Review

'We komen uw land afpakken, uwe Excellentie'

De paarden draven, het koren wuift, in de slaapkamers maakt een knecht de haard aan... en in de verte nadert het Rode Leger. Anne Wiazemsky heeft met 'Een handvol mensen' een historische roman geschreven over de Russische Revolutie van 1917. Zij schrijft vanuit het perspectief van de rijke familie Belgorodski, die eerst een telg verliest in de oorlog, en daarna van de paarden, het koren en de rest van de bezittingen beroofd wordt door de revolutionairen. De heer des huizes, vorst Vladimir Belgorodski, die het met de boeren op zijn land juist zo goed kon vinden, smijten ze uit een raam. ,,Het onderzoek heeft nooit uitgewezen of hij vóór die val gestorven is of daarna.''

PIETER VAN DEN BLINK

Op de eerste pagina wordt de dood van de vorst al aangekondigd, de kroniek die volgt beschrijft de toedracht ervan. Heel langzaam nadert het gevaar de familie Belgorodski. Het begint met een roep om hervormingen in de landbouw, al snel gaat het om herverdeling van het land. Vorst Vladimir staat hier in beginsel niet afwijzend tegenover. ,,We moeten alles veranderen, overwoog hij, en om te beginnen onze eigen mentaliteit.'' Maar de boeren gedragen zich hoe langer hoe grimmiger, hun eisen nemen in grilligheid toe. De vorst helpt de bevolking nog met het opzetten van dorpscomités in 'een hartelijke sfeer'. Ineens mag hij van de boeren zijn eigen broer Igor, die in de oorlog gesneuveld is, niet begraven in de kerk op zijn eigen landgoed. ,,Die mannen herinnerden zich nog de bloedige repressie van 1905, de aanwezigheid van Igor bij de executies.'' Het is de moeder van de vorst die de begrafenis doorzet. Onderhandelingen over de herverdeling van het land leiden tot een akkoord, maar daarna komen de boeren terug om méér land te eisen. Terwijl ze het land dat ze in bezit hebben gekregen verwaarlozen! schrijft de vorst in zijn dagboek. Als hij de boeren wijst op 'de braakliggende akkers die ze moeten mesten en kalken, de hennep en de boekweit die nog moeten worden gezaaid', is het antwoord: ,,Dat mag u wel willen, Uwe Excellentie, maar wij zijn voor Lenin en we wijken geen duimbreed van hem af.''

Een antwoord waarin het absurdisme van iedere revolutie prachtig naar voren komt. Door de volkomen irrelevantie van een politieke leer tegenover mest, kalk, hennep en boekweit, maar ook door de aanspreektitel Uwe Excellentie, die de boeren zo in de mond bestorven ligt dat ze hem nog gebruiken als ze de vorst zijn land komen afnemen. Dat de zin in vertaling enigszins krom eindigt (het is 'geen duimbreed wijken' en niet 'geen duimbreed afwijken van') komt dit absurdisme alleen maar ten goede.

De snel wisselende stemmingen van een volksmassa, vonnissen die herroepen en dan weer bekrachtigd worden, dronken mannen met wapens, Wiazemsky toont de revolutie als de onafwendbaarheid van iets onzinnigs. Vanuit het perspectief dat zij gekozen heeft, slaagt ze daar goed in. Jammer is alleen dat zij nog zoveel méér heeft gewild. Bijvoorbeeld het gemoed schetsen van de vrouw van de vorst, Nathalie, de eigenlijke hoofdpersoon van de handvol familieleden in het boek. ,,Prompt stroomde het hart van Nathalie vol gevoel'' als haar man de viool ter hand neemt, vernemen we. En dat ze vaak zin heeft in ruzie of in warme chocolademelk. Haar karakter komt niet uit de verf. Ook de structuur van een raamvertelling, waarbij het eerste en het laatste hoofdstuk aan een nazaat van de Belgorodski's zijn gewijd, overtuigt niet. Maar hinderlijk zijn deze elementen nauwelijks tijdens het lezen van deze historische vertelling. Hoogstens leest men af en toe een alinea met 'de neus gefronst van ergernis', om met Wiazemsky te spreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden