recensie

Weelderig tuinfeest in het Singer Laren

'Juli', Jacobus van Looy, geschilderd in 1900 Beeld -

Welke bloemen zijn populair in de schilderkunst? Afgaand op de tentoonstelling  'Geschilderde tuinen' in het Singer Museum in Laren scoren de roos en zonnebloem hoog. Maar heel verrassend: rond 1900 was ook de oostindische kers de favoriet van veel schilders. 

Altijd gedacht dat vooral Jacobus van Looy (1855-1930) iets had met deze tuinplant, bekend als hij is van het het dromerige schilderij waarop hij zijn vrouw Titia van Gelder afbeeldde te midden van een zee van oostindische kers. Voor dit werk had hij zelfs speciaal een stukje grond aan de Rustenburgerstraat in Amsterdam ingezaaid. Zes weken deed hij over het schilderen: '... het was een soort wedloop tussen mij en die snel rankende bloemen'. Nog overtuigender belijdt hij zijn liefde voor deze plant met het vlammend rood opgloeiende schilderij Bloemvisioen - dé blikvanger in Singer. 

Geel, rood of oranje

Van Looy was niet de enige schilder die viel voor de weelderige ranken van de gele, rode of oranje oostindische kers. Op veel meer schilderijen zie je ze kruipen en klimmen. Kunsthistorica Floor de Graaf, die de expositie samenstelde, ontdekte dat de plant geliefd was bij tal van schilders, onder wie Theo van Rysselberghe, Ferdinand Hart Nibbrig en Emile Claus, en ook bij de Franse impressionisten Claude Monet, Gustave Caillebotte en Armand Guillaumin. Hij stond ook toen al in veel (moes)tuinen, omdat hij decoratief is, gemakkelijk te zaaien, bloeit tot de eerste nachtvorst en ook nog eens luizen aantrekt die dan andere planten ontzien, schrijft De Graaf in de catalogus, die zich door dit soort informatie ook een beetje laat lezen als een tuincatalogus.

Dat is ook de bedoeling want Singer mikt met deze expositie niet alleen op kunstliefhebbers, maar ook op mensen met groene vingers. Al kun je natuurlijk ook én van kunst én van tuinieren houden, wat ook het geval was bij een aantal schilders uit die tijd. De bekendste tuinierende schilder is natuurlijk Monet (1840-1926), die in Giverny ten westen van Parijs prachtige tuinen aanlegde. Ze zijn net zo beroemd geworden als de schilderijen die hij er maakte van de waterlelies in de vijver. 

Het schilderen van tuinen was iets nieuws in die tijd. Door de economische groei konden steeds meer mensen zich een eigen tuin veroorloven. Trokken schilders daarvoor nog de natuur in om te schilderen, nu vonden ze het groen dichtbij huis. In vrijwel alle landen in Europa gingen schilders in navolging van Monet tuinen schilderen en soms ook zelf tuinieren. Dat gebeurt ook nu nog, zie het verhaal hiernaast over Marc Mulders.   

Bloemenpracht

Op de tentoonstelling hangen twee werken van Monet - niet z'n beste -  maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de bloemenpracht die in de groen geschilderde (tuin)zalen wordt uitgestort. Werken van Emil Nolde, Vincent van Gogh,  Max Liebermann, Leo Gestel, Charley Toorop en Carel Willink worden afgewisseld met juweeltjes van minder bekende kunstenaars als Eduard Karsen en Jo Koster. 

Een van de zalen is gewijd aan de schilderijen die William Singer, de grondlegger van het museum, maakte in de tuin van villa De Wilde Zwanen. Deze tuin is nu de beeldentuin van Singer en recent opnieuw ingericht door landschapsarchitect Piet Oudolf. Een wandeling door de tuin maakt het tuinfeest compleet.  

Geschilderde tuinen t/m 26 augustus in Singer Laren. 

Lees ook: Eerst bloemen snuiven, daarna schilderen

Trouw wandelt met kunstenaar Marc Mulders door de bloemenvelden rondom zijn atelier. Als abstracte voorstellingen keren ze terug op zijn schilderijen.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden