Review

Wellington kreeg een afkeer van treinen

Een meerderheid van de Engelsen koestert de diepe overtuiging dat hun land dankzij de zee een geheel eigen karakter en identiteit heeft. Een meerderheid van de Britse historici is geneigd hen daarin gelijk te geven.

Jan Kuijk

Het misverstand is de Engelsen aangereikt door Shakespeare, die hun land 'een edelsteen, gevat in zilveren zee' noemde en zijn publiek in de schouwburg (in 1588, na het verslaan van de Spaanse Armada) tot extase bracht met ,,dit Engeland lag nooit en zal ook nooit aan de trotse voeten van een overwinnaar liggen”.

Maar de Engelsen vinden de Leidse historicus Dik van der Horst met zijn vorige week verschenen 'Geschiedenis van Engeland' op hun weg, als zij hun isolement zo benadrukken. Van der Horst is onmiskenbaar een anglofiel, maar evenzeer doordrongen van het besef dat het beter is de geschiedenis van een land niet in afzondering te bezien.

De zee, waarachter de Britten zich zo veilig wanen en waarmee ze in elk geval Napoleon en Hitler buiten de deur gehouden hebben, bleek in de loop der eeuwen vaker een gemakkelijke verbinding dan een barrière. Vandaar dat Van der Horst zich in zijn bijna vierhonderd pagina's dikke boek een paar uitstapjes naar het vaste land veroorlooft, en dan vooral Frankrijk en Nederland.

Dat moet ook wel, want isolement of niet - de Britten hielden het continent met een scheef oog steeds in de gaten. Juist de Britten mogen zelfs gezien worden als de uitvinders, uit welbegrepen eigenbelang, van de theorie van het Europese machtsevenwicht. Ze voelden zich in de loop der eeuwen meer dan eens geroepen op het vasteland in te grijpen als dat evenwicht in het gedrang kwam; een handelwijze waarvan ons land vaak heeft mogen profiteren, en dat niet alleen in de Tweede Wereldoorlog.

De oriëntatie op Engeland is een constante in de Nederlandse buitenlandse politiek van de laatste twee eeuwen. Onze economische belangen mochten dan vooral in het oosten liggen, maar in het besef van vroegere generaties liep 'de grens tussen West-en Midden-Europa over Delfzijl en Vaals' en was 'ons gezelschap dat der westelijke volken, van het grote volk in de eerste plaats dat de moderne staatsorde schiep en de vrijheid handhaaft'. Dit nu zeventig jaar oude (en toen politiek veelbetekenende) woord van de grote historicus Johan Huizinga had niet misstaan als motto van dit boek.

Van der Horst heeft zich bij het schrijven beperkingen opgelegd, waardoor de blik sterk op Engeland gericht is en Schotland, Wales en Ierland min of meer randverschijnselen blijven. Ook de opbouw, in de loop van de eeuwen, van een geweldig Empire komt alleen zijdelings aan de orde, evenals de discussie over de interpretatie van het verleden, die de Engelse geschiedschrijvers zelf steeds gevoerd hebben.

Ik heb de zinsnede 'er is wel gezegd' niet geteld, maar de lezer van dit boek komt er gaandeweg achter dat de geschiedenis (en dan vooral de geschiedschrijving) een wereld van verschil in opvatting schept - en dat is mooi meegenomen. In alle discussie blijkt Van der Horst zelf toch een vastelander te zijn en dus eindigt zijn boek met een coda, waarin hij het Verenigd Koninkrijk tot de drempel van Europa leidt.

De Tweede Wereldoorlog mag aanvankelijk de Britse superioriteitsgevoelens versterkt hebben, langzamerhand sijpelt ook daar het besef door dat Engeland de Tweede Wereldoorlog niet zozeer gewonnen als wel overleefd heeft, zoals wel gezegd is (door wie is mij helaas ontschoten).

Van der Horst richt zich met zijn boek naar eigen zeggen op 'de algemene lezer'. Wie dat is, weet ik niet, maar omdat de schrijver niet karig is met het noemen van namen en plaatsen lijkt zijn boek me zeker een geschikte voorbereiding op een reis naar het Verenigd Koninkrijk. Wie zich ter plaatse al die namen weet te herinneren, zal dan een feest der herkenning beleven.

Van der Horst gebruikt om de vaart in het verhaal te houden een zakelijke stijl, maar in een tussenzin kan je hem nog wel eens horen gniffelen - bijvoorbeeld als hij de vrijmetselarij omschrijft als 'verlichte gezelligheid' of zijn genegenheid laat doorschemeren voor een aantal figuren uit de Engelse geschiedenis (en dat hoeven niet eens de hoofdrolspelers te zijn).

Als ik uitgever was, zou ik Van der Horst overhalen die tientallen verstopte anekdotes uit te werken. Ik wil bijvoorbeeld best tot in detail weten hoe in het voorjaar van 1746 Bonnie Prince Charlie aan butcher Cumberland en diens 'bloeddorstige Engelsen' wist te ontkomen 'dankzij de schone en trouwe Flora Macdonald'. En ik wil zeker nog iets meer lezen over de knetterende elektrische leidingen in het 16deeeuwse Hatfield House, later de residentie van de conservatieve premier Salisbury.

Laat hij dan ook de stijl aanhouden waarmee hij het verhaal besluit van de Rocket, 's werelds eerste personentrein, die in 1830 in première ging: ,,Deze eerste rit zou een compleet succes geweest zijn, wanneer niet één van de genodigden, William Huskisson, parlementslid voor Liverpool en oud-minister, was overreden door de Rocket. Hij was bij een tussentijdse stop uitgestapt om Wellington in diens staatsiewagon te hand te drukken. De IJzeren Hertog zelf was zo onder de indruk van dit ongeluk dat hij verder zijn leven lang grote reserves hield tegenover het nieuwe vervoermiddel.”

Zulke zinnen. Misschien niet direct op 'de algemene lezer' gericht, maar er moet ruimte voor zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden