Review

Weinig droom in Droom

Roy Goodman maakte enthousiast zijn opwachting als nieuwe chef-dirigent van begeleidingsorkest Holland Symfonia en directeur Jaap Mulders nam afscheid na zeven jaar de zakelijke scepter over Het Nationale Ballet te hebben gezwaaid. Maar het valt te betwijfelen of het nieuwste programma 'Droom' ook in de annalen zal worden bijgeschreven als artistiek hoogtepunt.

'Droom' herdenkt het honderdste geboortejaar van dansmeesters George Balanchine en Sir Frederick Ashton en werpt een blik op de toekomst met 'wonderboy' David Dawson die speciaal voor dit verjaarsfeestje een nieuw ballet creëerde. Het thema lijkt er met de haren bijgesleept, want behalve Frederick Ashtons 'Midzomernachtsdroom' is er inhoudelijk weinig droomachtigs aan 'Droom'. Je moet diep graven om deze grote gemene deler over de drie totaal verschillende balletten uit te kunnen smeren.

'La Valse' van George Balanchine uit 1951 is een merkwaardig onheilspellend ballet op Maurice Ravels al even curieuze walsbewerking 'Valses Nobles et Sentimentales' en 'La Valse'; zeven walsen die in duetten, een trio en kleine groepsdansen voor een zinderende feestvreugde zorgen. Die walspret vormt de prelude voor een onvermijdelijke ondergang in de achtste wals. Hierin valt soliste Igone de Jongh voor de verlokkingen van het 'onbekende' (gepersonifieerd door de helaas immer als bruut of dood getypecaste Nicholas Rapaic) en sterft. Het ballet eindigt in een beangstigende merry-go-around, het voorportaal van de hel. De niet mis te verstane beklemming vindt weinig navolging in de uitvoering van de dansers. Wél opmerkelijk is dat de jeugdige Igone de Jongh, door damesblad Elle genomineerd als 'stijlicoon 2004', in 'La Valse' wat rimpels op de ziel lijkt te hebben gekregen. De rol van de witte onschuld danst zij met 'stylish' diepgang, iets wat zij in eerdere solistische rollen wel eens node miste.

Het omgekeerde is het geval in David Dawsons nieuwste werk 'Morning Ground'. Hier niets onheilspellends aan het ballet, wel prachtig uitgevoerd. De choreograaf bewees met zijn succesvolle 'The Grey Area' en '00:00' knappe bewegingscomposities te kunnen maken en zoals leermeester William Forsythe een eigentijds verbindingsstukje te kunnen zijn tussen academisch ballet en hedendaagse dans. In 'Morning Ground' heeft Dawson de klassieke lijnen wederom goed in de vingers en kan hij beschikken over fantastische dansers. Toch kunnen de radiante Marisa Lopez, de ijle Yumiko Takeshima, de theatrale Jahn Magnus Johansen en de stoere Raphal Coumes-Marquet niet verhullen dat 'Morning Ground' nogal voorspelbaar oogt. Braafjes zelfs voor een choreograaf die zichzelf een 'extremist' noemt.

Teleurstellend dat een beproefde klassieker als 'Midzomernachtsdroom' (1964) van Sir Frederick Ashton, vorig seizoen al in de Nederlandse theaters, binnen dit openingsprogramma daarmee als hoogtepunt fungeert. De legendarische danser Anthony Dowell kwam voor de balletadaptatie van Shakespeare's blijspel speciaal over om de dansers de kneepjes van de specifieke Engelse balletstijl bij te brengen. De man op wie Ashton de rol van de elfenkoning Oberon creëerde, geldt als schatbewaarder van deze stijl en na wat uurtjes 'Sir Anthony' zit het 'Engelse' er bij Het Nationale Ballet goed in. Vliegensvlug roffelende spitzen, dartele wendingen in de schouders, met zuivere precisie uitgevoerde tableaus en het voornaamste: soms ongekend grappige pantomime. Daarin heeft Dowell bijzonder goed werk verricht. Plaaggeest Puck wordt ondeugend vertolkt door een licht sardonische Sefton Clarke en de onbeholpen bokspartij tussen liefdesrivalen Raphal Coumes-Marquet en Nicolas Rapaic is ronduit hilarisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden