Boekrecensie

Wie de Franse hertogin wilde plezieren, gaf haar een Afrikaans kleutertje cadeau

John Nost II, Bust of a Moor, ca. 1700. Men vermoedt dat dit een portret is van een lievelingsbediende of 'slaaf' (met opvallende slavenband) van koning-stadhouder Willem III Van Oranje-Nassau. Beeld RV

Twee historische studies onderzoeken leven en welzijn van drie niet-westerse bedienden op Europese hoven.

Zwarte kinderen. Wie in de jaren vlak voor de Franse Revolutie de hertogin van Orléans wilde plezieren, gaf haar een schattig Afrikaans kleutertje als speeltje cadeau. Anderen liefhebberden in honden, zij had een hele verzameling ‘presentslaven’.

Zo bont als deze hertogin maakte niet iedereen het, maar vrijwel alle Europese hoven hadden indertijd wel een paar ‘Moren’ in dienst, als bediende en prestigieus pronkstuk. En zo kon het gebeuren dat er in 1766 bij de installatie van stadhouder Willem V twee mooie zwarte jongetjes van een jaar of zeven in kostbare livreien in de stoet meeliepen: Cupido en Sideron. Het waren ‘presentjes’ uit Curaçao en Guinea aan de stadhouder, hoofd van de West-Indische Compagnie, waarin goud geld verdiend werd in onder andere de zwartemensenhandel. Op doordeweeksere dagen serveerden de knaapjes in hun functie van ‘Moor’ chocolademelk, koffie en thee aan de stadhouder en zijn vrouw, Wilhelmina van Pruisen. Ook poseerden ze voor schilderijen en zelfs staatsieportretten, als symbool voor het universele leiderschap van hun baas.

Vanaf aanstaande donderdag zijn die te zien in de tentoonstelling ‘Afrikaanse bedienden aan het Haagse hof’ in het Haags Historisch Museum. Gastconservator is Esther Schreuder, die eerder de expositie ‘Black is Beautiful, Rubens tot Dumas’ in de Nieuwe Kerk in Amsterdam samenstelde.

Verdienstelijk schrijver 

Schreuder is niet alleen kunsthistoricus, maar ook een verdienstelijk schrijver, zoals blijkt uit haar boek ‘Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje’. Daarin reconstrueert ze met de persoonlijke toestemming van Willem-Alexander aan de hand van bonnetjes, brieven en kunstwerken hoe het leven van deze twee zwarte lakeien aan het hof er uitgezien moet hebben. Ze geeft een verrassend inkijkje in de verhoudingen tussen upstairs en downstairs en in de privileges van de gekleurde bedienden. Nu, afgezien van het feit dat de jongens hun familie nooit meer terug zouden zien, kon een mens het in de 18de eeuw slechter treffen: ze leerden bij de Oranjes Frans, paardrijden en jagen, kregen royaal kleedgeld, een eigen knecht en een goed pensioen. Uiteindelijk brachten ze het tot de hoogste kamerdienaren aan het hof, een leidinggevende vertrouwensfunctie met een vorstelijk traktement. Met name de intelligente en betrouwbare Sideron maakte zich bij Wilhelmina onmisbaar met zijn gekrulde handschrift en organisatorische en sociale talenten. Of hij erbij was toen de Patriotten haar staande hielden in Goejanverwellesluis, vertelt de geschiedenis niet; wel moet hij verantwoordelijk geweest zijn voor het inpakken van de bagage, toen de stadhouderlijke familie in 1795 naar Engeland vluchtte voor de Franse invasie. Hun relatie moet hecht zijn geweest: er gingen maar drie kamerdienaren mee, onder wie Cupido en Sideron.

Hoewel Schreuder in de koninklijke archieven helaas geen persoonlijke ontboezemingen van de twee heeft gevonden, wijst niets erop dat ze te maken hebben gehad met racistische vernederingen en uitsluiting - het was bijvoorbeeld geen enkel punt dat zij leiding gaven aan Europeanen of dat Cupido met een Duits meisje trouwde. Een kwestie van ontbrekende bronnen? De verlichte tijdgeest van toen? Of persoonlijk fatsoen van de Oranjes?

Knappe tafelbediende 

De sfeer van Schreuders verhaal wijkt daarmee af van die van Arthur Japins ‘De zwarte met het witte hart’ (1997), over de twee Ghanese prinsjes die koning Willem I in 1837 ‘cadeau’ kreeg. En is ook heel anders dan in ‘Victoria & Abdul’ van de Indiaas-Britse historica en journaliste Shrabani Basu, over de innige relatie tussen de Britse koningin en de Indiase moslim Abdul Karim. Abdul is weliswaar geen slaaf en al 24 als hij aan het hof verschijnt, maar net als Cupido en Sideron begint ook hij zijn carrière als knappe tafelbediende, ter verfraaiing van de grandioze feestelijkheden rond het vijftigjarige regeringsjubileum van Victoria in 1887. De 68-jarige weduwe is meteen dol op hem en op zijn gekruide curry’s, en bevordert hem al rap tot ‘munshi’, haar persoonlijke Indiase secretaris en leraar Urdu.

Zijn goede zorgen leveren hem niet alleen heel wat huizen, grondbezit en onderscheidingen op, maar ook een steeds groter aantal venijnige vijanden onder zijn voormalige collega-bedienden en de hofhouding. Ook in India heeft men het druk met Abduls anti-hindoestaanse politieke invloed op de koningin. En spioneert hij misschien voor de emir van Afghanistan? Bewezen wordt er niets, samengespannen des te meer om Abdul uit Victoria’s gratie te verdrijven. Tevergeefs: de hofhouding zal tot haar dood in 1901 met knarsende kiezen moeten aanzien hoe zij haar lieveling onvoorwaardelijk de hand boven het hoofd houdt. Maar dan is het gauw met hem gedaan: al een paar dagen na haar dood valt de nieuwe koningin, Victoria’s schoondochter Alexandra, met enkele gardisten bij Abdul binnen om al Victoria’s brieven aan haar vertrouweling in beslag te nemen en ter plekke te verbranden. Kort daarop wordt hij op last van Edward VII voorgoed terug op de boot naar India gezet.

Doorgeschoten menselijke tekortkomingen 

Het net door Stephen Frears verfilmde ‘Victoria & Abdul’ gaat over racisme en snobisme, zaken waar Victoria zelf wars van was. Het is inderdaad schokkend hoe de Britse adel weigerde met een voormalige bediende om te gaan, ook al was ‘die zwarte’ benoemd tot Commandeur in de Victoriaanse Orde (CVO) en had hij nog zo’n duur theeservies van de Russische tsaar cadeau gekregen. Basu’s licht geromantiseerde verhaal gaat ook over aanpalende, doorgeschoten menselijke tekortkomingen zoals voortrekkerij, jaloezie en hebzucht. En over koppigheid, opschepperij en gekrenkte trots - bijvoorbeeld als Abdul bij een adellijke trouwerij toch opeens tussen de bedienden moet zitten - en vervolgens ziedend wegbeent.

Een sappige soap vol geslijm, geroddel en gekonkel. Over macht en onmacht. Maar ook een mild verhaal over moederliefde, eenzaamheid en loyaliteit, in koninklijke hoeveelheden. Over, net als een eeuw eerder aan het Nederlandse stadhouderlijke hof, hoe afhankelijk meesters en knechten van elkaar kunnen zijn. Meesterlijke geschiedenissen.

Esther Schreuder
Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje
Balans; 256 blz. € 19,99

Beeld Esther Schreuder

Shrabani Bas
Victoria & Abdul. Het ware verhaal van de innige relatie tussen een koningin en haar vertrouweling
Vert. Chiel van Soelen en Pieter van der Veen. Nieuw Amsterdam; 320 blz. € 19,99

Beeld Shrabani Bas
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden