Review

WEL DUIZEND STANGEN HOUDEN HEM GEVANGENPeter Verstegen werpt nieuw en helderder licht op Rainer Maria Rilke

Rainer Maria Rilke: Nieuwe gedichten. Het eerste deel. Vertaald en van commentaar voorzien door Peter Verstegen. Van Oorschot, Amsterdam; 309 blz. - ¿ 39.

PETER DE BOER

Heden ten dage zal geen zinnig mens dit oordeel nog betwisten, al kun je je afvragen of deze communis opinio op nog iets anders berust dan op het slaafs volgen van de ongeschreven wetten der literaire canon. Leest men Rilke eigenlijk nog wel? Dat is zeer de vraag, want zijn poëzie staat niet alleen te boek als briljant, maar ook als ondoorgrondelijk. Bij ons moest bijvoorbeeld iemand als Du Perron niets van Rilke's 'oudejuffrouw-hysterie' hebben. Daar staat tegenover dat Vestdijk een levenslange bewonderaar van hem was en het beste essay over hem schreef dat hier te lande ooit verscheen: 'Rilke als barokkunstenaar'.

Of men hem nu nog leest of niet, Rilke's naam klinkt elke poëzielezer in elk geval vertrouwd in de oren. En iedereen kent wel wat regels van hem. 'Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr' is zo'n overbekende regel. Hij is afkomstig uit het in 'Das Buch der Bilder' (1902) opgenomen 'Herbsttag', door Anton Korteweg ooit 'het mooiste buitenlandse gedicht dat ik ken' genoemd. 'Herbsttag' behoort met onder andere 'Der Panther' en 'het monsterachtige gracieuze' (Vestdijk) 'Die Flamingo's' tot Rilke's meest gebloemleesde gedichten.

De twee laatstgenoemde zijn opgenomen in de befaamde 'Neue Gedichte' uit 1907 en 'Der neuen Gedichte anderer Teil' uit 1908. Met de roman 'Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge' vormen deze bundels het belangrijkste werk uit Rilke's middenperiode. Na 'Malte' raakt Rilke psychisch en artistiek in een crisis. Pas in 1923 lijkt deze definitief overwonnen met de verschijning van de 'Sonette an Orpheus' en de 'Duineser Elegien'.

Ruwweg laat Rilke's dichterschap zich in drie fasen indelen. Er is een romantisch-lyrisch begin met een religieuze inslag. De tweede fase, die van de 'Neue Gedichte', geeft een verschuiving te zien van lyrische naar plastische expressie. Onder invloed van de Franse beeldhouwer Rodin, met wie hij via zijn vrouw, de beeldhouwster Clara Westhoff, in contact gekomen was, liet hij het 'ikkige', abstracte gefilosofeer over zielstoestanden voor wat het was en wendde zich tot het 'hij' van de wereld rondom hem.

Deze zogenaamde 'dinggedichten' haken naar de essentie der concrete zichtbaarheden: dieren, planten, beelden, schilderijen, oude gebouwen, etc. 'Ich lerne sehen', heet het in 'Malte', en deze omslag vond Rilke wel zó wezenlijk dat hij zijn gedichten uit deze periode nadrukkelijk als 'nieuw' afficheerde. Na dit plastische intermezzo keerde hij in zijn laatste levensjaren terug naar de lyriek. Een heel wat 'steilere' lyriek dan die uit zijn begintijd overigens: 'Die Sonette an Orpheus' en de hymnische 'Duineser Elegien' doen in hun taalreflectie en duistere symbolentaal bijna eigentijds hermetisch aan.

Rilke's poëzie uit de onderscheiden periodes wordt heel verschillend gewaardeerd. Vestdijk, om ons tot Nederland te beperken, was idolaat van de 'Neue Gedichte', maar vond dat men het latere werk, wanneer men nog met enig onderscheidingsvermogen begiftigd is, als poëzie ongelezen kan laten. Anderen zweren juist bij die latere bundels, waarvan trouwens ook nog vrij recente vertalingen bestaan. De 'Neue Gedichte' daarentegen werden nooit eerder compleet vertaald. En dat terwijl ze, hoewel niet zo hermetisch dichtgemetseld als het latere werk, zelfs Duitstalige lezers heel wat hoofdbrekens kosten!

Op dit punt dient zich een welkome verandering aan dankzij de geplande uitgave in twee delen van de vertaling van Peter Verstegen. Het eerste deel, dat de bundel uit 1907 omvat, is zojuist in een tweetalige editie verschenen onder de titel 'Nieuwe Gedichten'. Verstegen heeft bij zijn vertaling maar liefst 100 pagina's 'Commentaar' gevoegd, dat veel achtergrondinformatie bevat die hij uit Rilke-studies, biografieën en brieven heeft opgediept. Dat commentaar is buitengewoon verhelderend, vooral waar hij Rilke zelf aan het woord laat over allerhande details met betrekking tot afzonderlijke gedichten zoals die in zijn vele brieven aan Clara Westhoff, Lou Andreas-Salomé en anderen staan opgetekend.

Laat ik maar gelijk zeggen dat ik Verstegens vertaling erg knap en mooi vind. Hij heeft een Nederlands equivalent van de 'Neue Gedichte' neergezet dat het ongrijpbaar schuimende, sensibele karakter van het origineel perfect heeft weten te behouden. Op onderdelen is ongetwijfeld het nodige aan te merken (niets is zo gemakkelijk als het leveren van detailkritiek op een vertaling), maar dat doet weinig af aan de voortreffelijke indruk van het totaal. De al genoemde evergreen 'Der Panther' klinkt in het Nederlands nauwelijks minder Rilkiaans dan in het Duits:

Zijn blik is van het langsgaan van de stangen zo moe geworden dat hij niets meer ziet. Wel duizend stangen houden hem gevangen en meer dan duizend stangen is er niet.

De zachtheid van zijn lenig sterke pas die steeds de allerkleinste kring beschrijft, is als een dans van kracht rondom een as waarin een machtig willen is verstijfd.

Niet vaak meer trekt het scherm voor zijn pupillen geluidloos op -. Dan gaat een beeld erdoor naar binnen, glijdt door het van spanning stille lijf naar zijn hart - en gaat teloor.

Een mooi gedicht, met symbolische implicaties, over het gekwelde bestaan van een gekooid roofdier. Afgestompt door de minieme kring waarin zijn leven draait, neemt het niets meer waar. Typisch Rilke is de omgeving in de eerste strofe: de panter ervaart zijn kringloop als een activiteit buiten hem om. Niet hij beweegt, maar de spijlen van zijn traliekooi schijnen dat te doen en het lijken er daardoor wel duizend. Hierin ligt de kiem van de rest van het gedicht al besloten.

Dat 'verstijfd' uit regel 8 niet helemaal hetzelfde betekent (maar hier wel op hetzelfde neerkomt!) als het Duitse 'betüubt', zij Verstegen vanwege de rijmdwang vergeven. Dergelijke parafrases komen in de 'Nieuwe Gedichten' vaker voor. Ze zijn niet alleen niet te vermijden, ze zijn zelfs een voorwaarde voor een goede vertaling. Verstegen heeft er (uiteraard!) voor gekozen de vorm van het origineel zoveel mogelijk te bewaren met behoud van, zoals hij het zelf zegt, 'de essentie van de gedachteninhoud'.

Dat vereist concessies over en weer. Nu eens past de vorm (bijvoorbeeld het rijmschema) zich aan, en dan weer de inhoud (bijvoorbeeld de woordkeuze). Het subtiel balanceren tussen beide is in feite de crux van het vertalen van gebonden poëzie. Want wat op microniveau noodgedwongen maar met overleg afwijkt, blijkt op macroniveau de congruentie tussen origineel en vertaling veelal te vergroten.

Tot de meest uitgesproken 'dinggedichten' behoort een reeks van zes verzen over (delen van) kathedralen. 'Het kapiteel' is er een van: een uit één volzin bestaand sonnet dat in een plastische wirwar de stijgende en dalende lijnen van een gothisch kerkinterieur verbeeldt. Rilke doet dat met behulp van de wonderlijkste beelden, waarbij zelfs een zich uit 'het droomgebroed' van een nachtmerrie verheffende nieuwe dag en een regenwoud-achtige, broeierige vegetatie niet ontbreken, wat in dit anorganische decor een even gezocht als wervelend-functioneel effect sorteert.

In een ander gedicht uit deze reeks, 'Het roosvenster', vloeit het duistere kerkinterieur over in een menagerie met het in de titel genoemde gebrandschilderde raam als fel oplichtend roofdieroog. In tegenstelling tot 'De panter' is het roofdier-element hier puur imaginair. Maar het is prachtig gezien. Merk op hoe de spanning in de eerste elf regels wordt opgebouwd om in de slotstrofe in een met recht goddelijk te noemen vergelijking te exploderen:

Daarbinnen: hoe het lome gaan der poten een stilte schept die je haast schrikken doet; en hoe dan plotseling een van die grote katten jouw blik, die dwalend haar ontmoet,

bruut in haar machtig oog naar binnen drijft, blik die, als greep de werveling haar beet van kolkend water, even bovenblijft, dan zinkt en van zichzelve niet meer weet,

wanneer dat oog, schijnbaar in rust, zich goed geopend heeft, dan dichtslaat met geweld en hem naar binnen sleurt in 't rode bloed.

Zo greep vanuit de donkerte eenmaal het roosvenster van menig kathedraal een hart en sleurde dat tot in God zelf.

De complete kathedralenreeks, maar ook 'Abisag', 'God in de middeleeuwen', 'De zwaan', 'De Maria-processie', 'Een vrouwenlot', 'Romeinse fontein': al deze en andere oude bekenden staan er in Verstegens herdichting florissant bij. Slechts een enkele keer mis ik in de vertaling iets essentieels. In 'Romeinse fonteinen' bijvoorbeeld, dat de beweging van neerklaterend water suggereert maar tevens een subtiele tegenbeweging, een 'stijgen' dus, verklankt.

Dit laatste wordt bereikt door van het stilstaande water in het onderste bekken te zeggen dat het het neerstromende, 'prevelende' water dat van boven komt 'entgegenschweigt' ('tegemoetzwijgt'). Van dit dubbele contrast - prevelen/ zwijgen en dalen/ stijgen - blijft in de vertaling slechts een enkel contrast over doordat Verstegen het woorddeel 'tegemoet' heeft weggelaten.

Maar omgekeerd komt het ook wel voor dat Verstegen, door rijmtechnische of andere eisen daartoe gedwongen, met een parafrase komt die beter in het gedicht lijkt te passen dan de overeenkomstige passage in het Duits. Dat zijn de onverwachte geschenken die een vertaling, als de maker zijn vak verstaat, nu en dan voor ons in petto heeft.

Al met al is het een bijzondere ervaring om aan de hand van deze vertaling opnieuw met de 'Neue Gedichte' kennis te maken. Ik meende deze bundel aardig in de vingers te hebben en had er eerlijk gezegd al jaren niet meer naar omgekeken. Verstegens herdichting doet mij beseffen dat ik Rilke op onderdelen soms maar half begrepen en hooguit voor driekwart goed aangevoeld heb. Zijn vertaling heeft enigszins het effect van een pas gerestaureerd schilderij: ze werpt een nieuw, helderder licht op een voorsteling die al wel bekend was, maar waaraan opeens nog heel wat blijkt te zien en te bewonderen dat voorheen min of meer in het duister bleef. Onnodig te zeggen dat ik zó'n vertaling van harte ter lezing aanbeveel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden