’Wie leest wel eens gedichten?’ Niemand steekt zijn hand op

(Trouw) Beeld Patrick Post
(Trouw)Beeld Patrick Post

Jongeren lezen nog maar weinig. Kunnen Nederlandse schrijvers hen overhalen met voorlezen uit eigen werk?

Carlinde Broeks

De oude schrijver schuifelt het podium op. „Mag ik een warm applaus voor Bernlef?”, vraagt presentator Dolf Jansen. „Wie is dat?”, sist een meisje tegen haar vriendin, terwijl ze snel haar mobieltje pakt om een foto te maken.

De grote zaal van De Doelen in Rotterdam zit vol middelbare scholieren. Met zo’n 5000 man zijn ze bij de Dag van de Literatuur, een tweejaarlijks festival om scholieren te laten kennismaken met literatuur. Niet toevallig tijdens de Boekenweek.

Ruim 25 schrijvers dragen voor uit eigen werk, afgewisseld met interviews. Maar lezen jongeren eigenlijk nog wel?

„Op vrijwillige basis lees ik één boek per jaar”, zegt Joris Moesman (16), een vwo-scholier van het Stedelijk Dalton Lyceum in Dordrecht. „Maar voor mijn leeslijst moet ik er vier lezen.” Hij leest het liefst strips, maar toevallig is hij op dit moment in een roman bezig. Hij ritst zijn schooltas open en haalt ’Spijkerschrift’ van Kader Abdolah tevoorschijn. Laat het duidelijk zijn: hij is hier niet voor zijn lol. Een verplicht schooluitje is natuurlijk geen pretje. Maar hij gaat wel naar de voordracht van Abdolah. „Ach, hij is er toch”, zucht Joris.

In een andere zaal wordt Ramsey Nasr – de nieuwe dichter des vaderlands – geïnterviewd. Hij is er vooral om de ’angst voor poëzie’ weg te nemen. „Veel jongeren denken dat ze te dom zijn voor gedichten. Maar poëzie kun je niet altijd begrijpen”, zegt hij. Presentatrice Hadassah de Boer, die het gesprek leidt, vraagt de zaal wie er wel eens een gedicht leest. Niemand steekt zijn hand op. „Je moet mensen eerst naar de poëzie lokken”, zegt Nasr monter. „En dat ben ik nu aan het doen.”

Even later stapt in de grote zaal Arthur Japin het podium op. Lucas de Jong (15), van het Stedelijk Gymnasium Nijmegen, zit met gebogen hoofd te luisteren. Dat komt omdat hij niet kan zien. Het weerhoudt hem er niet van om te lezen: jaarlijks zo’n tien boeken. Soms leent hij een luisterboek bij de blindenbibliotheek. Maar meestal leest hij online met behulp van een leesregel, een apparaatje dat woorden in brailletekens vertaalt. „Een lievelingsboek heb ik niet”, zegt hij. „Maar ’Modermismen’ van Kees van Kooten vond ik erg grappig”.

Ronald Plasterk, minister van cultuur, is naar de Dag van de Literatuur geroepen om het lezen onder jongeren te stimuleren. Hij staat wat verloren tussen de negen knappe danseressen, die net een act hebben gedaan. Zelf leest hij zes romans per jaar. Dolf Jansen vraagt hem waarom hij hier vandaag is. „Misschien helpt het om jongeren meer te laten lezen”, zegt Plasterk weifelend. Annemarie van Schaik (17) uit Schiebroek hoort het hoofdschuddend aan. „Ik lees echt niet alleen voor mijn lijst, als hij dat soms denkt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden