Review

We laten de engel der stilte even neerdalen

“Niet bang zijn; durf het onbekende in te gaan.” Simon Vinkenoogs credo weerklinkt op rustieke locatie: het volkstuincomplex 'Buitenzorg' pal naast het Vliegenbos in Amsterdam-Noord. Zijn volkstuin is verwilderd noch aangeharkt, over het IJ echoot gehei uit Amsterdam, aan de vlaggenmast wapperen de rood-zwart-witte kleuren van Amsterdam. “Niet bang zijn, en leven in feestvreugde. Ook m'n begrafenis moet een feest worden. Het liefst zou ik hier in m'n eigen tuin begraven worden, maar dat zal wel niet mogen. Dan maar in Ruigoord, als Ruigoord er dan nog is.”

In feestvreugde verlangt hij dan een Indiase verbranding - burning gats. “En ik ga op een tweede baar achter je aan!”, zegt levensgezellin Edith Ringnalda met twinkelde ogen. Vinkenoog veert op: “Nee, dat is verboden! Jij moet achterblijven om een boek te schrijven.”

Na zijn talloze binnen- en buitenlandse verhuizingen vond hij in 'Buitenzorg' zijn zomerse ankerplaats. 'Morgenland' heet zijn datsja, en 'Eden' het aangrenzende tuinhuis dat als schrijfhuis annex bibliotheek fungeert.

Met gemak weet hij z'n dertig levenslokaties op te sommen (van geboorteplaats Amsterdam naar Parijs, Ibiza, Herengracht, Govert Flinckstraat, Bloemgracht, Noordermarkt, Weesperzijde, Sarphatistraat) maar hoe die verhuizingen plaatsvonden is onduidelijker. Hij spelt z'n geliefde geboorteplaats overigens als Am*dam, of husselt de plaatsnaam tot mad master om. “Sommige eenvoudige dingen vergeet je. Ging dat nou met een vrachtwagen, een kar, een bakfiets?”

Hoe hij in 'Buitenzorg' belandde is ook al weer een kwestie van levenstoeval. De auto moest gerepareerd, de garagist vroeg hem over een uur terug te komen. Vinkenoog wandelde richting Vliegenbos en stuitte als vanzelf op de lome weelde van 'Buitenzorg'. De vruchtbomen stonden in bloei, een datsja stond te koop. “We kwamen, keken elkaar aan, zagen en werden overwonnen. De natuur nam ons bij de hand; het decor voor mijn innerlijke rust. Het is toch een levenssprookje hier, nietwaar Doornroosje?”

Edith: “Jazeker, Ernst Kikvors.”

“En het is zo eenvoudig hier. Paul van Ostaijen zei het al: 'Mijn spel is zo eenvoudig / niemand kan het raden'. Terwijl het leven alleen maar in raadselachtigheid toeneemt. Neutrino's die gewicht hebben (geproduceerd tijdens kernreacties in het inwendige van sterren), de chaos-theorie die steeds meer praktijk wordt... Hoor je die vogel zingen? Een 'Rapsody in green' uit de boom! Dan heb je toch geen elektronische muziek meer nodig? Elke dag dien je weer wat te ontdekken. Ik hou er van steeds weer dingen voor het eerst te doen. Zoals onlangs, in Rotterdam, op het grootste bed ter wereld gedichten voor te lezen. Parachutespringen, varen in een luchtballon. Die paar seconden volkomen stilte in de vrije val, vlak voordat de parachute opengaat - de metafoor tussen geboorte en dood.”

“Christendom, new age - over alle onderwerpen waar ik in m'n boeken over schreef, kan ik ook het woord voeren. Als ze me vragen hoe ik tot het holisme kwam, antwoord ik altijd: 'Seks, drugs & rock 'n roll'. Maar als er nu een aalmoezenier langskomt en vraagt of de hedendaagse militair te vergelijken valt met een krijger uit de I Tjing, moet ik toch even m'n boeken raadplegen.”

Nog voordat ze elkaar kenden, vonden Edith en Simon elkaar in hun gemeenschappelijk astrologisch teken kreeft met beiden maagd als ascendant, maar zulke bijgelovigheid hoeft niet ook onmiddellijk in de krant. De tuin dan, als metafoor van het leven. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen een plant en onkruid? De schrijver denkt diep na. “Onkruid vergaat niet hè, zegt men.”

Op z'n 32ste besloot hij 'onafhankelijk schrijver' te worden. Jongensdromen als machinist, verkeersvlieger of brandweerman dienden zich nooit bij hem aan. “Ik heb altijd in het hier en het nu geleefd. Anders zou ik dertig jaar geleden wel meer Karel Appels in huis hebben gehaald en vodjes van de Vijftigers hebben bewaard. Ik ging m'n neus achterna.” Hij was pakknecht bij uitgeverij Querido (“Ik weet hoe je boeken moet inpakken.”), werd vader op z'n achttiende (“dat zou ik niemand meer aanraden”), belandde na repeterende marihuana-processen in het gevang (“Interessante ervaring voor een schrijver.”) en ontdekte begin jaren negentig zijn geliefde Edith. “Na twee keer drie keer scheepsrecht kan ik nu zeggen dat ik goed thuis ben - dit is Het Huwelijk.”

“Dertig jaar geleden waren er amper media; je moest je eigen amusement maken. Ik had altijd de regel van Hans Lodeizen paraat: 'Wij willen goddelijk geamuseerd worden'. Het gaat om intensiteit: 'je leven een vuurwerk / of niet'. Tja, de zee des levens, waarop je dobbert. Navigare necesse est, vivere non necesse est! (varen is noodzakelijk, leven niet) Hoe te navigeren? In het huwelijksbootje bedoel je? Daarin is moeders wil wet. Vrouwen zijn intiemer voor dat wat waarlijk is.”

Edith: “Dat zeg je pas sinds je bij mij bent.”

Simon: “Ja, wij doen alles samen. We zijn roerganger en kapitein tegelijk.”

Edith: “We hebben samen geen kinderen, daardoor hebben we dubbel oor en oog voor elkaar.”

Simon: “De tuin is ons kind. Hij is nu zo'n zeven, acht jaar, en groeit goed op. Doordat wij hier zo goed wonen, voelen de planten zich daar ook door aangesproken.”

Edith: “Ook de planten verhuizen uit zichzelf naar een plek waar ze zich senang voelen.”

Werd hij nooit doodmoe van al die voordrachten die hij in bejaardenoorden, gevangenissen of studentenverenigingen door het land gaf, met publiek dat altijd opnieuw door zijn stroomversnellende dictie en vloed aan associaties overtuigd moest worden?

“Het valt de laatste tijd wel mee. Ik heb het honorarium verhoogd, dus komen er minder uitnodigingen.” Edith rekent uit dat hij met z'n lezingen in de afgelopen 25 jaar twee keer de wereld om geweest is; 84.000 kilometer door Nederland en Vlaanderen. De laatste jaren reist ze steevast met hem mee. “Ik verbeeldde het me niet eens, maar ik zág Simon van Zierikzee in z'n eentje terug naar huis komen. Daar moest ik zo verschrikkelijk van huilen. Toen heb ik gezegd: vanaf nu ga ik elke lezing met je mee.”

Vinkenoog: “Het is ook beter om samen een hotel te nemen, en de volgende dag plakken we er een kastelentocht aan vast. Nee, armzalige plekken bestaan niet: overal zijn mensen met reine gedachten. Kennelijk geef ik mensen een oppepper. Soms moet je ze ook pareren, als ze zeggen: 'Ja, maar niet iedereen is zo creatief als u.' Nee, niet ieder mens is creatief - helaas, helaas. Ik voel me bevoorrecht, ik ben ook een voorbeeld, maar daar heb ik voor moeten vechten hoor. Het is niet komen aanwaaien. Ik hou van mensen die energie geven. Je hebt ook mensen die alleen energie komen halen; die gaan opgewekt weg, terwijl jij met de problemen van die energievreters achterblijft. Mensen vragen me hun problemen op te lossen nog voordat ze die zelf onder woorden hebben gebracht. Schrijf je problemen maar op, stel ik dan voor. Als ze dat niet kunnen help ik ze ook niet. Door problemen onder woorden te brengen zit je vaak al bij de oplossing. Een gedicht is vraag en antwoord tegelijk. Proza beveelt en poëzie zingt. Wie zingt / die wint.”

De dichter pakt 'Herem'ntijd - Kroniekschrijving van 30 jaar Wereld in Beweging' en citeert uit eigen werk:

“Het zijn de eigen inzichten die je leven vorm en inhoud geven en niet de toonaangevende, heersende meningen, die de ziekte van de ontmenselijking in de maatschappij in stand houden. Dichter A. Roland Holst stelde dit vast in twee regels, die in steen gegrift bij de ingang van het NS-station in Eindhoven staan: 'Wie zich zijn eigen weg baant door de wereld / hoort in het leven eens zijn eigen lied'.”

Voor het buurthuis leidde hij een cursus schrijven en dichten. “Workshop werd het genoemd, waar niets moest. Ik ben tegen het woord 'moeten', bij het redigeren voor uitgeverij Bres, verander ik 'moeten' altijd in 'dienen te'. Die workshop bestaat uit een vrijblijvend clubje mensen. Ze hoeven, elke maandagavond, alleen één gulden voor het gas te betalen. Ik geef ze een thema op, bijvoorbeeld 'De vrije hand'. En wat schoolmeesterig gebied ik dan: 'We laten de engel der stilte even neerdalen'. De een kijkt kauwgumkauwend uit het raam, de andere krabbelt wat op, weer een ander begint in een zoektocht naar verlossende woorden als een razende te schrijven; vellen en vellen achterelkaar. Jammer genoeg denken veel mensen dat om te dichten emotie volstaat. Ik heb er de gekste psychodrama's meegemaakt, waanzinnig interessant. Punks, depressieve huisvrouwen. Dat zou meer moeten gebeuren. Meetings zijn toch het belangrijkste wat mensen hebben? Als er geen thema was gingen we met de 'Pet van Ed' rond, waarin iedereen een briefje met daarop een thema stopte. Ik heb nooit ergens een theorie omheen. Schrijven kun je natuurlijk niet leren, dat moet ingeboren zijn.”

“Ik ben idealist, maar abstract idealist. Dus niet in de zin: eens komt de heilsstaat, maar eerst moeten we nog even wat concentratiekampen neerzetten. De kunst om 'gewoon' mens te zijn is al moeilijk genoeg. Wees jezelf, praat ook over dingen die ingewikkeld zijn, geef gesprekken diepgang. We weten van de psycho-analyse en het boeddisme dat je alleen de ander kunt begrijpen als je jezelf een beetje begrijpt. En te weten dat geen twee personen hetzelfde zijn, dat iedereen individu is.”

Z'n zeventigjarig bestaan splitst hij in twee keer dertig jaar: in de eerste dertig jaar was hij bezig zichzelf te vinden. “Later verdween de behoefte om jezelf te verontschuldigen ('ik ben het maar'), en werd het: Ik bén het. Of: hoe gaat een diamant er uit zien als-ie geslepen wordt?”

“Verandering, vooruitgang? Destijds werd ik enorm aangevallen, niet zozeer op mijn stijl of op wat je te zeggen hebt, maar door moraalridders. En ook die moraalridders zijn weer veranderd. Achteraf bezien was het modieus afgeven, de angst om je eigen weg in te slaan. Er is geen vooruitgang zonder achteruitgang. Hele bossen die moeten wijken voor skiterreinen! Een massabevolking die zich, net als voetbalvandalen, in Benidorm lam drinkt om dan pas te kunnen genieten. Je mag best mateloos zijn, maar je moet altijd respect voor de medemens houden. Wat dat betreft ben ik moralist. Wat me het meeste pijn doet? Ik denk onverschilligheid. Jan Vrijman zag onverschilligheid als het grote gevaar - dan is de mensheid verloren. Als je je nog geen ogenblik in de ideeën van anderen kunt verplaatsen, mensen die langs elkaar heen praten. Ik hoorde Jan Pronk laatst zeggen: 'Mijn partijleider beslist of ik als minister terug mag komen.' Mijn partijleider - hoe krijg je het uit je mond!

(Tegen Edith:) “Vooruit, dan maak ik jou maar mijn partijleider.”

Padpraat (schets en gedicht uit: 'Vreugdevuur')

Ik hunker naar de zomer vol en leeg beide zonder einde

langzaam lopen op het pad met alleen je oog getuige

alles leeft doet niet alsof groen spreekt uiterst vanzelf

wind speelt krijgertje met stilte in de Asterlaan bij het Vliegenbos

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden