Wereldtaal in beeld

We worden omgeven door symbolen die belangrijke informatie in één oogopslag overbrengen. Ze zien er simpel uit, maar het ontwerpen is vaak ingewikkeld.

Een grote gekrulde golf en een wegrennend mannetje? Pas op, tsunamigevaar. Een tank? U bevindt zich in oorlogsgebied. Een trap naar een kelder? Hier bevindt zich een schuilkelder. Een mannetje met afgerukt been? Let op, mijnenveld. Overal in de wereld barst het van de pictogrammen die de weg wijzen en belangrijke informatie kernachtig in één beeld samenballen. Maar op plekken waar ze misschien wel het hardst nodig zijn, kom je ze niet tegen.

Grafisch ontwerper Gert Dumbar besloot daar iets aan te doen. Samen met zijn zoon Derk, eveneens grafisch ontwerper, en studenten uit Iowa, Seoel, Parijs en Den Haag ontwikkelde hij een nieuwe reeks pictogrammen voor humanitaire hulporganisaties. Ze worden nu voor het eerst gepresenteerd op de expositie ’A safe place’ in het Centraal Museum in Utrecht. Ze variëren van waarschuwingen voor natuurrampen tot wegwijzers in overvolle opvangcentra voor vluchtelingen.

Bij alle beelden van rampen die de afgelopen jaren over ons heen spoelden, vielen Dumbar altijd de chaos en problemen op waarmee hulporganisaties te maken krijgen als gevolg van taalbarrières, analfabetisme en cultuurverschillen. Pictogrammen zijn voor iedereen te begrijpen. Ze kunnen rampen en oorlogen niet voorkomen, maar wel de chaos in een rampgebied op z’n minst verzachten, bedacht hij. Helemaal nieuw was de materie niet voor hem, want voor het Medisch Centrum Haaglanden had Dumbar eerder al medische pictogrammen ontworpen. Ook voor het ministerie van landbouw maakte hij voor iedereen begrijpelijke symbolen die gebruikt worden bij een uitbraak van mond- en klauwzeer.

Of de door Dumbar ontwikkelde nieuwe serie pictogrammen ook daadwerkelijk gebruikt gaat worden, is nog niet bekend. Verschillende organisaties hebben belangstelling getoond, maar Dumbar wil er eerst mee naar de Verenigde Naties. Er zal ook nog flink aan gesleuteld moeten worden, realiseert hij zich, omdat de nieuwe symbolen gemaakt zijn met een westerse bril op. Daardoor zijn ze niet in alle delen van de wereld te doorgronden of zenden ze een andere boodschap uit dan de bedoeling is. Niet iedereen zal bij het zien van een plaatje van een man, vrouw en kind snappen dat daarmee een veilige plek wordt aangegeven. Ook de verwijzing naar een plek waar je vermiste personen kunt melden, zal niet iedereen meteen doorgronden: een zwart ingekleurd mannetje en een vrouwtje dat is opgebouwd uit allemaal streepjes.

Als je ziet hoeveel haken en ogen er zitten aan het ontwikkelen van nieuwe universele pictogrammen, krijg je des te meer respect voor degenen die de bestaande beeldtaal hebben ontwikkeld waaraan het Centraal Museum ook een tentoonstelling wijdt: ’Lovely Language’. We worden omgeven door symbolen die de weg wijzen op luchthavens en stations of belangrijke informatie in één oogopslag kunnen overbrengen. Maar wie staat er nog stil bij het mannetje en vrouwtje op de wc-deur? Al die symbolen zijn zo vanzelfsprekend, maar ooit moeten ze wel bedacht en ontworpen zijn. ’Lovely Language’ biedt een interessant overzicht van de geschiedenis van de internationale beeldtaal. Nooit geweten dat de Oostenrijkse socioloog Otto Neurath in de jaren twintig van de vorige eeuw daarvoor de basis legde. Hij bedacht en tekende samen met de Duits-Nederlandse graficus Gerd Arntz meer dan vierduizend icoontjes die kernbegrippen uit de economie, politiek, demografie en industrie symboliseerden. Neurath was een sociaal bewogen mens en een belangrijke drijfveer was dat hij mensen die niet (goed) konden lezen, wilde helpen aan de voor hen noodzakelijke basisinformatie. Woorden verdelen, was zijn stellige overtuiging, en beelden verenigen. Isotype noemde hij zijn systeem, een afkorting van International system of typographic picture education en tevens het Griekse woord voor ’hetzelfde teken’.

De allereerste pictogrammen werden uitgevoerd als linoleumsnedes en zijn kunstwerkjes op zich. De ’uitvinding’ van Neurath bleek al snel van onschatbare waarde en voor allerlei doeleinden inzetbaar, zoals bijvoorbeeld voor statistieken. Strikt neutraal waren de afbeeldingen niet, je leest er ook het wereldbeeld van de bedenkers in terug. Zo werden werklozen aanvankelijk afgebeeld in de vorm van mannetjes met een gebogen hoofd. Ook bedachten Neurath en Arntz stereotiepe figuurtjes die armen en rijken moesten verbeelden, waarbij de verveling afdruipt van de rijken die zich te buiten gaan aan ledigheid en de armen er ook echt als tobbende sloebers uitzien. Ook Hitler duikt op in de historische galerij van pictogrammen: met alleen zijn kuif en snor was hij al een logo op zich.

Beeldtaal is in de loop der tijd alleen maar belangrijker geworden. Steeds meer informatie bereikt ons via symbolen, niet omdat mensen slecht lezen, maar omdat infographics (zoals we beeldtaal nu noemen) een belangrijke aanvulling kunnen zijn op het geschreven woord en bijvoorbeeld in de krant de kern van het nieuwsbericht kunnen weergeven. Ongemerkt is de beeldtaal ons hele leven gaan domineren en niet meer weg te denken. Als je op straat loopt realiseer je je dat niet, maar een animatiefilm gemaakt in Breda is wat dat betreft een mooie illustratie. Tijdens een tocht met de camera door de binnenstad van Breda zijn alle gebouwen en mensen zwart gemaakt. Alleen de tekens en symbolen zijn uitgelicht. Maar toch kun je je nog steeds oriënteren: vooral de symbolen van winkel- en fastfoodketens beschrijven de omgeving en loodsen je door de stad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden