Review

Wezels hebben wel eens zin in kikkerbilletjes

Tor Seidler: 'De Wellandse wezel', vert. Huberte Vriesendorp, ill. Fred Marcellino, 198 p, Ploegsma, ¿ 35,-, vanaf 11 jaar; Mischa de Vreede: 'Al zeg ik het zelf', zei de zwif-zwaf', ill. Mies van Hout, 80 p, Holland, ¿ 19,90, vanaf 6 jaar; Dorothy Wall (tekst en ill.): 'Blinky Bill', vert. Huberte Vriesendorp, 103 p, Fontein, ¿ 20,90, vanaf 6 jaar.

LIEKE VAN DUIN

In drie recent verschenen kinderboeken over dieren speelt de mens nauwelijks een rol, en dus heerst er op de achtergrond van het verhaal een natuurlijk evenwicht. Het zijn 'De Wellandse wezel' van de Amerikaan Tor Seidler, 'Al zeg ik het zelf, zei de zwif-zwaf' van Mischa de Vreede, en 'Blinky Bill' van de Australische Dorothy Wall.

Geen van de drie boeken is naturalistisch. Het gaat om fantasieverhalen over dierensamenlevingen, en het leuke is dat daarin die strakke natuurwetten als kader wel bestaan maar als het ware opgerekt worden door de hoofdpersonages: zij krijgen menselijke trekken, waardoor ze hun natuurlijke beperkingen kunnen overstijgen.

'De Wellandse wezel' is het tweede boek van Tor Seidler over een dierensamenleving. Eerder verscheen 'Het ratteplan' (Zilveren Griffel 1989), over de rattenmaatschappij in het ondergrondse New York, met als hoofdpersoon de rattenkunstenaar Martinus Mal-Rat. Een boeiende persiflage op de mensenmaatschappij met zijn rangen en standen, vol humoristische details, door het Ro-theater in 1989 als familievoorstelling op de planken gebracht.

Ook 'De Wellandse wezel' is een spiegel van de mensenmaatschappij. Hoofdpersoon is Berend Bruin, evenals Martinus Mal-Rat een buitenbeentje. Hij leeft nogal teruggetrokken, maar als zoon van een beroemde vader wordt hij door de wezels van het Wellandse Bos op een voetstuk gezet. Zijn ooglapje maakt hem alleen maar interessanter, maar dat heeft hij zelf niet door. Het wezelvrouwtje Wendy is verliefd op hem, maar Berend heeft alleen oog voor de gestreepte baars Lily, die in het duinmeertje woont. Een onmogelijke liefde, die doet denken aan die van de muis en de walvis uit het prentenboek 'Amos en Boris' van William Steig. Berend kan Lily niet vergeten. Als een visarend de bewoners van het meertje het leven zuur maakt, en het meertje na een aantal weken droogte ook nog flink geslonken is, maakt Berend zich veel zorgen om Lily. Dat zet hem tot grootse daden aan, waardoor hij meer dan ooit de held van de dierenwereld wordt. Persoonlijk heeft hij echter weinig aan die verering: hij is en blijft eenzaam, al is de welgemeende afscheidskus van Lily 'genoeg om Berend de weg naar huis te wijzen in de duisternis'.

In 'De Wellandse wezel' regeren de wetten van de natuur vooral wat betreft natuurlijke vijanden. Verder zit het verhaal vol verwijzingen naar de mensenmaatschappij: liefde, jaloezie, machogedrag, standsbewustzijn, enzovoort. Afgezien van Berend zijn de wezels echter ál te menselijk, vooral met hun society-gedoe. Ze dansen, sjansen en vechten te veel als mensen en te weinig als wezels. Dat haalt de sjeu eraf. Het is juist zo boeiend in dit soort verhalen als de dierfiguren een balans van dierlijke en menselijke trekken vertonen. Pas op het laatst wordt het spannend, als de kikker Peddel, een vriend van Berend, gegrepen wordt door wezels die zin hebben in kikkerbilletjes, en Berend een woedende visarend op zich af ziet komen. Dan laat de dierlijke natuur zich weer gelden, en dat werd tijd.

'De Wellandse wezel' is minder sterk en geestig dan 'Het ratteplan'. Ratten hebben de schrijver meer geïnspireerd dan wezels, en Newyorks ondergrondse buizenwereld meer dan bos, duin en strand. Wel is Berend Bruin een fraaie tragische held, doordat de wetten van de natuur zijn liefde onmogelijk maken. Bij hem zijn het menselijke en dierlijke in evenwicht. Hij wordt een soort heilige: wijs, mild en altruïstisch, maar niet gelukkig. Maar hij weet zich ook tot in het diepst van zijn wezen een wezel.

Het boek is prachtig uitgegeven, met verstilde, plasticiteit suggererende prenten van Fred Marcellino.

'Al zeg ik het zelf, zei de zwif-zwaf' van Mischa de Vreede verscheen oorspronkelijk in 1960, maar was het herdrukken beslist waard. Het is een hartveroverend verhaal over anders-zijn. De zwif-zwaf is namelijk een erg vreemd dier, een beetje kangoeroe, maar met een staart van gekleurde veren, zwarte handjes en vleugeltjes waarmee hij niet kan vliegen. Een lief, zachtzinnig dier, maar zonder vrienden, want iedereen vindt hem raar en lacht hem uit. Steeds haalt hij taartjes in huis voor het geval er misschien tóch iemand op bezoek komt, maar het is tevergeefs: 'Die avond at hij drie gloria's op, stuk voor stuk, en hij voelde zijn verdriet weer in zijn buik zitten'.

Natuurlijk komt het allemaal goed met de zwif-zwaf, want in een vriendelijk verhaal als dit past ook op het vreemdste potje een dekseltje. De charme van het verhaal is dat het zo puur, onbevangen, maar tegelijk ook vindingrijk geschreven is, zoals in deze zin: 'Gloria's waren taartjes met allerlei kleuren marsepein: een lust voor het oog en de tong lust het ook, zei de zwif-zwaf altijd bij zichzelf.' Het is wel erg knus, kneuterig en keurig allemaal, maar dat is ook de kracht van dit nog altijd sprankelende voorleesverhaal.

Koalabeertje

Nog ouder, want oorspronkelijk uit 1939, is 'Blinky Bill' van Dorothy Wall. Het is onbegrijpelijk dat dit klassieke verhaal nooit eerder vertaald is geweest. Zo Frans als Babar is, zo Australisch is het koalabeertje Blinky Bill: geboren in een eucalyptusboom, gedragen in de buidel van een kangoeroe en omringd door lachende kookaburra's en kwebbelende opossums leeft het in een typisch Australische omgeving. Is het verhaal in het begin nog wat lievig, dat verandert snel als Blinky streken gaat uithalen.

Net zoals de mens er aan het begin van 'Babar' een beestenbende van maakt door Babars moeder te doden, doet hij dat in 'Blinky Bill' door Blinky's vader af te schieten. Moeder en zoon vluchten daarop dieper de bush in. Blinky loopt weg, en beleeft opwindende avonturen waarbij hij ondermeer cricket spelende krekels ontmoet. Het slot van het verhaal, waarin Blinky naar de kostschool van Mevrouw Mekpaai - een enge, strenge kraai - gestuurd wordt omdat hij voor galg en rad dreigt op te groeien, suggereert dat er een vervolg komt. Dat klopt: er volgen nog twee delen. Gelukkig, want het stoute koalabeertje windt niet alleen zijn moeder om zijn vinger, maar de lezer ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden