InterviewAmsterdamse Bostheater

Welkom in het Schaampark, waar je je kunt schamen over de Nederlandse geschiedenis

Een deel van de cast van theaterstuk Hollandsch Glorie (uiterst links hoofdrolspeler Thijs Römer). Beeld Henri Verhoef/Oostpool
Een deel van de cast van theaterstuk Hollandsch Glorie (uiterst links hoofdrolspeler Thijs Römer).Beeld Henri Verhoef/Oostpool

Theaterstuk Hollandsch Glorie confronteert bezoekers op tragikomische wijze met nare hoofdstukken uit het verleden. ‘Mijn Indische vader lacht kwesties het liefst een beetje weg. Maar ik wil mijn eigen geschiedenis leren kennen.’

Ally Smid

Er was eens een plan voor een Nationaal Historisch Museum in Nederland. Een museum dat er nooit kwam, door allerlei onenigheid. Openingsdatum zou zijn: 1 januari 2011, locatie Arnhem. Wat je in veel buitenlanden in meerdere soorten hebt – zoals het Haus der Geschichte in Bonn en Leipzig – is Nederland nog steeds niet ­gelukt: de gehele Nederlandse geschiedenis in een museum of park laten zien.

Dit mislukte avontuur én het huidige ­debat over identiteit en kolonialisme waren voor toneelschrijvers Jan Hulst (33) en Kasper Tarenskeen (32) de belangrijkste ingrediënten voor het stuk Hollandsch Glorie dat vanaf 29 juni te zien is in het Amsterdamse Bostheater onder regie van Charli Chung en Daria Bukvic.

Kasper Tarenskeen (l) en Jan Hulst: ‘In Hollandsch Glorie krijgt iederéén om z’n oren’. Beeld Martijn Gijsbertsen
Kasper Tarenskeen (l) en Jan Hulst: ‘In Hollandsch Glorie krijgt iederéén om z’n oren’.Beeld Martijn Gijsbertsen

Met tien jonge Nederlandse acteurs van allerlei komaf hebben de makers geprobeerd zo’n nationaal verhaal alsnog vorm te geven – in de vorm van een attractiepark – om zo op een geestige manier op zoek te gaan naar hét geschiedenisverhaal dat ons als ­Nederlanders bindt. Want hoe kijken wij naar onze geschiedenis, vanuit welk perspectief?

VOC-mentaliteit

Als publiek kijk je naar een show in een attractiepark onder leiding van de witte, middelbare showmaster Pieter (gespeeld door Thijs Römer). Hij laat zien hoe onze voorouders leefden en hoe de samenleving langzamerhand wordt ingericht en de macht wordt verdeeld. Maar in een krampachtige poging de geschiedenis recht te doen en conflicten met bezoekers te vermijden, slaat hij telkens de plank mis.

Zijn show is al tien jaar superpopulair, maar nu, in 2021, is er ineens trammelant. Nederlanders willen toch trots zijn op wat hun land heeft voortgebracht, denkt Pieter. Weten wie hun helden waren? VOC-mentaliteit? Nee, daar kon oud-premier Balkenende nog mee wegkomen, maar dat kan nu niet meer.

Uiteindelijk wordt Pieters park zelfs ­omgedoopt tot Schaampark. Bezoekers van het park worden uitgenodigd om zich te schamen voor hun geschiedenis en ervan te leren, ze krijgen in recordtempo vrijwel alle gruwelijke pagina’s te zien die er bekend zijn. In een spectaculaire climax doen blokkeer-Friezen een poging de show te ver­storen.

Aan Hulst en Tarenskeen de vraag of hun idee al door iemand is opgepikt om na te bouwen. Naast themapark Archeon (waar de Nederlandse geschiedenis is te zien van de prehistorie tot 1350) een heus Schaampark, met als hoogtepunt de zeventiende eeuw.

Jan Hulst en Kasper Tareskeen. Beeld Martijn Gijsbertsen
Jan Hulst en Kasper Tareskeen.Beeld Martijn Gijsbertsen

Hulst: “Haha, nee nog niet. Maar wie weet.” Tarenskeen: “We hebben veel research gedaan, zo veel mogelijk over het Nederlandse verleden gelezen, en de meest uiteenlopende meningen tot ons genomen, ook van de acteurs. De een vond het moeilijk om over te praten, een ander zei: Waarom moet ik het moeilijk vinden? Mag ik onwetend zijn, me niet hoeven verhouden tot mijn voor­ouders?”

Wat is jullie eigen betrokkenheid bij dit onderwerp, waar komen jullie vandaan?

Tarenskeen: “Ik ben half Indisch. Ik ben er mijn Indische vader over gaan bevragen. Zijn houding is er altijd een van kwesties een beetje weglachen. Mijn opa, zijn vader dus, had als ingenieur een hoge positie in ­Indië, maar toen hij in Nederland aan­kwam was hij door zijn kleur ineens een tweederangsburger. Ik merk dat ik nu precies wil weten wat er allemaal is gebeurd, ik wil mijn eigen geschiedenis leren kennen.”

Hulst: “Ik ben heel Hollands, en een deel van mijn familie zat op Java, in Nederlands-Indië. Mijn overgrootvader was er ambtenaar en werd burgemeester van Bandoeng. Misschien verkeerden mijn overgrootvader en Kaspers grootvader, die ook in Bandoeng woonde, deels in dezelfde kringen. Gek idee. Wat ik me de laatste tijd steeds afvraag is in hoeverre je je verantwoordelijk kunt voelen voor iets wat in jouw naam is gebeurd. Moet je daarvoor nu excuses gaan maken ook al kunnen die niet het leed wegnemen? Ik vind van wel. Het levert goede gesprekken op.”

Tarenskeen: “Excuses, ja, vind ik ook! Ik was zeven toen ik op een schoolreisje, na bezoek aan een museum, heel boos werd. Daar had ik gehoord wat Nederland in Indië had gedaan. Ik moet in een kinderlijke ­naïviteit iets gezegd hebben gezegd als:

‘We moeten naar de Dam, protesteren’. Voor mij voelde het alsof ik opeens achter een grote misdaad kwam. Maar de leraar zei: ‘Doe rustig, ga eens zitten’. Daarna schaamde ik me. Ik weet het nog goed.”

Sommige Nederlanders willen niet worden aangesproken op het verleden van hun land.

Hulst: “Het is interessant om die kramp te onderzoeken. Wat voor trots is dat, hoezo ben je dan op je ziel getrapt? Het gekke is dat Nederlanders zich eigenlijk alleen trots voelen als het om Nederlands voetbal gaat. Maar toch moet je blijkbaar niet aan die ­historie komen, want dan gaan ze in de ­verdediging.”

Tarenskeen: “Ik snap dat ook wel weer. Beseffen dat je een perspectief hebt dat niet klopt, is moeilijk om mee om te gaan. Mijn vriendin kan mij bijvoorbeeld op ouder­wetse denkpatronen wijzen als het over vrouw-mankwesties gaat. Dan moet ik haar uiteindelijk altijd gelijk geven, maar eerst ben ik van binnen echt woedend. Ik weet niet wat voor oud verdedigingsmechanisme dat is. Je hebt lang naar de wereld gekeken, maar het blijkt een blik van ongelijkheid te zijn geweest.

“Ik deelde laatst op Instagram in een ­story een post van Sylvana Simons over ­seksistische leraren, over dat die vinden dat meisjes geen naveltruitjes meer in de klas moeten dragen. Een vriend van mij reageerde: ‘Ik moet wel wennen aan die woke stijl van je, het staat je niet’. Je verpest de sfeer, ­vinden ze. Dat is denk ik typisch Nederlands. Het moet wel gezellig blijven.”

Willen jullie de wereld verbeteren?

Hulst: “Hollandsch Glorie is geen stuk met maar één perspectief. Iedereen krijgt om z’n oren. We weten niet op voorhand wie er ­gelijk heeft. We willen de wereld begrijpen, daar begint het mee. En we willen mensen meenemen in dat proces. Wij weten altijd pas een week voor de première waar onze voorstelling precies over gaat. Daar wordt onze pr-afdeling weleens gek van. We hebben echt zes weken nodig om te repeteren en maanden om te schrijven. Ik lees en luister alles, ook de meest nare rechtse podcasts, om te onderzoeken wat ik zelf vind.”

Tarenskeen: “We vragen ons geregeld af: voor wie maken we wat? Soms zitten we te lang in een bubbel van gelijkgestemde, kunstminnende eikels. Het is belangrijk om geregeld veel verschillende soorten mensen te zien.”

Hulst: “Het is spannend als je bijna wordt overtuigd door enge ideeën van andersdenkenden en dan terug te schieten, en wel de argumenten van hen te lenen voor je personages.”

Vliegschaamte. Nu jullie Schaampark. We schamen ons te pletter.

Hulst: “Het is natuurlijk een knipoog. Maar ja, het is wel aan de hand, en dat is helemaal niet erg. Je moet je schamen om te leren.”

Tarenskeen: “We hebben heel lang geprobeerd om apolitiek te zijn als theater­maker. Maar hoe verhalen verteld worden, bepaalt hoe we naar de wereld kijken. Daar willen we verantwoordelijkheid voor nemen.”

Theatermakersduo

Jan Hulst (33) en Kasper Tarenskeen (32) maken sinds dit jaar deel uit van het artistieke team van theatergezelschap Oostpool in Arnhem. Na het vertrek van regisseur Marcus Azzini zijn Charli Chung en ­Daria Bukvic daar samen met Hulst en Tarenskeen de vaste regisseurs. Het duo maakte eerder samen onder andere het stuk Assad (2019) over de oorlog in Syrië, Romeo en Julia (2018) en Buut! De naderende dood (2017) over hun eigen doodsangst. In januari ontvingen Hulst en Tarenskeen de tweejaarlijkse Erik Vos theatermakersprijs voor hun beeldende regies en bijzonder gebruik van taal.

Hollandsch Glorie van Toneelgroep Oostpool is te zien van 29 juni t/m 28 augustus in het openluchttheater in het Amsterdamse Bos, kaarten en info: bostheater.nl

Lees ook:

Oostpool brengt een swingende, stoute en messcherpe ‘Romeo en Julia’

Toneelgroep Oostpool excelleert met een energieke Romeo en Julia, waarin de liefde opvlamt als tegenhanger van de haat tussen twee families.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden