbevreesder schepsel heeft geleefd. “Hij genoot van het gevaar.”

In die jaren voor de Burgeroorlog, die door de nederlaag van het Zuiden het einde van de slavernij in heel de Verenigde Staten zal inleiden, is Parker een van de leiders van de zogeheten Underground Railroad. Dat is het netwerk van tegenstanders van de slavernij, die dikwijls in etappes de weggelopen slaven naar het vrije deel van Amerika helpen.

De term 'Underground Railroad' is waarschijnlijk in de regio Kentucky/Ohio ontstaan. De Canadese predikant Mitchell beschrijft in zijn in 1860 gepubliceerde boek 'The Underground Railroad' hoe in 1831 de slaaf Tice Davis de Ohio overzwemt en ternauwernood uit handen van zijn meester blijft. Woedend schijnt de slavenhouder te hebben uitgeroepen: “Die vervloekte abolitionisten (voorstanders van afschaffing van de slavernij) moeten wel een spoorlijn hebben om de slaven af te voeren”.

De leiders van de Railroad deden hun illegale werk in het diepste geheim, alleen vertrouwend op erkende gelijkgezinden. Daarom bestaat er uit die tijd maar weinig documentatiemateriaal, om maar niet te spreken van 'verslagen'. Dat geldt eens te meer van stukken over het aandeel van zwarten in dit ondergrondse werk.

Na het einde van de Burgeroorlog voert journalist Frank Moody Gregg van de Chattanooga News een aantal gesprekken met Parker. Min of meer toevallig, want Gregg, geboren in Ripley, is mateloos geboeid door het relaas van de slavin Eliza, die in Harriet Beecher Stowe's 'Uncle Tom's Cabin' de met onbetrouwbaar ijs bedekte Ohio oversteekt en in Ripley onderdak vindt bij een predikant, John Rankin. Omdat Rankin in de periode van de Underground Railroad contacten heeft onderhouden met Parker, komt de journalist ook terecht bij de voormalige slaaf.

De teksten van hun gesprekken worden begin deze eeuw, geredigeerd en 'verfraaid' door Gregg, neergelegd in zijn boek 'The Borderland'.

Stuart Seely Sprague, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Morehead State Universiteit in Kentucky, heeft de oorspronkelijke vertelling door Parker ter hand genomen en vastgesteld dat die specifieker, gedetailleerder en levendiger is dan de wat gepolijste tekst van 'The Borderland'. Met kleine redactionele aanpassingen zegt Sprague de tekst wat toegankelijker te hebben gemaakt voor de lezer. Maar in 'His Promised Land' is bovenal getracht de geest van Parkers originele vertelling weer te geven.

Dat gebeurt al prachtig in het eerste hoofdstuk, waarin Parker zijn jeugdherinneringen weergeeft. “Ik spreek nu als een volwassene, die een eeuwige haat koestert tegen de positie waarin ik als achtjarige in Norfolk, Virginia, verkeerde. Het enige dat ik als slaaf wist was dat mijn vader een van de aristocraten van Virginia was. Wie het ook was, hij bezorgde mij een stel hersens dat mij nooit in de steek heeft gelaten. Hij gaf mij ook fantasie, die een bron van troost was, zelf als ik wanhoopte. En hij gaf mij nog iets goeds: de kracht om te haten.”

John Parkers jeugdjaren staan in het teken van overleven en vechten om te overleven. En daaronder - of misschien daar bovenop - woede. Machteloze woede om zijn onvrijheid. Die koelt hij tijdens een lange mars aan de ketting naar Alabama.

“Het was juni. Iedere bloem stond in bloei, rondom ons was de wildernis, groen en levendig. Azalea's en lepelbomen bloeide weelderig. Alles straalde, behalve ik. Ik pakte een stok en sloeg naar iedere bloem en het gaf me plezier ze neer te hakken. Het was mijn enige manier om wraak te nemen op de dingen die vrij waren.”

Maar hij werpt zich binnen de groep van slaven ook op als de beschermer van Jeff, een jochie dat nog kleiner is dan hijzelf. Zo klauwt hij letterlijk het eten terug dat een wat oudere jongen van Jeff heeft afgepakt.

“Vanaf dat moment nam ik het als vanzelfsprekend op voor de zwakken. Ik had een manier gevonden om ten strijde te trekken tegen de politiek van 'wie de macht heeft, maakt de dienst uit', de politiek die een slaaf van me had gemaakt. Maar als kind deed ik dat niet bewust. Ik was een dier, met menselijke haat.”

De daarop volgende tien jaar zijn weliswaar onvrij, maar weldadig in vergelijking met het lot van vele medeslaven. Zijn eerste meester is een arts die John P. zeer menselijk behandelt en de twee zoons leren, tegen alle heersende verboden in, de jonge slaaf zelfs lezen. Als hij er, als zestienjarige, vandoor gaat en, bijna onvermijdelijk in het diepe zuiden, weer wordt gepakt, straft of verhandelt de dokter hem niet. Ook dat is zeer uitzonderlijk.

Om het vak van ijzergieter te leren laat Parker zich verkopen aan een patiënt van de arts. Ook deze mevrouw Ryder is door en door humaan: ze stelt hem in de gelegenheid zich vrij te kopen. Op zijn achttiende krijgt hij zijn vrijheid en enige tijd later vestigt hij zichin het 'slavenvrije' Ripley.

In 'His Promised Land' verhaalt Parker van een aantal ontsnappingsacties, die soms hilarisch verlopen. Doorgaans is het gevaar groot, maar nooit hangt het leven van de ijzergieter zo aan een zijden draad als wanneer hij de baby van twee weglopende slaven letterlijk moet weggraaien bij het bed van de slavenhouder die het kind, als een soort verzekering tegen het nachtelijke vertrek van de ouders, onder zijn hoede heeft genomen. De man heeft zijn slaven met de dood bedreigd, voor het geval hij ze na het invallen van de duisternis in zijn huis aantreft. Daarvoor heeft hij een paar pistolen op een stoel naast zijn bed liggen.

Na de spectaculaire 'roof' neemt de slavenhouder wraak door een beloning van duizend dollar uit te loven voor iedereen die John Parker dood of levend bij hem kan bezorgen. Vanaf dat moment moet Parker op zijn hoede zijn en verscheidene malen weet hij maar ternauwernood uit handen van belagers te blijven.

Een van die keren is zijn wraak zoet: hij helpt de slaaf ontsnappen die namens vier mannen komt zeggen dat ze Parker zullen ontvoeren of doden als ze de duizend dollar maar krijgen. Aanvankelijk weigert de slaaf te vluchten, omdat hij zijn vrouw, die is achtergebleven in Kentucky, niet in de steek wil laten. Maar uiteindelijk stelt hij vast dat de kans om de vrijheid te krijgen te mooi is om te laten lopen.

“Voor zover ik weet moet hij zijn beloofde land hebben bereikt”, concludeert Parker, die aan het einde van zijn leven welgesteld en gelukkig met zijn gezin is, aan het slot van zijn boeiende relaas. Ook hij, de onverschrokkene, heeft 'het beloofde land' bereikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden