De aimabele flapuit Francis van Broekhuizen werd vroeger gepest. Beeld
De aimabele flapuit Francis van Broekhuizen werd vroeger gepest.

Tv-columnRenate van der Bas

Weer wat onuitwisbare beelden en woorden rijker

Sommige documentaires planten plaatjes in je hoofd waarvan je meteen weet: die verdwijnen niet meer. Zo kwamen maandag meerdere momenten uit Anna van ’t Heks tijdsbeeld over Yab Yum terecht in mijn innerlijk vormingsarchief. Met name een beeld dat niet eens in beeld was.

Het werd geschetst door ‘gastvrouw’ Iris. Ze was de enige oud-medewerkster van het als sjiek bedoelde Amsterdamse bordeel die voor de camera wilde terugblikken. Trots als ze nog altijd is, dat ze het als simpel meissie wist te schoppen tot de beroemdste club van het land. En toegegeven, als je zoals Iris op je negentiende, zwanger van je derde kind, tien mannen per avond moet afwerken in auto’s – “dat is zwaar hoor” – om je losbandige echtgenoot te financieren, dan zijn daarna het pluche en de bubbelbaden van Yab Yum ongetwijfeld paradijselijk.

Dat beeld dus, van die jonge moeder aan de kant van de weg. Het zal nog wel even door mijn hoofd spoken. “Ik heb mijn portie wel gehad”, vatte Santa Eufemismia haar leven treffend samen. Gevolgd door een monter: “Ach, zorgen houden jong!”. Die kende ik nog niet.

Iris vertelde wel dat de tranen altijd ‘van achter zitten’, gemakkelijk opwellen. “Dat maakt het leuk”, zei het dappere vogeltje.

Diezelfde avond kwamen meer memorabele zinnen voorbij. Kruispunt stond in het teken van de Dag tegen het Pesten en praatte niet met kinderen, maar met ex-kinderen. Succesvolle volwassenen bij wie de tranen ook nog steeds nog van achter zitten, omdat ze blijvend onzeker zijn door dat stomme pesten. Zoals de aimabele flapuit Francis van Broekhuizen, de lyrische zangeres die u misschien kent van De slimste mens en All together now. Op de lagere school leerde ze dat ze een afzichtelijke brillenjood was en daar legde ze zich maar bij neer. Ze ging ervan uit dat ze nooit gelukkig zou worden. “Liefde is voor mij niet weggelegd, ik ben te lelijk.”

Maar het lelijke eendje werd een talentvolle zwaan, die een carrière kreeg, een lieve echtgenote en nu aan pestslachtoffers wil laten zien dat het goed kan komen. Al was ze laatst nog van slag toen ze hoorde dat haar grootste pestkop had gezegd: “Goh, die Francis kan wel zingen zeg.” Alsof het nu pas voorbij was, nu die klojo van vroeger toegaf dat ze wel een waardevol mens was.

In Kruispunt vertelde ook huisarts Rutger Verhoeff over zijn pestjeugd. Hij heeft de podcast Pestlab gemaakt, om volwassen mensen te helpen de knop om te zetten. Hij zei: “Als het pesten is gestopt, ben je geen slachtoffer meer.” Weer zo’n zinnetje. Ik hoopte dat in allerlei schemerige Nederlandse huiskamers een lichtje ging branden.

De avond eindigde in stijl met Tijs van den Brink, die sinds 2012 een bijzonder

oeuvre aan het schrijven is met zijn gesprekkenreeks Adieu God?. Nu zat Tweede Kamerlid Sylvana Simons tegenover hem. Over mensen die weten wat pesten is gesproken.

Simons beschikt over een arsenaal aan peptalk om zich staande te houden, ondanks de bagger die ze over zich heen krijgt. Met oneliners als: “Als je lelijk denkt en lelijk praat, dan word je lelijk”. En: “Haat maar zo veel je wilt, ik laat het gewoon niet binnen”.

Triest dat mensen dit soort methodieken moeten ontwikkelen. Maar lieve gepesten: doe er je voordeel mee.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden