InterviewAnne-Rose Bantzinger

Wat was het geheim dat de man van Jetje van Radio Oranje jarenlang met zich meedroeg?

Anne-Rose Bantzinger, dochter van zangeres Jetty Paerl (Jetje van Radio Oranje) en tekenaar Cees Bantzinger. Beeld Merlijn Doomernik
Anne-Rose Bantzinger, dochter van zangeres Jetty Paerl (Jetje van Radio Oranje) en tekenaar Cees Bantzinger.Beeld Merlijn Doomernik

Het leven van de Joodse zangeres Jetty Paerl en haar man, tekenaar Cees Bantzinger, heeft alles in zich voor een indrukwekkende documentaire. Die is er nu. Archieven napluizen bleek niet nodig. Hun dochter heeft alles over hen bewaard.

Vrijwel haar hele familie werd in een paar jaar uitgemoord, maar toen zangeres ‘Jetje’ van Radio Oranje na de Tweede Wereldoorlog terugkwam uit Londen bleek zij een celebrity. Zo krankzinnig kon het gaan. Toeval, zei Jetty Paerl zelf altijd. En: “Ik heb in de oorlog niks meegemaakt”.

Dochter Anne-Rose Bantzinger (62) zet daar graag enige kanttekeningen bij: “De Duitsers waren op 10 mei 1940 Nederland binnengevallen en gelukkig wist mijn moeder – ze was 18 en zat dat weekend bij haar ouders in Brussel – een plek op een boot te bemachtigen om met z’n drieën naar Engeland te ontkomen. Vanuit Bordeaux vertrokken zes boten tegelijk. Alleen die van hen kwam aan. Ze heeft in schuilkelders gezeten vanwege de bombardementen op Londen én ze zong op Radio Oranje fel anti-Duitse liedjes.”

Radio Oranje was een dagelijks programma van de Nederlandse regering in ballingschap dat werd uitgezonden vanuit een studio van de BBC in Londen. Het kwartiertje elke avond, van 20.15 tot 20.30 uur, was een begrip in de eerste oorlogsjaren. Althans voor de degenen die via een vaak wankele radioverbinding durfden te luisteren. Want het bezit van een radio was streng verboden. Toen de Duitse bezetting verhardde, werd het cabaretonderdeel te frivool geacht en geschrapt.

Eenmaal terug in Nederland bleken tientallen Joodse familieleden van Paerl (spreek uit: Pèrel, oud-Hollands voor parel) verdwenen. Haar dochter laat een familiefoto zien. “Kijk, deze kun je doormidden knippen. De ene helft heeft het overleefd, de andere niet.”

Jetje van Radio Oranje. Beeld Familiearchief
Jetje van Radio Oranje.Beeld Familiearchief

Het was gewoon doorgaan

Volgens haar heeft haar moeder nooit de tijd genomen om na te gaan waar iedereen precies was gebleven: “Het was gewoon doorgaan, zei ze altijd. Toen ze overleed op haar 92ste, in 2013, heb ik een belangrijke regel uit een van haar liedjes op haar overlijdenskaart laten zetten: ‘En nu koppen omhoog, weg die traan uit je oog ...’ ”

Het is een regel uit een van de liedjes waarmee Paerl met cabaretgroep de Watergeus via Radio Oranje het bezette Nederlandse volk aan het begin van de oorlog moed inzong en vermaakte:

‘Houd goede moed, zoals een goed Hollander doet, tot de donk’re wolken weggedreven zijn. En nu de koppen omhoog, weg die traan uit je oog, optimistisch en blij (...) Wij zien elkaar weer, en ik weet ook wanneer, op een dag vol vreugde en vol zonneschijn.’

Alle liedteksten waren geschreven door Jetty’s vader, filmproducent Jo Paerl, de meeste flink sarcastisch en anti-Duits:

‘De moffen stelen wat zij kunnen, da’s niet waar zegt Goebbels. Want het zijn en blijven Hunnen, da’s niet waar zegt Goebbels … Als in Neerland weer de vrijheid zal regeren, zullen wij hen mores leren. Reken maar, Herr Goebbels!’

‘Op de hoek van de straat

staat een NSB’er.

Het is geen man,

het is geen vrouw,

het is een farizeeër.’

1954, op het dak van hun woning in de Amsterdamse Valckenierstraat. Jetty Paerl poseert in revuejurk, Bantzinger in onderbroek met fez. Beeld Familiearchief
1954, op het dak van hun woning in de Amsterdamse Valckenierstraat. Jetty Paerl poseert in revuejurk, Bantzinger in onderbroek met fez.Beeld Familiearchief

Allereerste Songfestival

Op Bevrijdingsfestivals na de oorlog was Paerl altijd de eregast, als ‘stem van de vrijheid’. En in 1956 was ze de allereerste die optrad op het allereerste Eurovisie Songfestival – met een braaf liedje van Annie M.G. Schmidt en Cor Lemaire: De vogels van Holland. Het was een groot contrast met het spektakel dat het nu is: alles speelde zich af in een theatertje in Lugano waar na afloop koude buffetten stonden geserveerd. Corry Brokken deed ook mee. In het begin mochten alle deelnemende landen, zeven toen nog, elk twee zangers afvaardigen.

Voor de oorlog woonde het gezin Paerl op de Keizer Karelweg in Amstelveen. Toen buren en vrienden in mei 1940 doorkregen dat het gezin voorlopig niet terugkwam, hebben zij heel voorzichtig zo nu en dan wat waardevolle spullen weggehaald en alles op veilige plekken gestald.

Het lijkt wel of nu, tachtig jaar ­later, al die spullen in het Amsterdamse huis van Jetty’s dochter zijn tentoongesteld. Wie er rondkijkt, heeft uren nodig om alles te bekijken: zo veel foto’s, dierbare snuisterijen, kastjes met complete serviezen zelfs, tot in de badkamer aan toe. “Alles is bewaard en tot het ­laatste zilveren lepeltje teruggegeven”, vertelt ze. “Er was zelfs een vrouw die een brief naar mijn oma in Londen had gestuurd of ze haar bontjas mocht aandoen, omdat ze het zo koud had in de wintermaanden.”

Cees Bantzinger en Jetty Paerl, begin jaren tachtig. Beeld Frits Droog
Cees Bantzinger en Jetty Paerl, begin jaren tachtig.Beeld Frits Droog

Vader was altijd aan het tekenen

“Het was geen vetpot bij ons thuis”, herinnert Bantzinger zich, maar alles kon en als haar vader, tekenaar Cees Bantzinger, niet veel opdrachten had, deed moeder gewoon wat meer optredens. “Of zij ging praten bij Elsevier, zo van: betaal wat meer, mijn man tekent al jaren voor jullie.” Altijd was hij aan het tekenen, herinnert ze zich, ook ging hij daarvoor veel op reis om journalistieke reportages te illustreren – landschappen, maar het liefst mensen, artiesten, cafébezoekers.

Er kwamen veel mensen bij hen over de vloer, in Ouderkerk aan de Amstel, Amsterdam en Amstelveen: Godfried Bomans, Simon Carmiggelt en Fien de la Mar waren goede vrienden. Er was geen kindermeisje, zoals gewoon was in artistieke milieus. Ze waren gelukkig met z’n drieën. Maar toen dochter Bantzinger net op zichzelf was gaan wonen, kregen zij en haar moeder een enorme schok te verwerken. Want haar vader, toen 70 jaar, maakte in 1985, voor hen volkomen onverwacht, een eind aan zijn leven.

In zijn afscheidsbrief stond niets over het geheim dat hij al veertig jaar met zich mee droeg. Zijn dochter: “Er stonden alleen wanhopige algemeenheden in, als: ‘Ik ben jullie niet waard, ik doe jullie nu weer verdriet, vergeef me, jullie zijn zulke ongelooflijk lieve mensen aan wie ik me nooit heb kunnen meten.’ We hadden geen idee wat hij daarmee bedoelde.”

Wie was goed of fout in de oorlog?

Via mensen in het kunstenaarscircuit leidde het spoor naar journalist en kunsthandelaar Adriaan Venema. Die was bezig met onderzoek wie goed of fout was in de oorlog voor zijn boek Kunsthandel in Nederland 1940-1945. En bij het toenmalige Riod had Venema ontdekt dat Bantzinger lid van de NSB was geweest, de partij die heulde met de vijand. Waarschijnlijk in de hoop zo aan tekenopdrachten te komen; Bantzinger zat in die tijd financieel aan de grond.

Jetty dacht: had Cees torenhoge schulden? Moesten we ons huis uit? Had hij een heel ander gezin of was hij toch depressief? Dochter Bantzinger: “Toen ze dat hoorde, over de NSB, zei ze: ‘Hè? Is dat alles?’ Zo zat ik twee maanden na mijn vaders dood met een woedende moeder bij een hevig bevende Venema op de bank, van wiens bestaan we nog nooit hadden gehoord. Hij gaf ons ­alles mee: kopieën van brieven, het cassettebandje met de opname van het telefoongesprek tussen hem en mijn vader waarin die meteen toegaf en alleen niet wist ‘hoe hij het thuis moest plooien’.”

Bantzinger was een half jaar lid van de NSB, want in juni 1941 had hij zijn lidmaatschap alweer opgezegd en de rest van de oorlog was hij actief in het verzet. Zo richtte hij in Den Haag met de latere uitgever Bert Bakker de illegale Mansarde Pers op.

Venema kreeg in de loop der tijd door hoe hard zijn bevindingen aankwamen in zijn zucht tot ontmaskering van kunstenaars en artiesten – Bantzinger was niet de enige die hij publiekelijk als ‘fout’ bestempelde. In oktober 1993 maakte Venema een eind aan zijn leven. Hij was 52.

De 2Doc-documentaire Jetje van Radio Oranje - Van het één kwam het ander is op 4 mei om 18.55 uur te zien op NPO2 bij Omroep Max.

Bantzinger wist ‘dat het eens uit zou komen’

Pamela Sturhoofd maakte samen met Jessica van Tijn de documentaire Jetje van Radio Oranje - Van het een kwam het ander over het leven van Jetty Paerl en Cees Bantzinger. Vorig jaar rond deze tijd kwam hun documentaire De kinderen van Truus (nu te zien op Netflix) over Truus Wijsmuller uit, die in de Tweede Wereldoorlog duizenden Joodse kinderen redde. Zowel Sturhoofd als Van Tijn komt uit een Joodse familie met de nodige oorlogstrauma’s.

Sturhoofd: “Dit verhaal van Jetje van Radio Oranje was nieuw voor mij. Ongelooflijk dat ze zulke sterke teksten over Goebbels en over NSB’ers zong. En zo schrijnend ook, met dat geheim van haar latere man Cees Bantzinger in gedachten. Daarmee kreeg het verhaal van Jetje van Radio Oranje, die het geluk steeds weet af te dwingen, voor ons als makers natuurlijk een bijzondere twist. Dat je zo’n geheim zo lang bij je draagt en niet durft te vertellen aan degene met wie je leeft, die ook nog Joods is. Het heeft hem opgevroten. Hij zei ook nog in dat telefoongesprek tegen Adriaan Venema: ‘Ik wist dat het eens uit zou komen’. Hij was maar een half jaar lid van de NSB. Mijn held Wim Sonneveld was lid van de Kultuurkamer waardoor hij in de oorlog kon blijven optreden.”

De maandenlange research van de documentairemakers om de kinderen van Truus Wijsmuller te vinden – samen reisden ze de hele wereld over, en zochten ein­deloos in archieven – was voor deze documentaire niet nodig. Ze troffen in het huis van Anne-Rose Bantzinger een schat aan spullen aan. “Dan kregen we weer brieven en tekeningen te zien, dan ­foto’s en audio­materiaal. Een snoepwinkel voor een film­maker. Het was zo bijzonder, je voelt in dat huis nog zo de aanwezigheid van moeder Jetty, die charmante dame die voor niemand bang was.”

Lees ook:
Op sloffen en in kamerjas trotseerde Gerbrandy de bommenregen op
Londen

De grote lichtreclames en de dubbeldekkers op Picadilly Circus ontbreken in geen enkel rek met ansichtkaarten van Londen, maar Nederlandse toeristen kunnen in dit drukke winkelgebied ook nog in de voetsporen treden van hun eigen historie. Picadilly was tijdens de Tweede Wereldoorlog het hart van de Nederlandse kolonie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden