Het mooiste Nederland

Westelijke Tuinsteden zijn een museum voor verguisde wederopbouw-architectuur

Mooi wederopbouwen is niet lelijk Beeld Harmen van Dijk

De wederopbouw-wijken rond de Amsterdamse Sloterplas zijn niet erg geliefd. Maar er is een terechte kentering gaande.

De Westelijke Tuinsteden van Amsterdam zijn wederopbouw-wijken, zoals elke stad in Nederland ze kent. Langgerekte, identieke rijen flats en woningen, strak in het gelid. Niet bepaald geliefd en soms met een niet al te goede reputatie. Mijn eerste jaren in Amsterdam bracht ik er door, tot ik verhuisde naar een huis ‘binnen de ring’ - de A10 is de magische grens tussen de gewilde buurten en de minder populaire buitenwijken. En dat is nog steeds zo, ondanks de enorme vraag naar woonruimte in de hoofdstad.

Toen ik laatst weer eens door mijn oude buurt reed - Osdorp, Slotervaart, Slotermeer - viel me op hoeveel van die architectuur uit de jaren vijftig en zestig al gesloopt is, om plaats te maken voor frisse nieuwbouw. Misschien tot vreugde van de bewoners, want die huizen blonken niet altijd uit in wooncomfort: gehorig, slecht geïsoleerd, hokkerig. Toch vind ik het jammer dat de sloophamer zo enthousiast is gehanteerd. Want architectuur heeft soms tijd nodig om weer waardering te krijgen, een nieuw enthousiast publiek - de jarendertigwoning was ook niet altijd zo geliefd.

Beschermd stadsgezicht: de noordoever van de Sloterplas Beeld Harmen Van Dijk

De wederopbouw-architectuur wordt die tijd niet gegund. Of toch? Heel hoopvol riep Amsterdam afgelopen oktober de noordoever van de Sloterplas uit tot beschermd stadsgezicht. Iedere inwoner kent die drie imposante flatgebouwen aan het water. De oever van de plas, in het hart van de tuinsteden, is een promenade, deels betegeld met zwart-witte patronen die op een zonnige dag - met een beetje fantasie - associaties oproepen met het plaveisel van Ipanema. Een sierlijk wit paviljoen maakt de compositie compleet. Wel jammer dat de horeca hier maar niet van de grond komt; een fikse renovatie is in de zomer stil komen liggen, het interieur is half af. De lokale zender AT5 meldde dat er iets met drugsgeld speelde. Hopelijk wordt het snel opgelost, want het gebouwtje heeft, met zijn prachtige uitzicht over het water, de potentie om tot nieuwste hotspot te worden uitgeroepen.

Cornelis van Eesteren

Aan het andere uiteinde van de noordoever staat ook een paviljoen, het gloednieuwe onderkomen van het Van Eesterenmuseum. In het prettig lichte gebouw, geheel opgetrokken uit hout, is te zien met hoeveel overtuiging en zorgvuldigheid Cornelis van Eesteren de Westelijke Tuinsteden heeft bedacht en vormgegeven. Dat deed hij al voor de Tweede Wereldoorlog, als hoofd van de gemeentelijke afdeling stadsontwikkeling. Na de oorlog was de urgentie om de plannen uit te voeren vanwege de acute woningnood nog hoger. Van Eesteren koos voor licht, lucht en ruimte. Hij had niets op met de gesloten woonblokken uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Huizen en flats in rijen waren een stuk frisser en boden iedereen een tuintje of balkon op de zonzijde. En er was groen: veel bomen langs de brede straten en grote parken.

Foto’s van de eerste bewoners laten zien dat destijds niemand het een straf vond om de overvolle binnenstad te verlaten en naar de tuinsteden te verhuizen. Het overgrote deel was sociale huur. Een paar decennia later bleek dat een reden voor de achteruitgang van de wijken, net als de geringe omvang van veel woningen. Maar bouwkundig was het plan zo slecht nog niet en dit museum is een teken dat Amsterdam dit belangrijke tijdperk in zijn bouwgeschiedenis niet geheel met de grond gelijk wil maken.

Het gloednieuwe Van Eesterenmuseum Beeld Harmen Van Dijk

Dat is trouwens even verderop, bij het Gerbrandypark, ook goed te zien. In deze buurt, die is aangemerkt als ‘het buitenmuseum’, worden diverse woonblokken in oude luister hersteld. Dan zie je opeens hoe de architecten die destijds het masterplan van Van Eesteren verder invulden hebben geprobeerd mooie woningen neer te zetten, ook al waren bouwmaterialen vlak na de oorlog schaars en was de tijdsdruk hoog. 

Boven de toegangsdeuren van een rij portiekflats in de Speelmanstraat zijn mozaïeken aangebracht - een identiek blok een straat verder is nog niet hersteld en daar zijn deze kleine kunstwerkjes bij een onderhoudsbeurt verdwenen onder een liefdeloze laag pleisterwerk. Langs de Burgemeester de Vlugtlaan wordt zelfs een wijkje met Airey-woningen uit 1953 hersteld. Ze zijn vernoemd naar de Brit Edwin Airey die een techniek bedacht waarbij staalconstructies werden ‘behangen’ met grauwe betonplaten. Ze konden snel en goedkoop worden gebouwd. Wie beter kijkt ziet kleine details waarin de architect toch schoonheid probeerde aan te brengen: de gekantelde raampjes in de voordeuren, de mooie afwerking van de schoorstenen. Nu maar hopen dat de bewoners de sobere schoonheid ook kunnen waarderen.

Goed wonen

Zo verguisd als de architectuur uit de wederopbouwperiode is, zo geliefd zijn de interieurs uit die tijd. De minimalistische meubels uit de jaren vijftig en zestig worden nu voor veel geld als vintage verkocht. Meubelwinkels staan vol met moderne kopieën. De museumwoning die bij het Van Eesterenmuseum hoort is helemaal ingericht in de stijl van de jaren vijftig en je zou er zo in willen trekken. Destijds werd er flink campagne gevoerd door de Stichting Goed Wonen om mensen over te halen hun zware eikenhouten meubels in te ruilen voor frisse metalen of rotan exemplaren en de zware velours gordijnen te vervangen door een helder katoentje. In de museumwoning, een flat aan de Freek Oxstraat, zie je ook hoe goed die eenvoudige interieurstijl paste in de lichte, maar niet al te ruime wederopbouwhuizen.

Het Van Eesterenmuseum is van donderdag t/m zondag geopend. De museum-woning is alleen te bezoeken gedurende een rondleiding.

Rondje Sloterplas

Het rondje om de Sloterplas is aangegeven met borden.

Midden in de Westelijke Tuinsteden ligt de Sloterplas. Tot 1948 was het een polder, toen begon het afgraven van het zand in de bodem dat gebruikt werd voor de bouw van de omliggende wijken. Er ontstond een 30 meter diep recreatiemeer met een flink park eromheen, waar het aangenaam wandelen is tussen de hoge bomen langs de oever. Je komt er een divers publiek tegen: van gesluierde moeders met kinderwagens tot joggende hipsters. Een rondje is zes kilometer lang. Vanaf de noordoever loop je met de klok mee langs de luxere eengezinswoningen uit de jaren zestig, om op de zuidpunt uit te komen bij winkelcentrum Osdorp.

Direct achter theater De Meervaart is de Westmarket gevestigd, een overdekte markt waar talloze exotische restaurantjes om een gezamenlijk terras zijn gegroepeerd. Lekker eten en een fijne sfeer - multicultureel Amsterdam op zijn best. Daarna gaat de route verder langs de oostoever, waar het Sloterparkbad een blokkade vormt - hier moet je even langs een drukke weg lopen. Verderop staat het hippe restaurant Hotel Buiten, net twee maanden open. Hier zie je dat het niet lang meer kan duren of deze buurt wordt ontdekt door jonge woningzoekenden die de hoop hebben opgegeven in het centrum een woning te vinden. En dat kan de wijk alleen maar ten goede komen.

Lees hier meer afleveringen van Het mooiste Nederland

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden