Beeld Thinkstock

RecensieNon-fictie

Weer in de ban van Bach door het rouwen

Muziekjournalist Philip Kennicott raakte door de dood van zijn moeder weer in de ban van Johann Sebastian Bach.

Hoe kom je te weten hoe geliefd een muziekstuk is? Spotify geeft een indicatie. Neem de ‘Goldbergvariaties’ van Bach. Van dit monument uit de klavierliteratuur zijn zo onderhand vele tientallen versies te vinden bij de online streamingdienst. Niet alleen uitgevoerd op piano of klavecimbel, ook accordeonisten, organisten, slagwerkers en zelfs hele orkesten wagen zich aan de compositie. Wie goed zoekt vindt ook versies voor synthesizer. Ja, overdaad schaadt soms.

Bij dit overweldigende aanbod zou men bijna vergeten dat de Goldbergvariaties amper nog gespeeld werden toen ze in 1955 op plaat werden gezet door een eigenzinnige pianist uit Canada, Glenn Gould. Aan Gould danken we dat de variaties tegenwoordig tot het ijzeren repertoire behoren.

Nog altijd verdeelt deze inmiddels legendarische opname liefhebbers in twee kampen. De ene groep zweert erbij vanwege het heldere spel, de andere haat de interpretatie (het geneurie van de pianist, als een naaimachine gespeeld).

De Amerikaan Philip Kennicott behoort tot de bewonderaars, zo blijkt het boek dat hij over de Goldbergvariaties schreef. Kennicott, die muziekcriticus is en redacteur bij The Washington Post, leerde de Goldbergvariaties in zijn jeugdjaren kennen. Na de dood van zijn moeder, niet zo lang geleden, verdiepte hij zich opnieuw in deze muziek, met dit boek als resultaat.

Een biografie van de jeugdige pianist en zijn pogingen de Goldbergvariaties in de vingers te krijgen

De Goldbergvariaties zijn oorspronkelijk geschreven voor klavecimbel, duren ruim een uur en bestaan uit een aria en dertig variaties. Het werk wordt gerekend tot de belangrijkste stukken van Johann Sebastian Bach, qua statuur vergelijkbaar met de pianosonates van Beethoven. Kennicotts verhaal bestaat uit twee elkaar afwisselende delen. Het ene is zijn eigen biografie als jeugdige pianist, de rol van zijn moeder daarbij en zijn pogingen om de Goldbergvariaties in de vingers te krijgen. Het andere deel gaat over Bach en zijn compositie.

Kennicott is een bekwaam muziekschrijver. Hij verstaat de kunst om zonder vaktaal technische kwesties aan te roeren. Zo noemt hij een bovensecunde gewoon de noot boven de vorige. En ook de delen waarin hij de compositie analyseert tonen de vakman, met name die passages waarin hij schrijft over de innerlijke samenhang tussen het beginthema en de zeer uiteenlopende variaties die daarna volgen. Ook bij de dramatische ontwikkeling staat hij stil, de Franse ouverture in het midden (variatie vijftien) en drie aangrijpende delen in mineur. Verder werpt Kennicott de kwestie op of de luisteraar anno 1741 met hetzelfde oor luisterde als de door het filter van Romantiek en modernisme luisterende muziekliefhebber van nu. Ook zonder muziektheoretische scholing is het goed te volgen.

Misschien komt het omdat dit zijn eerste grotere boek is, maar in zijn persoonlijke ontboezemingen slaagt Kennicott minder. De delen over de muziek zijn lezenswaardig, de rest is in het gunstigste geval ‘best wel aardig’ te noemen. Kennicotts persoonlijke ontboezemingen overstijgen amper het particuliere karakter. De moeizame band met zijn moeder komt voorbij. Ook gaat het vaak over Kennicott als getalenteerde pianoleerling. Verder is zijn amper te onderdrukken plankenkoorts een vast bestanddeel.

Het verband met a) Bach en b) rouw is dikwijls diffuus en daar was het in dit boek juist om te doen. De ondertitel (‘Een verhaal over Bach en rouw’) wekt verwachtingen. Weliswaar plaatst Kennicott de bladmuziek van Bach weer op het klavier na het overlijden van zijn moeder, verder lijkt de muziek niet van invloed te zijn op zijn omgang met het verlies. Sowieso komt het thema rouw er bekaaid van af in dit boek, hooguit tien procent gaat hierover. Zestig procent gaat over Kennicott, dertig procent gaat over Bach.

Is non-fictie wel de beste manier om de psychische kant van muziek aan bod te laten komen? Neem ‘Contrapunt’, de roman die Anna Enquist een jaar of wat geleden schreef en waarin zij de dood van haar dochter thematiseerde. Die roman, die eveneens de Goldbergvariaties als vertrekpunt neemt, slaagt er wel in om het thema rouw op een overtuigende wijze aan deze compositie te knopen. Ook wat betreft non-fictie zijn er diepgravender werken. Over de ideële kant van muziek bijvoorbeeld schreef de onlangs overleden Britse filosoof Roger Scruton volop.

Het boek is, dankzij Kennicotts toegankelijke stijl, wel op een ander punt geslaagd. Hij enthousiasmeert en zet aan tot het (opnieuw) bestuderen, beluisteren en zelf spelen van de Goldbergvariaties. Ook wat waard.

Beeld -

Philip Kennicott
De Goldbergvariaties. een verhaal over Bach en rouw
Atlas Contact; 352 blz. € 24,99.

Lees ook:

‘Klooien op de piano’, daar hield Louis van Dijk (1941-2020) van

Louis van Dijk beperkte zich niet tot één genre. Hij speelde The Beatles op een kerkorgel en barokmuziek met een jazztrio. De 78-jarige pianist overleed in Loosdrecht op Eerste Paasdag.

De grote Matthäus-Passion quiz

Geen gang naar Naarden op Goede Vrijdag, geen bedevaart op Palmzondag naar het Concertgebouw. De deuren daar blijven dicht, zangers en musici blijven thuis. Hoe komen we nu die circa twee uur en drie kwartier door die een Matthäus-Passion gemiddeld in beslag neemt? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden