Opinie

Weduwe Lear heeft drie zonen, met wie zij het ook al niet makkelijk had. En dan ook nog eens tal van pruiken.

Pruiken, nepsnorretjes, schalkse verkleedpartijen, verdraaide stemmetjes, zotte oh-la-laah-gebaartjes: oeijoei, zal dat wel goed aflopen? Maar onverschrokken slaan de vier toneelspelers van het Vlaamse theatercollectief Tonic (voorheen: 'Gordijnen voor konijnen') zich door Shakespeare's 'Koning Lear' heen. Met Lear en zijn gezin komt het als vanouds niet goed, met de voorstelling zelf uiteindelijk wel, al moet je daar geduld voor opbrengen.

door AREND EVENHUIS

Van die vier toneelspelers is er één vrouw. Katelijne Damen speelt Koning Lear. Diens dochters Goneril, Regan en Cordelia worden gespeeld door de mannelijke acteurs. Is er nu sprake van een Koningin Lear die behalve haar koninkrijk ook drie opstandige zónen moet bestieren? Nee, want 'typische zonen' zijn deze mannelijke Lear-dochters niet, en Lear zelf daarentegen is allerminst een vrouwelijke huilebalk geworden.

De seksewisseling heeft niets met visie, emancipatiedrift of anderszins 'hedendaags maatschappij-kritische duiding' te maken, maar simpelweg met het feit dat het toneelgezelschap uit drie jongensmannen bestaat: Wouter Bruneel, Koen de Ruyck en Tom Vermeir. Met z'n drieën hebben zij hoofd en handen al vol aan de ruim tien rap heen en weer wisselende personages die zij vertolken. Lear zelf, dat moest iemand anders maar doen. Dat komt niet alleen de drie acteurs, maar ook de toeschouwer ten goede.

Als koning(in) wisselt Katelijne Damen wijselijk niet van rol; de aftakelende gedaantewisseling van Lear is al ingewikkeld en verdrietig genoeg. Met wat goede wil kun je zien en horen dat er een vrouwelijke Lear op het toneel staat, maar tegelijkertijd doet dat al vanaf de eerste minuut niet meer ter zake. Hier dient zich kortweg een mens aan, een voor zichzelf en voor de omgeving lastig mens, met wie het niet goed gaat en met wie het triest zal aflopen.

Gekleed in soberbruin monniksgewaad en later wit gestichtshansopje stuwt Damen haar Lear zijn/haar ondergang tegemoet. Eerst nog stoer wapperend met een te zwaar zwaard, een staf met speelgoedpaardenkop die ook elektronisch kan hinniken, en een aandoenlijk houten voetenbankje dat als troontje maar troostend ook als mof dienst doet.

Tonic speelt 'Koning Lear' in de ruim 100-jarige vertaling van Burgersdijk. Naar eigen zeggen omdat die vertaling ,,door haar poëtische kracht en archaïsche patina de mythische dimensie van het stuk nog versterkt.'' Dat is wat al te kloeck en moedigh uitgedrukt, want gedateerd klinkt het niet, de paar keer daargelaten dat Lear niet 'mens' maar luid en duidelijk 'menSCH' uitroept. Dat is nog niet eens grappig bedoeld, want je hoort Lear daarmee wanhopig onderstrepen dat de mens weer méns in plaats van vraatzuchtig roofdier of door wellust verdoelde bunzing moet leren worden. Lézend lijken de slotwoorden misschien een oxidatielaag te bezitten (,,Den oudste viel het zwaarste lot ten deel. Wij jong'ren, wij beleven nooit zoo veel.''), maar die zin hórende, is er van een honderdjarige tijdspanne in taal allerminst sprake.

Waarom maakt koning Lear zo'n puinhoop van zijn koninkrijk, van zijn gezin en van zichzelf door meteen aan het begin al alles te verkwanselen? Even verongelijkt als verbeten stelt hij zijn drie dochters op de proef met de vraag hoeveel zij van hem houden. De oudste twee veinzen onmetelijke vaderliefde, en worden beide met een derde van het koninkrijk beloond.

De jongste dochter Cordelia - Lears lievelingsdochter - geeft hardop toe dat zij haar liefde voor haar vader niet onder woorden kan brengen: ,,Ik kan mijn hart niet naar mijn lippen tillen.'' Of in de nogal overtollige samenvatting die de nar pal na de pauze van de Tonic-voorstelling geeft: ,,Ik zie u gerne, maor ik kan'tnie zegguh.'' Waarop Lear haar woedend uit zijn gezin stoot en uit zijn koninkrijk verbant. Het is te gemakkelijk om Lears verblindheid nu al aan seniele zinsverduistering toe te schrijven. Maar waarom handelt een - kennelijk ooit rechtschapen en wijze koning en vader - zo plotseling zo apert onevenwichtig en onrechtvaardig?

In de Tonic-voorstelling valt een paar keer het woord 'echtbreuk'. Is Lears geliefde koningin er vandaar gegaan, waardoor hij subiet zijn zinnen verliest? In de voorstelling 'L. King of pain', die het Antwerpse Toneelhuis naar 'King Lear' ensceneerde, haalt regisseur Luk Perceval Shakespeare rechts in door te stellen dat vlak voordat het stuk begint de koningin is overleden. De alles verschroeiende smart over dat verlies zou Lear niet meer te boven komen. Shakespeare-vertaler Willy Courteaux werpt zijn lasso wat wijder en stelt dat 'het drama 'Koning Lear' in hoofdzaak het verhaal van loutering door het lijden is.'

Niet alleen het particuliere lijden van Lear, maar de smart van de hele mensheid, het ganse wereldleed waarmee Lear zich vereenzelvigt. Hoe het ook zij: Lear raakt zijn vrouw, dochters, hof, kroon, troon, kluts en uiteindelijk zijn eigen leven kwijt.

Tonic-acteur Koen de Ruyck denkt dat 'Lear' over de relativiteit van macht gaat. ,,Wat hou je er op menselijk vlak aan over? Wanneer Lear zijn macht kwijtraakt, laat iedereen hem vallen. Ze pakken hem alles af en daardoor komt hij tot een inzicht: was het niet meer dan dat? En: staat een arme bedelaar misschien niet dichter bij de essentie dan ik?''

Koning Lear-vertolkster Katelijne Damen noemt Lear eerder wankel dan waanzinnig. ,,Zijn waarden zijn aan het verschuiven. Lear wil eigenlijk Fabiola zijn. Toen Boudewijn stierf, hebben ze Fabiola haar titel van koningin laten behouden. En men geeft haar ook echt dat respect. Als men dat zou afnemen, zou zij misschien ook in haar tuin tegen de rozen staan praten.''

'Een groteske aanpak', noemt het gezelschap de manier van personagewisselingen waarin kostuums, pruiken en drie witgevederde hoeden - als ijkpunten van Lears drie dochters - in de rondte tuimelen. Maar eerder geeft deze Lear-enscenering hooguit aanzetten tot guitigheid. Die vervolgens niet worden uitgemolken, maar ook niet worden uitgebuit. Het slingert steeds wat ongericht heen en weer. Als de Graaf van Gloster, wiens ogen op lafhartige beschuldiging van hoogverraad zijn uitgestoken, zich bij Dover van de krijtrotsen denkt te storten, kermt hij nog net de beginregel van Edith Piafs 'Non, rien de rien, je ne regrette rien' uit.

Als je dan toch - noodgedwongen in het geval van Tonic - Lears dochters door mannelijke acteurs laat spelen, die met pluizige wijvenhoedjes en kirrende stemmetjes nadrukkelijk een zekere vrouwelijkheid etaleren, en prompt bars-'mannelijk' praten zodra hun hoedje voor een opplaksnor en held-met-kloten-oogopslag is verruild, dan, ja dan wat? Kun je dan misschien maar beter gifziek gekonkel versus brallerig gesnoef (m/v) niet laten varen en concluderen dat de weduwe Koningin Lear nou eenmaal drie zonen heeft, en het daar vanaf den beginne ook al niet gemakkelijk mee had? (De naamswijziging alleen al ligt voor het oprapen: Melchior, Balthasar plus lievelingszoon Kaspar.)

Of een Theater van de Lach-versie van 'Koning Lear' maken allicht. Maar dan wil ik er wel meteen ten minste 36 vernuftig dichtgesmeten decordeurtjes bij horen zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden