Review

Wat Wilde had willen worden

De altijd beminnelijke Amerikaanse regisseur Todd Haynes, wiens film 'Velvet goldmine' morgen in première gaat, mag graag de kont tegen de krib gooien. Op de vraag waarom hij een film maakte over glitterrock, antwoordt hij, licht venijnig glimlachend: “Dat onderwerp staat in ieder geval garant voor een boeiende film die er ook nog lekker uitziet. Dat soort films zie je tegenwoordig niet zo vaak meer.”

Haynes baseerde de vertelstructuur van 'Velvet Goldmine' op 'Citizen Kane' van Orson Welles. Hij laat een jonge journalist - en oud-glamrock-fan - uitzoeken wat er gebeurde met de slechts éven schitterende Britse glitter-ster Brian Slade (Jonathan Rhys Meyers) en zijn even snel opgebrande Amerikaanse kompaan Curt Wild (Ewan McGregor). Met Slade verwijst Haynes naar de figuur van David Bowie in zijn Ziggy Stardust-periode, met Wild naar Iggy Pop.

Haynes: “Ik ging niet alleen uit van 'Citizen Kane maar ook van '2001: A Space Odyssey' van Stanley Kubrick en 'Performance' van Nicholas Roeg. Dat zijn drie filmische zoektochten vol visuele extravaganza. Ook dergelijke onderzoeksfilms die de geest en zinnen wekenlang prikkelen, worden in het MTV-tijdperk nauwelijks meer gemaakt.”

Haynes stouwde zijn 'Velvet goldmine' vol met culturele referenties en verwijzingen naar voormalige popidolen en -stromingen. Zijn film is voer voor popprofessoren. Daarnaast is 'Velvet goldmine' door de vele bizarre en smakelijk vormgegeven heropvoeringen van 'golden oldies' ook een lust voor ieders oog en oor.

Ruim tien jaar geleden werd Haynes, die geen filmacademie bezocht, mede dankzij de popmuziek opeens een serieus filmer. Na wat experimenten begon zijn filmcarrière pas echt met de korte film 'Superstar, The Karen Carpenter Story' (1987).

“Het verhaal van de succesvolle zangeres van The Carpenters die aan anorexia overleed, vertelde ik aan de hand van Barbie-poppen. De film werd goed ontvangen. Er kwamen veel mensen kijken. Maar in 1990 werd 'Superstar' opeens verboden. De Carpenter-familie was kwaad omdat ik geen toestemming had gevraagd voor het gebruik van de muziek. Daarom is 'Superstar' is nu een erg geliefde bootleg-movie.”

In 'Velvet goldmine', waaraan hij vanaf 1990 met tussenpozen werkte, verwijst Haynes naar de affaire die hem als serieus filmer deed doorbreken. Er komt een scène in voor met Barbie-poppen, of beter gezegd met Ken (Barbie's vriendje) in travestie. Lachend: “ Met Mattel, de producent van Barbie, heb ik gelukkig nog geen problemen.”

Wel heeft Haynes de indruk dat Amerika hem 'Velvet goldmine' niet in dank afneemt. “Hij is in Amerika uitgebracht op het drukste filmmoment van het jaar met de ronduit belachelijke reclameslogan 'Style matters. Even when it comes to murder'.”

Als antwoord op de vraag of de in de film bezongen biseksualiteit hier debet aan is, tovert Haynes eerst een 'weet ik veel'-blik tevoorschijn: “Biseksualiteit speelde in de glamrock-periode een belangrijke rol. Daar kun je niet omheen. Ik relativeer dat wel meteen. Zo zegt een lid van Slade's band dat de populariteit van de glitter-rock net zo'n modegril is als biseksualiteit. De jongeren die daarvan in de ban zijn - beweert hij - vonden het een jaar daarvoor net zo opwindend om een plaat van Led Zeppelin te kopen.”

In de glitterrock draaide het volgens Haynes in wezen om iets anders. “Jongelui van vijftien tot vijfentwintig kunnen nog alle kanten op. Ze bevinden zich in een fase waarin ze nog met alles - ook hun seksualiteit - kunnen experimenteren. Ze hebben vaak nog geen vaste baan, vaste relatie en kinderen. Ze kunnen aanschoppen tegen alle regels en normen die hun leven later zullen beheersen. De glamrock speelde daar feilloos op in. Bowie in zijn Ziggy-periode bijvoorbeeld. Opeens was er een ruimtewezen, een androgyne rockstar, een alien die ook nog 'Ch-ch-ch-changes' zong. Bowie nodigde zijn fans uit om alles op losse schroeven te zetten. Iggy Pop deed dat ook, zij het op minder 'arty' wijze. Die opereerde directer vanuit het onderlijf en had inderdaad wel iets van de faunen en saters uit de klassieke mythologie.”

Vooral 'Ziggy Stardust' bracht Haynes tot een merkwaardig metafoor. Een paar keer scheert er in 'Velvet goldmine' een ruimteschip over het scherm. Daaruit worden gouden glitters uitgestort over de glamrockers, hun voorlopers en trouwste fans. Ook valt er uit het ruimteschip een broche met een grote groene steen. In de loop van de film zal die van glamourhand tot hand gaan. “Er is wel opgemerkt dat ik de biseksualiteit daarmee tot iets buitenaards - en dus onnatuurlijks bestempel. Klinkklare onzin! Het zijn slechts symbolen om het uitzonderlijke van deze durfals aan te geven. Het is mijn aai over hun bol.”

De eerste die met buitenaards goudstof bestrooid wordt en de broche krijgt toegeworpen is - nogal verbazingwekkend - de net geboren Oscar Wilde. Een scène later antwoordt hij op de vraag wat hij later wil worden vol overtuiging: “Popidool!”

“Wilde was dé voorloper van de glamourrockers. Als dandy maakte hij van alles een spel. Niet alleen zijn homoseksualiteit, maar ook zijn kleding en kunst transformeerde hij tot in het absurde tot een stijl. Altijd speelde Wilde een uitgekiende rol. Dat met huid en haar opgaan in een bepaalde stijl en rol was ook kenmerkend voor de glamourrockers.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden