Review

We amuseren ons kapot

Nederland telt 727 'dagattracties' waar jaarlijks 125 miljoen bezoekers komen. ,,Ze begonnen allemaal klein, er kwam een ijscokar bij, een friettent, een grote draaimolen en nu zijn het megatrekkers. (...) Zo'n zeshonderd files per jaar worden toegeschreven aan de populariteit van sportevenementen, bos, strand en meren, pretparken, zwarte markten en tentoonstellingen.''

RUUD VERDONCK

Geheel afzonderlijk van elkaar hebben Tracy Metz ('Pret! Leisure en landschap') en Rudie Kagie ('24 uur. Hoe Nederland de vrije tijd ontdekt') sámen het complete beeld geschapen van Nederland, de Nederlander en z'n vrije tijd in heden, verleden en toekomst. Wie zich deskundig voelt en bij beiden niet aan bod is gekomen, moet zich ernstig beraden op zijn positie.

In de twee boeken komen alle aspecten aan bod, soms elkaar overlappend, dikwijls net langs elkaar heen, zodat als Metz (NRC Handelsblad) vanuit de binnenstad naar de oprukkende evenementen kijkt, Kagie (Vrij Nederland) dat meer van buitenaf doet. De één doet overwegend de hardware de ander de software. Maar wat na de twee boeken resteert is het beeld van bijna op hol geslagen mensenmassa's, die wat ze vandaag leuk vinden morgen al niet meer interesseert. En dat is ernstig - als iedereen geamuseerd moet worden op een markt waar slechts de massa telt.

Het verhaal van Tracy Metz is ingeklemd tussen twee beeldessays over de vrijetijdsbesteding, een van Janine Schrijver en een van Otto Snoek. Daar staan namelijk volop foto's bij waar je de tranen van in de ogen springen: in hemelsnaam, zijn dit mensen die zich in hun vrije tijd ontspannen? Vooral Snoek laat mensen zien die wel samen zijn maar niets samen doen of beleven. Nerveus vraagt de industrie zich af: wat willen ze straks nou weer? De deskundige: ,,Schaarste creëert strategie. Maar als je genoeg geld hebt en het aanbod is ruim, dan wordt je keuze door het moment bepaald. Het koopgedrag wordt onvoorspelbaar.''

De vrije tijd is overheersend aanwezig in de maatschappij. Thuis vragen ze mogelijk nog hoe het op het werk was, elders cirkelen de sociale vragen rond de besteding van de vrije tijd. ,,Hoe staat het met de vakantieplannen?'' Vroeger hadden mensen alleen het weekeinde vrij, in de 24 uurs-economie hebben ze elke dag wel ergens vrije tijd die besteed moet kunnen worden. Kagie, verrassend: ,,Geen ander Noord-Europees land telt naar verhouding zoveel terrassen.''

Tracy Metz: ,,De gevestigde cultuursectoren voelen de hete adem van de belevenismaatschappij in de nek. Een vast, trouw publiek is er niet meer; de musea en theaters moeten om het geld en de aandacht van hun bezoekers concurreren met de skihelling, de buitenlandse reis, de koopzondag, het themapark, de steeds beter uitgeruste woonkamer, de fraaie maar bewerkelijke tuin.'' Of zoals onderzoeker De Beer het tegen Kagie zegt: ,,De mogelijkheden voor een zinvolle vrijetijdsbesteding zijn talrijker dan ooit tevoren. Omdat we het liefst al deze activiteiten ondernemen, worden onze vrijetijdsbezigheden steeds vluchtiger. Het enige waar we echt geen tijd voor hebben, is nietsdoen.''

In Engeland is al een discussie gevoerd waarom musea nog gesubsidieerd worden als pretparken het zelf maar moeten zien te verdienen. Waarop een Amerikaan het probleem oploste door te suggereren dat ,,'musea zich niet zozeer moeten profileren als intellectuele opslagplaatsen die per definitie verlies maken - nee, het zijn commerciële leisure-voorzieningen die een educatieve ervaring bieden, en als tegenprestatie een dag per week of gedurende bepaalde uren gratis te bezoeken zijn.'' Musea, die toch voor velen een meer contemplatieve sensatie bieden, zijn al steeds vaker onderdeel van de beleveniscultuur en het festivaldenken.

Kagie: ,,Zoals te verwachten viel, werd vrijetijdsbesteding een specialisme voor de commerciële sector. Adieu, betutteling. Sindsdien kan en mag bijna alles, maar het moet wel commercieel verantwoord zijn.'' Metz: ,,Voor veel kleine musea zijn deze bijverdiensten zelfs onmisbaar: het Markiezenhof in Bergen op Zoom bijvoorbeeld had allang moeten sluiten als het niet zijn fraaie zestiende-eeuwse gebouw voor onder andere bruiloften verhuurde.''

Ook steden moeten om te kunnen overleven evenementen en festivals binnenhalen, vrijetijdsboulevards inrichten, winkelcentra vestigen en er tegelijk de bewoners vasthouden. Kagie geeft voorbeelden van New York en New Orleans waar met het binnenhalen van de vrijetijdsindustrie de verpaupering met succes werd bestreden. Alleen, het culturele leven kreeg geen plaats meer in de grootse ambities van de projectontwikkelaars. ,,Klassieke muziek, opera's, dansvoorstellingen, toneeluitvoeringen en musea gaan voorbij aan de spectaculaire malls, waar cultuur wordt vereenzelvigd met massacultuur.'' In Enschede pakten ze het met 'Miracle Planet' op z'n Amerikaans aan, vertelt Kagie. Eindigend in een drama: ,,Op zaterdag 4 november 2000 werd Miracle Planet officieel geopend. Een half jaar later, op dinsdag 2 mei 2001, werd het grootste deel van het complex alweer gesloten.''

Amsterdam is de nationale uitzondering vertelt Metz, die zelf erg veel moeite heeft met wéér een evenement om de hoek. ,,De stad laveert tussen de musealisering en de schattificering enerzijds, en de eenvormige banaliteit van winkelketens en wisselkantoren anderzijds. (...) Het is de enige stad met een vanzelfsprekende aanwas van binnen- én buitenlandse vertierzoekers. Voor de rest zijn de steden juist hard bezig het aanbod aan vertier te verhogen in de hoop meer mensen, reuring en geld aan te trekken.''

Zo trekt het hele spectrum voorbij, de pretparken voorop. Met als overheersende boodschap: alles is er, ruimte om te groeien bestaat niet meer, het moet er nu zijn, nu geconsumeerd kunnen worden en morgen zal het wat anders moeten zijn. Langzaam gaat de leisure-industrie naar het infarct, lijkt het. En hoe staat de cultuur, ooit de koning van de vrije tijd, er in 2030 voor? Marginalisering, consolidering of herwaardering? Het Sociaal Cultureel Planbureau durft het namelijk ook niet te zeggen. We zullen d'r zelf wat aan moeten doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden