Weinig experiment, veel lieflijke onderwerpen bij Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst

Koning Willem-Alexander en kunstenares Janine van Oene tijdens de uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2017 in het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam. Beeld ANP

In het Paleis op de Dam reikte de koning vrijdag de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst uit. De jury was teleurgesteld over het gebrek aan experiment bij de 302 inzenders, en loofde de durf van de vier winnaars.

‘Ergens aan het begin van de zomer is het ieder jaar zo ver, iedereen onder de 35 die iets doet met verf stuurt zijn werk in voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.’ Zo begon kunstenaar Niek Hendrix in 2013 een bespreking van de prijswinnaars van de prijs die al sinds 1871 wordt uitgereikt door de Nederlandse vorst of vorstin.

Dit jaar deed Hendrix ook (weer) zelf, samen met nog driehonderd kunstenaars, aan de wedstrijd mee. En deze keer niet zonder succes: de jury selecteerde zijn werk, samen met dat van 23 anderen, voor de tentoonstelling in het Paleis op de Dam in Amsterdam. Hij viel bovendien in de prijzen: hij kreeg, net als de drie andere prijswinnaars, gistermiddag de prijs van 6500 euro uitgereikt door koning Willem-Alexander.

Kort daarvoor had Benno Tempel, juryvoorzitter en directeur van het Haagse Gemeentemuseum, het juryrapport voorgelezen. Onder de inzendingen trof hij ‘weinig experimenten’ en een krampachtige hang naar realistische, lieflijke onderwerpen: selfies en families, bloemen en tuinen. Onder de afvallers zaten bovendien grote hoeveelheden ‘coffeeshopkunst’, schilderijen met een combinatie van streetart en sciencefiction, vaak in felle, fluoriscerende kleuren.

Nadruk

De winnaars, zo verzekerde Tempel, bezitten doorzettingsvermogen, maar ook zij zijn er nog lang niet: verzamelaars en galeries leggen vaak te veel druk op jonge kunstenaars. ‘Een groot deel van de twintigste eeuw was het eerder regel dan uitzondering dat kunstenaars rond hun vijftigste pas hun eigen stijl ontwikkelden’, en daarom moet ook deze prijs volgens de jury slechts als een aanmoedigingsprijs worden gezien.

Koning Willem-Alexander wordt geflankeerd door Suzie van Staveren, Janine van Oene, Niek Hendrix en Vera Gulikers tijdens de uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2017. Beeld ANP

Bij winnares Janine van Oene (1988) is die zoektocht duidelijk nog bezig. Ze is de meest traditionele schilder van de prijswinnaars: met grote, zwierige streken zet ze realistisch ogende, krachtige figuren, zoals een serie monden of een klassieke vrouwenfiguur, in een schemerige leegte. Letterlijk: het doek waarop ze schildert is transparant, zodat een tweede laag eronder, die ze ook beschildert, voor extra diepte zorgt.

Suzie van Staaveren (1991) kreeg de prijs voor kunst die op het eerste gezicht weinig met schilderkunst te maken heeft: stalen, egaalgekleurde platen hangen met ronde houten pinnen aan elkaar en aan de muur, als bij kinderspeelgoed. Juist dat maakt het interessant, en verklaart de link met de schilderkunst: ze laat de toeschouwer zélf de kleurvlakken in gedachten verplaatsen, anders opstapelen, ronddraaien, zodat er nieuwe beelden ontstaan.

Trend

Voor prijswinnaar Vera Gullikers (1991) gaat het ook over verplaatsen, of beter gezegd: schoonmaken. In het vegen, poetsen en ordenen dat je bij het schoonmaken doet, ziet ze een overeenkomst met de schilderkunst. Haar schilderijen, met titels als ‘Poetsdoek’ - waarbij ze de verf met schoonmaakmiddel verwijderde - en ‘Testdoek’, waarbij vier kleuren verf op allerlei manieren zijn uitgeprobeerd, zijn inventief, maar misschien ook een beetje plat.

Anesthesia I , door Niek Hendrix Beeld RV

De schilderijen van Niek Hendrix (1985) ten slotte, lijken op het eerste gezicht op foto’s. Foto’s van tanden, of nee, foto’s van de gipsafdrukken van tanden, zoals de tandarts ze maakt. Pas van dichtbij is duidelijk dat het wel degelijk om een schilderij gaat: dwars over de tanden lopen de strepen van de kwast, arceringen vormen de rondingen van de tanden.

De koning had, zo vertelde hij bij zijn toespraak, de kritische bespreking van Hendrix uit 2013 gelezen. En hij is ‘razend benieuwd’ wat de kunstenaar, nu hij zelf heeft gewonnen, over deze editie zal schrijven. Eén trend had Willem-Alexander in elk geval zelf kunnen constateren. Sinds hij sinds 2013 de prijs uitreikt, heeft hij zeventien mannen en drie vrouwen mogen feliciteren. Dit jaar zijn de vrouwen voor het eerst sinds lange tijd in de meerderheid. Ook daarin weerspiegelt de selectie de samenleving, het zijn, grapte hij, ‘verhoudingen waar we ook in de sport aan gewend zijn geraakt’.

De tentoonstelling van het werk van de 24 geselecteerde kunstenaars is nog tot 5 november te zien in het Paleis op de Dam in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden