Review

'Wie in de aarde rust, rust goed'

Wie aan rouwen denkt, denkt aan Elisabeth Kübler-Ross. Met haar 'Lessen voor levenden' (al 21 drukken) en vele andere publicaties heeft ze de dood en het sterven uit de taboesfeer gehaald. Maar in haar ijver is zij, helaas, doorgeslagen naar de andere kant, en stelt ze het stervensproces voor als één grote, prachtige ervaring.

TONJA KIVITS

Kübler-Ross' visie op de dood, die veel weg heeft van een liefdevolle lofzang, verbloemt de werkelijkheid. Het rouwproces toont gewoonlijk een heel ander gezicht en haalt zelfs de minder mooie kanten van onszelf naar boven. Oude onbewuste conflicten steken bij de dood van een dierbare de kop op. Dat geldt wellicht meer dan ooit als een ouder sterft. De dood van de eigen vader of moeder roept onverwachte rouwgevoelens en principiële vragen over het eigen leven op.

Het overlijden van de ouders veroorzaakt, ook als de zonen of dochters al gevorderd in leeftijd zijn, een totale leegte, een diep gat. De wortels van het bestaan, die de ouders vormen, worden als het ware met hun heengaan uitgeroeid. Daar verandert het hebben van een stabiele relatie of zelf ouder zijn van een eigen gezin, niet veel aan.

“Op mijn zesendertigste had ik plotseling het gevoel wees te zijn”, zegt Francisca, een van de geïnterviewden in 'Als onze oude ouders sterven. Het definitieve einde van ons kind-zijn' van de Duitse schrijfster Barbara Dobrick. Machteloosheid, angst en wanhoop maken zich van de zoon of dochter meester, die een zacht gevoel van rouw verwacht en zeker niet op een crisis is voorbereid.

Barbara Dobrick is het niet eens met Kübler-Ross, die het stervensproces indeelt in vijf fasen: de aanvankelijke ontkenning van de naderende dood gaat over in woede, dan in de onderhandeling met het niet af te wenden noodlot, om via de depressie ten slotte uit te monden in de acceptatie van het onvermijdelijke.

Het sterven noch het rouwen laten zich vangen in een keurig voorspelbaar af te leggen traject, verklaart Dobrick. Er zijn immers maar weinige ouder/kind-relaties die in volstrekte harmonie en geluk verlopen. De ambivalente gevoelens die de kinderen koesterden jegens hun ouders komen onverbloemd aan de oppervlakte bij het rouwen.

Want welbeschouwd rouwen we niet om de doden maar om onszelf, om onze eigen tekortkomingen, om het voldongen feit dat gemiste kansen nooit meer kunnen worden goedgemaakt en dat wat er misging in onze kinderjaren nooit meer zal kunnen worden uitgepraat.

De dood van de ouders confronteert de zonen en dochters met wezenlijke vragen die veel pijn oproepen; zoals hielden ze echt van hen om wie ze waren, of stoelde de liefde louter op wederzijdse afhankelijkheid, vervulling van de eigen behoeften of plichtsvervulling?

De relatie met de ouder van het eigen geslacht is in vele gevallen het meest problematisch. De dochter wordt in de stervende moeder en de zoon in de dode vader geconfronteerd met de persoon met wie zij of hij zich in de jeugd heeft geïdentificeerd. Ook kan er sprake zijn van rivaliteit tussen moeders en dochters of vaders en zonen. Enerzijds is er de wens om de moeder of de vader te onttronen en anderzijds is er de teleurstelling van de ouder over de niet gerealiseerde verwachtingen van het kind.

Al die tegenstrijdige gevoelens drukken een stempel op de stervensbegeleiding, een taak die overigens, zo meldt Dobrick terloops, nog steeds hoofdzakelijk wordt toebedeeld aan dochters, in casu de schoondochters. Een grote opluchting als het moment van overlijden daar is, kan weer oude schuldgevoelens aanwakkeren, die mogelijk kunnen omslaan in een overdreven idealisering van de ouder.

Van de Duitse schrijver Hermann Hesse (1877-1962) weten we bijvoorbeeld hoe zijn ouders alles in het werk stelden om hem hun wil op te leggen. Hesse werd geobsedeerd door een verlammende angst voor zijn ouders. Na hun overlijden leed hij langdurig aan terugkerende aanvallen van depressie en schreef hij de liefdeloosheid van zijn moeder helemaal op zijn eigen conto.

Ook de Franse componist George Bizet (1838-1875), die beroemd werd met zijn gepassioneerde opera 'Carmen', had een haat-liefde relatie met zijn moeder. Hij was net 23 jaar toen zij stierf. Haar dood veroorzaakte verschrikkelijke nachtmerries, waarin zij hem probeerde mee te trekken in haar graf. Hij wist in deze droom maar ternauwernood te ontsnappen aan haar wurgende greep. Na haar dood stortte Bizet zich in twee gelijktijdige liefdesaffaires. Uit de ene werd precies negen maanden na de dood van zijn moeder een kind geboren.

'Als onze oude ouders sterven' van Barbare Dobrick is een bloedeerlijk boek en vergt het uiterste van de lezer. Zonder enige concessie bespreekt ze die zijde van het rouwen die we liever niet willen horen. Met de dood van vader of moeder worden immers gevoelens van haat en van liefde, die we uit alle macht voor onszelf hadden willen verbergen, weer opnieuw ervaren. Maar daarin schuilt, aldus Dobrick, ook onze herwonnen vrijheid. Het kind-zijn wordt definitief afgesloten, waardoor een eigen volwassen identiteit mogelijk wordt. Of zoals de Duitse schrijver Gerhart Hauptmann (1862-1946) treffend in zijn dagboek schreef: 'Wie in de aarde rust, rust goed.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden