Weefsels, breisels en kleurexperimenten: expositie over Bauhaus textielontwerpers is een walhalla voor de kenner

Beeld TextielMuseum

Museum Boijmans toonde onlangs een fraai design-overzicht van Bauhaus. In het Tilburgse Textielmuseum worden nu enkele Bauhaus textielontwerpsters in de schijnwerpers gezet. Hoewel de vermaarde opleiding gender-gelijkheid propageerde, werden studentes door de Bauhaus docentenraad met zachte dwang richting de weefwerkplaats geduwd.

De Nederlandse Kitty van der Mijll Dekker wilde eind jaren twintig van de vorige eeuw graag binnenhuisarchitectuur studeren. Maar haar werk kreeg het label ‘te decoratief’. Daarom werd ze ‘verbannen’ naar de weefopleiding van de Duitse ontwerpschool Bauhaus. 

Van der Mijll Dekker was niet de enige, zo blijkt uit de expositie ‘Bauhaus & Modern Textiel in Nederland’. Het Tilburgse Textielmuseum laat zien dat vooral vrouwelijke Bauhausstudenten last hadden van de ingewikkelde relatie tussen kunst, design en textiel. Hoewel de vermaarde opleiding gender-gelijkheid propageerde, werden studentes door de Bauhaus docentenraad met zachte dwang richting de weefwerkplaats geduwd. 

Weven werd beschouwd als een ambachtelijke, niet intellectuele, bezigheid en had daarom een lagere status dan schilderkunst of architectuur. Ook vanwege veronderstelde specifieke vrouwelijke eigenschappen achtte men werken met zachte materialen vooral geschikt voor vrouwen.

Gedwongen keuze

In een gefilmd interview ruim een halve eeuw later meldt Van der Mijll Dekker die gedwongen keuze achteraf overigens niet te betreuren. Ze ontplooide zich tot een geziene textielontwerpster vanwege haar vernieuwende ideeën over kleur- en materiaalgebruik en weeftechnieken. Mede door haar docentschap aan wat later de Gerrit Rietveld Academie ging heten heeft zij een essentiële bijdrage geleverd aan de ontwerpvisies van belangrijke textielkunstenaars zoals Herman Scholten en Margot Rolf.

Kitty van der Mijll Dekker in de jaren dertig in haar weefatelier in Nunspeet. Beeld Collectie TextielMuseum

In de tentoonstelling ligt de focus op vier aan het Bauhaus opgeleide textielontwerpsters die in Nederland werkzaam waren. Naast Van der Mijll Dekker zijn dat de Tsjechische Lisbeth Oestreicher, de Duitse Greten Neter-Kähler en de Joegoslavische Otti Berger. Het museum beschikt over de archieven van drie van deze ontwerpsters en daaruit is naar hartelust geput. 

Talloze weef- en breiproefjes, stalenboeken en persoonlijke foto’s geven een inkijkje in hun innovatieve ideeënrijkdom. Zo werd onorthodox materiaalgebruik als cellofaan of synthetisch paardenhaar niet geschuwd, net als opmerkelijk kleurgebruik. 

Abstracte dessins

De weefsels, breisels, kleur- en materiaalexperimenten van de Bauhaus textielontwerpsters resulteerden in systematisch opgebouwde en technische hoogstaande abstracte dessins. Die strepen, ruiten en vlakken komen ons nu zo vertrouwd en tijdloos voor dat we bijna vergeten dat deze ontwerpen totaal verschillen van de toen gewaardeerde zware vormentaal van de Amsterdamse School- en Art Deco textiel. 

Werk van Kitty van der Mijll Dekker. Beeld Josefina Eikenaar/TextielMuseum

De frisse ontwerpen sloten perfect aan bij de opkomende tendens om geen luxe producten maar ‘functionele volksproducten’ te ontwikkelen. Goede en betaalbare kwaliteit voor de massa was het streven. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de droogdoeken die Van der Mijll Dekker vanaf halverwege de jaren dertig ontwierp. In plaats van de dan gangbare rood of blauw geblokte doeken maakte ze onder meer een geraffineerde combinatie van ijle elkaar kruisende rode en blauwe lijnen. Het Textielmuseum weefde deze droogdoek in beperkte oplage opnieuw (19 euro).

Tuft-techniek

Ook gaf het museum aan vier hedendaagse ontwerpers opdracht te reflecteren op het textiele Bauhaus-erfgoed en dat levert bijzondere textielkunst op. Saskia Noor van Imhoff en Krijn de Koning gebruiken de tuft-techniek voor hun installaties, Marijn van Kreij reproduceerde enkele wandkleden van Bauhaus-docente Gunta Stölzl en Koen Taselaar ontwikkelde een groot wandtapijt met zijn interpretatie van de Bauhaus-periode.

Voor specialistische liefhebbers is de expositie daarmee beslist een walhalla. Maar de doorsneebezoeker ziet waarschijnlijk voornamelijk een overkill aan stoffen en staaltjes. En heeft vragen. Weven was van oudsher een mannenberoep, waarom wordt dit dan tijdens de Bauhaus-periode als (tweederangs) vrouwendomein gezien? Waarom ontbreken echte objecten zoals meubels, gordijnen, beddenspreien en foto’s of advertenties van de toepassing van die industrieel vervaardigde stoffen? Ook de prettig leesbare publicatie (14,95 euro) mist die beelden helaas. Zijn naast de enkele droogdoek en een gebreid vestje die afbeeldingen of objecten echt nergens bewaard?

★★★☆☆
 ‘Bauhaus & Modern Textiel in Nederland’ Textielmuseum Tilburg, t/m 3 november.  Voor meer info: www.textielmuseum.nl

Meer Bauhaustextiel:‘Gunta Stölzl: 100 jaar Bauhausstoffen’
Groninger Museum op locatie: Wall House#2, A.J. Lutulistraat 17, Groningen, t/m 2 september, zat-zon 12-17 uur. 
www.groningermuseum.nl

Lees ook:

Bauhaus: de moderne jas die iedereen past

Het Rotterdamse museum Boijmans pakt voor de sluiting nog één keer groot uit met een tentoonstelling over de wisselwerking tussen het honderd jaar geleden opgerichte Bauhaus en Nederland. Met 800 objecten net iets té overweldigend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden