Mari Sanders op weg naar Jules van Veen. Beeld
Mari Sanders op weg naar Jules van Veen.Beeld

Tv-columnMaaike Bos

Wie ben ik om Mari Sanders’ worsteling met zijn handicap verdrietig te vinden?

Twee mannen in rolstoel kijken vanuit Amsterdam-Noord rustig uit over het IJ. Ze bespreken de liefde. Jules van Veen heeft geen moeite zichzelf te presenteren. “Ik ben gewoon mezelf”, zegt hij rustig, de kin licht omhoog gericht. “Die rolstoel, daar ga ik aan voorbij. Ik heb er juist meer aandacht van vrouwen door, en dat nut ik maximaal uit.”

Naast de zwoele man zit zijn interviewer, filmmaker Mari Sanders, voor zijn vierdelige serie Mari staat op (EO). Hij heeft een ander, tobberig soort zelfbewustzijn en vraagt zich af of zijn aarzeling in de liefde komt door zijn rolstoel, of door zijn onzekerheid erover. Zo hartstochtelijk als hij onder de ‘gewone’ mensen wil zijn, zo dubbel en dwars is hij zich van zijn eigen rolstoel bewust. “Je won als je een normaal vriendinnetje kreeg. Dan had je boven je gewicht gebokst”, legt hij later uit. Het leverde ook pijnlijke afwijzingen op.

Zijn nieuwe serie gaat over de acceptatie van mensen met een beperking, zowel in de maatschappij als door zichzelf. Kwetsbaar en eerlijk probeert hij zijn plaats te bepalen, en dat geeft een nieuw perspectief. Mari Sanders wordt steeds meer een aanwinst voor het palet aan stemgeluiden in Hilversum.

Waar hij twee jaar geleden nog alle hobbels buiten zichzelf zocht in zijn serie Rolstoel Roadmovie (hoe is het leven met een handicap in andere Europese landen?), durft hij dit keer dichter bij zichzelf te komen. Zoals Jules van Veen toont, maar ook tv-maker Eva Eikhout (BNNVara) die hij spreekt, vormt het een groot verschil dat zij zelf geen kwestie maken van hun handicap. Hij is na 33 jaar nog niet zo ver, bleek uit aflevering één.

Daarin dook hij nog een keer in nieuwe wetenschappelijke robot-ontwikkelingen, waarmee hij ondanks zijn cerebrale parese (hersenbeschadiging) mogelijk wel zou kunnen lopen. Als hij in een ‘harnas’ even heeft geproefd aan de loopbeweging, huilt hij vanuit de grond van zijn hart. “Ik weet niet of het verstandig is die afgesloten deur weer te openen”, snikt hij.

Wie ben ik om vanaf mijn bank naar de buis lopen en te schreeuwen: accepteer het dan. Wie ben ik om zijn onvermogen te veroordelen? Zijn worsteling raakt me – in twee opzichten. Het is hartverscheurend dat hij nog zo bezig is met ‘normaal zijn’, en zichzelf langs een geïnternaliseerde meetlat legt, dat het aan zelfhaat doet denken. Je gunt hem die Jules-en-Eva-houding: gooi die meetlat weg, ga gewoon onbekommerd zíjn, dan word je van binnenuit vanzelf sexy.

Het wekt ook ergernis op. Hij is erop gebrand anderen aan te vallen op gebrek aan acceptatie. Alles wat riekt naar een afgezonderd wereldje voor gehandicapten, veroordeelt hij, omdat hij zich er zelf zo weggezet voelde. Aparte datingsites, BNNVara-programma The Dateables, het woondorp Het Dorp, speciaal onderwijs; voor zwaargehandicapten vormen ze een manier om zelfstandigheid te vinden, voor hem een gevoel dat hij niet mag meedoen in de echte wereld. Ik snap het.

Maar ik hoop op een derde serie, waarin hij echt in de mentale hobbels duikt en zijn demonen aankijkt. Hij is er bijna klaar voor. Immers, mensen mét werkende benen zijn ook geen homogene groep en kennen ook onzekerheid en eenzaamheid. Uiteindelijk is de worsteling om te zíjn, om werkelijk van binnenuit onszelf te zijn, universeel.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden