null

EssayGijs Moes

Weg met de term volksaard! Die is niet meer dan een smoesje

Nederlanders zijn te eigenwijs om mondkapjes te dragen, anders dan die ‘volgzame Aziaten’. Onzin, schrijft Gijs Moes. Loze kreten­­­ over volksaard zijn nutteloos en zelfs contraproductief.

Wij Nederlanders zien onszelf graag als nuchter en rationeel, maar in reisbeschrijvingen uit de zeventiende eeuw worden we geportretteerd als drankzuchtige ruziezoekers. Vanzelfsprekend zijn we tolerant en open, al zien buitenlanders en nieuwkomers ons soms eerder als gelijkhebberig en ongastvrij. Recht door zee dan, of toch onbeleefd op het botte af? Grappen over Nederlanders gaan vaak over onze gierigheid, al beklemtonen wij zelf graag dat nergens zoveel aan goede doelen wordt gegeven.

Het is verbazingwekkend hoe gevarieerd de ‘volksaard’ van zo’n – in omvang – bescheiden natie blijkbaar is. Des te merkwaardiger is het dat dit begrip, in de vorige zin niet voor niets tussen aanhalingstekens geplaatst, nog altijd gemakkelijk geplakt wordt op Italianen, Duitsers, Japanners of Chinezen. Volkeren van wie er nog veel meer mensen zijn, tot zelfs ruim een miljard Chinezen, met ook nog eens grote regionale verschillen.

Gijs Moes (1964) is sinds 2016 buitenlandredacteur bij Trouw. Hij schrijft over internationale betrekkingen en ontwikkelingen in Oost-Azië. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en was eerder verslaggever in Eindhoven en Den Haag, redacteur economie, correspondent in Brussel en eindredacteur.

Volksaard leek een wat belegen begrip geworden, neigde het zelfs niet naar racisme? Het klonk naar de negentiende eeuw, toen westerlingen in verre landen optekenden welke vreemde volkeren daar woonden, om in een moeite door hun land te koloniseren. Als de volksaard aan bod kwam, was de schedelmeting niet ver meer.

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, met de opkomst van het fascisme, beleefde de volksaard zijn hoogtijdagen. Na de oorlog werd het een dubieus begrip en in de progressieve tijdgeest van de jaren zestig en zeventig leek het in het vergeetboek terechtgekomen. Alleen in borrelpraat stak het de kop op, met flauwe grappen over Belgen of Duitsers. Soms, met wat jaloezie, over levensgenietende Grieken of Italianen.

Opiniemakers geven het begrip volksaard enthousiast de sporen

Toch is de volksaard aan een opmerkelijke opmars bezig, dankzij de coronacrisis. In de verklaring van het beleidssucces in sommige landen tegenover grandioos falen in andere, is het begrip van stal gehaald en geven columnisten en andere opiniemakers het enthousiast de sporen. Zo gebruikte de Volkskrant volksaard als trefwoord bij een artikel over coronamaatregelen in Italië. Niet om het ter discussie te stellen, maar als etiket voor een verhaal vol verbazing over het gedrag van de Italianen. Die vrolijke flierefluiters bleken zich ineens aan regels te houden!

Premier Rutte en minister De Jonge van volksgezondheid verwijzen ook geregeld naar de aard van de Nederlanders bij het afwegen van maatregelen. Zo is eigenwijsheid volgens De Jonge ‘diep in onze Nederlandse volksaard verankerd’. Beiden riepen hun landgenoten op om een beetje tegen die eigenschap in te gaan en maatregelen vooral serieus te nemen. Nederlanders moesten dus zo eigenwijs zijn om hun eigen volksaard te verloochenen, een waar kunststukje.

Ook boven dit essay zou volksaard als trefwoord kunnen staan. Niet als vanzelfsprekende verklaring voor gedrag in verschillende landen, maar als onderwerp: wat is volksaard en wat kunnen we ermee? Mijn stelling: het is onduidelijk wat het betekent; als het al enige waarde heeft dan toch niet bij het invoeren van beleidsmaatregelen of het meten van het succes daarvan.

Sterker nog, wie het gebruikt loopt in de val van de nietszeggende vanzelfsprekendheid: natuurlijk doen de Duitsers alles grondiger dan wij, of volgen de ‘Aziaten’ de regels goed op. Dat ontslaat ons dan van de plicht om de zaken zelf grondig aan te pakken of de regels strikt in acht te nemen. Want zo zijn wij Nederlanders toch niet?

Stel je voor, we zouden eens wat verstandige ideeën moeten overnemen uit Taiwan

Afgezien van het gemakzuchtige generaliseren brengt dit nog een risico met zich mee: door de volksaard erbij te slepen laten we de kans lopen om, jawel, nuchter naar het beleid te kijken. Stel je voor, we zouden eens wat verstandige ideeën moeten overnemen uit Zuid-Korea of Taiwan.

Voor wie zich afvraagt waarom die ‘Aziaten’ hier boven weer tussen aanhalingstekens staan: dat zijn er ten eerste nogal veel. Op het Aziatische continent wonen ongeveer 4,5 miljard mensen, meer dan de helft van de wereldbevolking. Tenzij we echt geloven dat er treffende overeenkomsten zijn tussen Iraniërs en Koreanen of tussen Oezbeken en Indonesiërs, kunnen we dus voor Aziaten net zo goed ‘mensen’ invullen. Vanuit andere soorten gezien misschien geen slecht idee.

We kunnen wel een beetje specificeren: met Aziaten wordt in westerse media vaak verwezen naar de inwoners van het oosten van dat enorme continent: Chinezen, Japanners, Koreanen en misschien ook de inwoners van Zuidoost-Azië. Nog altijd een slordige twee miljard mensen. Al die mensen hebben er de afgelopen tijd een gemeenschappelijk etiket bijgekregen: volgzaam. De ‘volgzame Aziaat’ lag steeds op de loer als het in Nederland ging om invoering van maatregelen en de vraag waarom dat daar zoveel makkelijker leek te gaan. Mondkapjes deden ze gewoon op, al jaren, afstand hielden ze van nature al.

null Beeld

Nee, dan die eigenzinnige Nederlanders. Een Nederlandse vrouw verwoordde het in een straatinterview op televisie heel goed: Natuurlijk deed ze niet zomaar een mondkapje op, want dat kon ze zelf wel beslissen. Behalve als het dragen verplicht zou worden, dan deed ze het misschien wel. Deze willekeurige landgenoot sloeg wel de spijker op zijn kop: misschien zit het hem gewoon in de maatregelen? Ze vroeg erom gedwongen te worden. De verplichting lijkt ook voor de zogenaamd zo eigenwijze Nederlanders het verzet weg te nemen. Wie moppert er nu nog over de mondkapjes in het openbaar vervoer?

Hetzelfde kan gelden voor een avondklok, het sluiten van scholen of het beperken van familiebezoek. Duidelijke regels geven meer houvast dan het wankele eigen gevoel of de veronderstelde volksaard. En in andere landen kunnen we zien welke regels lijken te helpen.

Soms klinkt enige jaloezie: hadden wij maar zo’n krachtige overheid als China

Maar in plaats van te kijken naar de maatregelen in succesvolle landen als Zuid-Korea, Japan en Taiwan, richten we ons liever op veronderstelde verschillen. Naast de volksaard, komt ook het dictatuur-argument vaak om de hoek kijken. China kan makkelijk van alles verplichten, dat zijn die mensen gewend en ze kunnen zich niet verzetten. Hier en daar klinkt zelfs enige jaloezie: hadden wij maar zo’n krachtige overheid!

Vergeten wordt dat Zuid-Korea, Japan en Taiwan al decennia keurige democratieën zijn, waar mensen gewoon stemmen, en ook demonstreren als ze ontevreden zijn. Sterker nog, miljoenen Zuid-Koreanen gingen enkele jaren geleden maandenlang de straat op, tot hun corrupte president werd afgezet. Vorig jaar protesteerde bijna een kwart van alle inwoners van Hongkong geregeld tegen de invloed van China. Hoezo volgzaam?

Als we de volksaard uitsluiten als verklarende factor, doemt een volgende vraag op: bestaat die wel? Om het simpel te houden: nee. Ik ben een overduidelijke Nederlander, maar veel van mijn voorouders komen uit gebieden die nu in Duitsland en Frankrijk liggen. Eén zelfs – dat is een ander verhaal – uit wat nu Guyana is. Een hoogopgeleide oudtante heeft in een oud boek, waar het karakter van deze oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika wordt beschreven, passages aangestreept. Blijkbaar herkende ze iets in de beschrijving, die volgens haar toepasselijk was op haar en mijn familie.

Iedereen kent de clichés van de goed georganiseerde Duitsers, vrolijke Italianen en zwijgzame Finnen. Toen ik enige jaren in Brussel woonde, een soort proeftuin voor het samenleven en -werken van Europeanen, heb ik velen van hen beter leren kennen. Daar waren slordige Duitsers bij, ernstige Italianen en zelfs extraverte Finnen. Terug in Nederland, ben ik op veel plaatsen een Hollander, die natuurlijk weer heel anders is dan de plaatselijke Brabanders, Groningers, Zeeuwen of Achterhoekers.

Wij zijn zus, zij zijn zo

Waar het op neerkomt: binnen iedere groep zijn de onderlinge verschillen groot. Maar tegenover een andere groep hebben veel mensen de neiging om vooral de interne overeenkomsten en de externe verschillen te zien. Wij zijn zus, zij zijn zo.

Toch bestaan er wel verschillen in wat normaal is in het ene of andere land. Veel Japanse werknemers worden geacht om na het werk te gaan drinken met collega’s, onder leiding van de chef. Ze worden niet geboren met een natuurlijke neiging tot dit verplichte borrelen, het is aangeleerd gedrag; dat kan dus ook weer veranderen. De vele reizigers die Nederlanders in de zeventiende eeuw al vroeg op de dag aan de jenever zagen, hebben dat niet allemaal verzonnen. Blijkbaar is dat drankgebruik in de ochtend weer uit onze cultuur verdwenen.

Sociologie en psychologie kunnen inzicht bieden in dit soort gewoontes, die per land verschillen. Een van de bekendste verklaringen voor verschillen in nationale culturen komt van de Nederlandse psycholoog Geert Hofstede, die in februari vorig jaar overleed. Hij deelde landen in op basis van zes dimensies, zoals machtsafstand, individualiteit en masculiniteit.

Nederland is volgens het model van Hofstede een land waar de afstand tussen burgers en bestuurders vrij klein is, waar het individualisme hoogtij viert en de feminiene waarden als bescheidenheid en dienstbaarheid het overwicht hebben. Japan is volgens Hofstede het meest masculiene land, met een nadruk op competitiviteit en assertiviteit.

Een mooi model en veel geciteerd. Hofstede had ook buiten zijn eigen vakgebied grote invloed, met name in de sociologie en economie. Probleem is dat zijn ideeën niet zo makkelijk wetenschappelijk aan te tonen zijn, een proefopstelling met Nederlanders of Japanners in precies dezelfde omstandigheden is lastig te organiseren. Soms botsen zijn opvattingen ronduit met de clichés die onder de noemer volksaard de ronde doen: volgens Hofstede zijn Nederlanders bescheiden en Japanners assertief.

Nieuwkomers in Nederland ervaren niet altijd zoveel openheid

In andere modellen staan open samenlevingen tegenover meer gesloten culturen. Zo zou Nederland relatief open zijn en landen als Japan en Zuid-Korea gesloten. In die landen zijn de mensen volgens deze opvattingen risicomijdend, terwijl de inwoners van open samenlevingen meer kansen zoeken. Ook hier is de vraag: hoe hard zijn deze inzichten? Nieuwkomers in Nederland ervaren niet altijd zoveel openheid, terwijl de demonstrerende Zuid-Koreanen van enkele jaren geleden toch bereid waren flinke risico’s te nemen en de Hongkongers vorig jaar al helemaal.

Mensen hebben nu eenmaal ideeën over verschillen tussen landen en hun inwoners, dat is een gegeven. Sociologen en psychologen kunnen die opvattingen onderzoeken en er is ook wel een praktisch nut voor inzichten die daaruit voortkomen. Voor politici is het belangrijk hoe ze nieuwe maatregelen uitleggen aan de bevolking. Waar in het ene land een grap beter werkt, komt in een ander land een nuchtere aanpak beter over. Premier Rutte begrijpt goed hoe hij de Nederlanders moet aanspreken en houdt daarbij duidelijk rekening met hoe mensen zichzelf zien.

Maar voor die maatregelen op zich maakt een al dan niet bestaande volksaard of nationale cultuur weinig uit. Het coronavirus heeft er geen boodschap aan, afstand houden en mondkapjes werken niet beter of slechter als mensen erin geloven of juist eigenwijs zijn. Het is aan de bestuurders in ieder land om verstandige maatregelen te nemen, op basis van wetenschappelijk advies.

Rekening houden met hun pappenheimers is altijd verstandig, maar loze kreten over volksaard zijn nutteloos of zelfs contraproductief. Zeker als ze gebruikt worden als smoesjes om lastige maatregelen niet door te voeren. Dan is de volksaard een excuus om niet naar onszelf te hoeven kijken en een vorm van alledaags racisme. Juist mensen die zich laten voorstaan op hun eigenwijsheid, openheid en individualisme, zouden beter moeten weten dan waarde hechten aan de volksaard van anderen.

Lees ook:

Heel Nederland is één groot Zoetermeer, vinden deze drie heren

Wat karakteriseert Nederland? Presentator Roelof de Vries, schrijver Marcel van Roosmalen en fotograaf Jan Dirk van der Burg peilen de volksaard en ontdekken boeddhabeelden in de tuin, kliko’s netjes op een rijtje en een Vietnamese-loempiakraam op het plein. De Nederlander bestaat wél.

Quarantaine werkt, ze zouden het in Nederland eens moeten proberen

Angst en gebrek aan informatie maakt dat quarantaine in het autoritaire China werkt, ontdekt correspondent Eefje Rammeloo in Shanghai. Is er geen variant voor de liberale volksaard?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden